Krokodilletranen

Het gebeurde in het begin van deze week, maar het leek allemaal erg op het WIR-weekeinde in 1988: van de ene op de andere dag behoorde een attractief belastingvoordeel tot het verleden. Minister Kok reduceerde de maximale belastingaftrek voor een lijfrentepremie in de meeste gevallen tot 10.000 gulden. Ook in een ander opzicht viel er een vergelijking te trekken met het WIR-weekeinde. De hele zaak was al uitgelekt. Intussen struikelen de eerste critici al over elkaar heen bij het neersabelen van de maatregel. Toch is het de vraag of de ontwikkelingen echt wel zo dramatisch zijn.

De wetsontwerpen waar het over gaat, kenden oorspronkelijk een onbeperkte aftrek van lijfrentepremies. De Raad van State waarschuwde krachtig tegen deze royale geste. Hij vroeg zich vooral af of toekomstige kabinetten de verleiding zouden kunnen weerstaan de schatkist te vullen door het inperken van deze ongelimiteerde aftrek. In wetenschappelijke kringen zagen velen de onbegrensde aftrekmogelijkheid als 'de zwakste stee van het wetsontwerp'. De kwalificatie is van de Rotterdamse hoogleraar Stevens, die het parlement tegelijk aanmaande dat zij 'de waarschuwende kanttekeningen van de Raad van State zeer ter harte moet nemen.' 'Welnu, dat is precies wat wij hebben gedaan, ' aldus Willem Vermeend, de fiscale specialist van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer. Met zijn CDA-tegenvoeter Ton Vreugdenhil kijkt hij wat beduusd naar de golf van kritiek die vooral de verzekeringswereld over het tweetal uitstort. De maatregel van Kok is onder druk van beiden tot stand gekomen. 'Slechts drie procent van de belastingbetalers profiteert van de nu bestaande belastingfaciliteit, zeg maar rustig een subsidie ter waarde van een miljard gulden, ' zo berekent Vermeend. Ten gunste van de schatkist wil de Kamer daar enkele honderden miljoenen van af knabbelen bij sommige mensen die de regeling alleen benutten als een welkome aftrekpost. Voor degenen die een lijfrente nodig hebben voor hun pensioenvoorziening, blijven ruimere mogelijkheden bestaan. Die mogen hogere bedragen dan 10.000 gulden per jaar aftrekken. Dat zij dan wel moeten aantonen dat de stortingen daadwerkelijk nodig zijn voor een goede pensioenvoorziening, is zo vreemd niet. Het is immers normaal dat iemand die van een fiscaal gunstige regeling wil profiteren, zelf aantoont daarvoor in aanmerking te komen. Dat zal zonder twijfel ingewikkelde berekeningen vergen, maar die zullen zonder problemen een onderdeel worden van het vaste dienstenpakket van de verzekeraars. Het is geaccepteerd dat specifieke regelingen voor de goed geadviseerde belastingbetalers ingewikkelder mogen zijn dan de regels waar de grote massa meet moet worstelen.

Wat valt er verder nog op de gewijzigde plannen aan te merken? Het overrompelende karakter van de aftrekbeperking? Dat valt erg mee. Vermeend en Vreugdenhil, die een kamermeerderheid vertegenwoordigen, hadden al maanden geleden laten weten dat zij een aftrekbeperking tot 6.000 gulden wilden afdwingen. Voor hun goede klanten hadden de verzekeraars dan ook alvast 'voorwaardelijke contracten' ontwikkeld die tot ver in de volgende eeuw de huidige aftrek van 17.000 gulden per jaar veilig stellen. Een loterij zonder nieten. In het geval van een nu inderdaad tot stand gekomen beperking, kan de klant volop van de oude regeling profiteren, terwijl hij bij het overwaaien van de bui probleemloos van zijn verplichtingen af had kunnen komen. De klanten van de verzekeraars die zo'n leuk contract misliepen omdat zij minder fortuinlijk c.q. gefortuneerd waren, houden overigens een aftrekmogelijkheid die voor gewone stervelingen nog aantrekkelijk genoeg is.

Voor de bedrijfsvoering van de verzekeraars is de wisselvalligheid in de plannen van de wetgever natuurlijk vervelend. Toch zijn de gevolgen naar verhouding heel wat minder ernstig dan bijvoorbeeld de problemen die de pomphouders in de grensstreek op hun dak krijgen als de brandstofaccijns opeens omhoog schiet. Dat de kapitaalkrachtige en invloedrijke verzekeringslobby haar problemen indringender over weet te brengen, is begrijpelijk. Tegelijkertijd is het geen reden ons mee te laten sleuren met de modetrend die elk produkt van de belastingwetgever zonder veel omhaal als het gepruts van een 'diep zwakzinnige' veroordeelt; hoezeer ook de politiek dat modevuurtje met ondoordachte wetgeving zelf heeft aangewakkerd.