Kritiek op Van den Broek; Kamer: kantoor voor vluchteling magniet dicht

DEN HAAG, 18 okt. Minister Van den Broek (buitenlandse zaken) krijgt een 'herkansing' om de wens van de Tweede Kamer over het openhouden van het Nederlandse kantoor van het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen (UNHCR), alsnog uit te voeren. Dat bleek gisteravond na afloop van een scherp debat tussen de minister en de Tweede Kamer.

Alle partijen bleken zeer ontstemd dat de minister een motie van Van Traa (PvdA) niet heeft uitgevoerd. In die motie, die in juli van dit jaar met 149 stemmen is aangenomen, werd de minister opgeroepen 'al het mogelijke te doen om de sluiting van het UNHCR-kantoor in Den Haag te voorkomen'.

Naar de mening van de Kamer heeft de minister dat niet gedaan en heeft hij slechts de mening van de Tweede Kamer aan Commissaris T. Stoltenberg van de Verenigde Naties overgebracht. 'De minister ontwikkelt zich als de grijze doffer van de Kamer. Hij heeft slechts gehandeld als een postduif terwijl hij zich de mening van de Kamer eigen had moeten maken', zo betoogde Dijkstal (VVD).

Stoltenberg moet in Geneve in het licht van een wereldwijde bezuinigingsoperatie van twintig procent op het budget van de VN, beslissen over het voortbestaan van het kantoor in Den Haag. In dat verband wordt gedacht aan verplaatsing van de activiteiten in Den Haag naar een kantoor in Brussel.

Volgens de minister zou het werk van het Haagse kantoor ook vanuit Brussel kunnen worden gedaan. Althans, voorstellen daartoe zouden eerst moeten worden bestudeerd. En dan is het te simpel om hoe dan ook voor het openhouden van het bureau in Den Haag te pleiten, zo verdedigde de minister zich.

Het werk van het bureau in Den Haag bestaat voor het grootste deel uit het adviseren van de Raad van State over de situatie in de thuislanden van asielzoekers en het (juridisch) adviseren van mensen die in Nederland asiel aanvragen.

De minister hield staande dat hij eerst wil weten hoe men de vluchtelingenbelangen in Nederland vanuit Brussel zou willen gaan behartigen, terwijl het voor de Kamer op voorhand vaststaat dat sluiting van het Haagse VN-kantoor ten koste zal gaan van de hulp aan asielzoekers.

Voor Van Traa (PvdA) was de maat vol toen hij deze week bovendien merkte dat het kantoor in Den Haag feitelijk niet meer functioneert omdat drie van de vier medewerkers reeds zijn ontslagen terwijl in Brussel nog geen vervangende voorzieningen zijn getroffen.

Dat laatste verbaasde de minister ook en hij beloofde de Kamer zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de Hoge Commissaris opdat de werkzaamheden in afwachting van een definitieve regeling in ieder geval voortgang kunnen vinden. Maar dit gaat de Tweede Kamer niet ver genoeg.

Van Traa diende opnieuw een motie in waarin de minister wordt gevraagd bij de UNHCR aan te dringen op behoud van een kantoor in Den Haag. 'Laten we van deze zaak geen prestige-strijd maken en laat de minister gewoon de wil van de Kamer uitvoeren', zo lichtte Van Traa zijn motie toe. De motie, waarover dinsdag wordt gestemd, zal opnieuw op brede steun in de Kamer kunnen rekenen.

Van den Broek toonde zich ten slotte nogal gepikeerd door suggesties eerder deze week van de zijde van diverse vluchtelingenorganisaties als zou hij bewust hebben aangestuurd op de sluiting van het Haagse UNHCR-kantoor. 'Ik hoop dat ze hun werk voor de asielzoekers beter doen', zo zei hij.