'Koekoeksnest' gewiekst maar niet demonisch

Het is onvermijdelijk: One flew over the cuckoo's nest is synoniem geworden aan de film de claustrofobische en met Oscars overladen produktie die Milos Forman in 1975 maakte naar het boek van Ken Kesey. Wie sindsdien de eerdere toneelbewerking van Dale Wasserman weer ensceneerde, botste voortdurend op vergelijkingen met de film. En de acteurs in de hoofdrollen moesten het telkens opnemen tegen Jack Nicholson als de gevangene die ten onrechte in een psychiatrische inrichting belandt, en Louise Fletcher als de monumentale hoofdzuster. Ook nu het uit 1963 daterende toneelstuk voor het eerst in een Nederlandse (vrije) produktie wordt vertoond, gaan de gedachten weer uit naar de film. Dat is onrechtvaardig, maar een feit.

Kesey's boek was een literair geformuleerde aanklacht tegen het feit dat de werkwijze van psychiatrische klinieken al decennia lang nauwelijks was veranderd. Alleen de technische middelen waren verbeterd: het dwangbuis had plaatsgemaakt voor de electro-shock en het platspuiten was ook een hele uitkomst. De visie op de patienten was echter niet wezenlijk aangepast. Ten tijde van de film woedde inmiddels volop de vraag of de electro-shock niet moest worden gezien als een onmenselijke strafmaatregel en de vrij zinloze discussie of wij misschien niet gekker waren dan zij. Bij ons was een man als Foudraine de spraakmaker, terwijl het Werkteater bijdroeg aan nader begrip. In de Verenigde Staten hielp One flew over the cuckoo's nest mee aan de acceptatie van een zachtaardiger soort psychiatrie, waarin de hierarchische verhoudingen binnen de kliniek minder zichtbaar waren gemaakt.

Sindsdien is het onderwerp weer uit de aandacht verdwenen. Maar na het herzien van de film (eergisteravond) en het zien van de Nederlandse voorstelling (gisteravond) weet ik, dat de bewerkingen van Kesey's boek meer waren dan een discussiebijdrage van voorbijgaande aard. Zoals Op hoop van zegen niet te lijden heeft gehad onder de verbeterde controle op vissersschepen, zo blijkt Het koekoeksnest nog evenveel indruk te kunnen maken als vijftien jaar geleden. De dramatiek en de documentaire kracht van de karaktertekeningen zijn niet gedateerd.

Margrith Vrenegoor ensceneerde haar versie in een multifunctioneel metalen staketsel, koud en pregnant belicht. Soms praat iedereen door elkaar heen, soms laat ze tijdenlang geen woord zeggen dan brengt de geluidsband een jankende mondharmonica-blues ten gehore, terwijl de spelers zwijgend hun dwangmatige rituelen uitvoeren. De uitbarstingen zijn geserreerd, van de electro-shock is maar heel even iets (genoeg) zichtbaar zonder dat er een larmoyant nummer van wordt gemaakt. Ze maakt handig gebruikt van de gewiekste comedy-elementen waarmee Wasserman zijn toeschouwers de tragedie binnensleurt, maar de lach leidt niet tot koddigheid. De voorzitter van de patientenraad, met het hoofd vol hoge bloeddruk, en ook de andere patienten blijven in hun waarde.

In hun midden speelt Peter Faber de versierder, de gangmaker die gaandeweg zijn snelle geintjes gebruikt om tot een alternatieve therapeut uit te groeien. Hij is minder demonisch dan Nicholson, maar achter zijn grauwe voorhoofd broeit woede over de uitzichtloze situatie van de patienten en de onderdanigheid waartoe de staf hen dwingt. Hij is vinnig en impulsief; ik zou in Nederland geen andere acteur weten met zoveel straatvechtersmentaliteit.

Tegenover hem staat Petra Laseur als de hoofdzuster. Een heel andere hoofdzuster dan in de film. Niet de ijzige matrone van Louise Fletcher, maar een vrouw die haar patienten bemoedert. Soms glijdt over haar lieve gezicht zelfs een vertederde glimlach. Het gevolg is dat de machtsstrijd tussen haar en Faber eerder het karakter krijgt van wederzijdse plagerijtjes dan van een gevecht op leven en dood. Aan het slot is ze een vrouw die heeft gefaald, en geen gekrenkte heerseres. Ik moest eraan wennen en geef me pas na enige twijfel aan die rolopvatting gewonnen. Dat is misschien het enige waarin Het koekoeksnest nu anders moet zijn dan toen: de hoofdzuster van vroeger, bij wie het vooral ging om de macht, zou nu waarschijnlijk allang ontslagen zijn.