Indonesische politiek komt in beweging

JAKARTA, 18 okt. De regeringspartij Golkar heeft Indonesie stabiliteit en ontwikkeling gebracht, maar nog geen sociale gerechtigheid. Golkar moet zich losmaken van de overheidsbureaucratie en een echte politieke partij worden. Twee stellingen die naar voren kwamen tijdens een studiedag waarmee Indonesies grootste politieke organisatie deze week haar 26ste verjaardag vierde. Het is opmerkelijk dat de doorgaans zo zelfgenoegzame Golkar zich in eigen huis de les laat lezen door onafhankelijke waarnemers van het politieke bedrijf. Even opmerkelijk is het dat deze kritische geluiden doorklinken in de dag- en weekbladen. Twee aanwijzingen dat de in Indonesie veel besproken 'openheid' meer is dan een gevleugeld woord. Er lijkt ruimte te ontstaan voor een heus politiek debat.

Op 16 augustus hield president Soeharto het Indonesische parlement voor dat 'verschillen van opvatting binnen de samenleving' niet langer reden zijn tot zorg'. Het zouden gezonde tekenen zijn van 'een dynamisch maatschappelijk leven'. Soeharto noemde de staatsideologie Pancasila bij die gelegenheid een 'open filosofie', die politieke meningsverschillen verdraagt. De bewuste presidentiele rede is sindsdien met grote regelmaat aangehaald door de pers en geldt intussen als het handvest van de keterbukaan (openheid).

Het gaat hier om een nogal ongrijpbaar verschijnsel, dat wel wordt uitgelegd als een Indonesische variant van de glasnost. De openheid is niet vastgelegd in nieuwe wetten of regels; het is voorlopig niet meer dan een politieke klimaatsverbetering die onder meer blijkt uit een vrijmoediger pers en een zelfbewuster optreden van de vanouds nogal timide volksvertegenwoordiging.

Dat de schijnbaar zo stabiele communistische regimes in Oost-Europa binnen een half jaar als kaartenhuizen konden instorten, heeft Soeharto en de legertop kennelijk aan het denken gezet. Zowel de president zelf als de chef-staf van de Indonesische strijdkrachten, generaal Try Sutrisno, hebben de laatste maanden voorzichtig te verstaan gegeven dat de economische ontwikkeling van Indonesie gebaat is bij meer 'openheid', een term die afwisselend wordt uitgelegd als 'een actievere deelname van de bevolking aan het ontwikkelingsproces' en een 'mondiger publiek'.

Dissidenten

De 'openheid' is niet onbegrensd. Begin augustus, enkele weken voor Soeharto's optreden in het parlement, publiceerden vooraanstaande Indonesische dissidenten twee open brieven, waarvan er een was gericht aan het parlement. Daarin stellen zij vast dat een aantal wetten en regels van de Nieuwe Orde het politieke systeem dat generaal Soeharto en de zijnen na 1965 in het leven riepen na een bloedige afrekening met de Partei Komunis Indonesia niet strookt met de grondwet van 1945, die nog steeds van kracht is.

Zij achten de beperking van het aantal politieke partijen en het feit dat slechts 40 procent van de volksvertegenwoordigers rechtstreeks door het volk wordt gekozen, strijdig met de constitutie. Deze brieven waren aanleiding tot een zware censuur-ingreep. Indonesische kranten kregen de instructie dit initiatief niet te melden en buitenlandse kranten die het bericht brachten, kregen een behandeling met zwarte inkt voordat ze de Indonesische boekwinkels in mochten.

Sindsdien is de controle op de pers aanzienlijk versoepeld. Zo mogen vooraanstaande dissidenten die de brieven mede-ondertekenden, zoals de ex-gouverneur van Jakarta Ali Sadikin en de ex-minister van defensie generaal b.d. Abdul Haruz Nasution, weer worden geciteerd. De bewuste brieven zijn echter nergens gepubliceerd. Volgens Nasution is er nog steeds een 'informele instructie' van kracht om deze teksten uit de krant te houden.

Toch is een suggestie van de brievenschrijvers, namelijk de beperking van het aantal presidentiele ambtstermijnen tot maximaal twee, via een omweg alsnog in de openbaarheid gekomen. Een aantal hoogleraren van de Gadjah Maada Universiteit in Yogyakarta schreef onlangs aan het parlement dat een beperking van de ambtstermijn van het staatshoofd, 'zoals voorgesteld door een deel van het publiek', mogelijk is zonder een verandering van de grondwet.

Een van de professoren, dr. Amien Rais, is van mening dat de Vergadering voor Volksberaadslaging (MPR), het hoogste wetgevende orgaan van Indonesie, dat de president benoemt en de hoofdlijnen uitzet voor het regeringsbeleid, kan besluiten tot beperking van het aantal ambtstermijnen. Rais stelt ook voor de presidentsverkiezing te democratiseren. Politieke partijen zouden op zoek moeten gaan naar talent en de verschillende kandidaten zouden een beperkte campagne moeten voeren.

Intussen heeft de voorzitter van het parlement, Golkar-lid Kharis Suhud, aangekondigd de kwestie van de ambtstermijnen op de agenda van de MPR te zullen plaatsen. Dat was een politiek gevoelige beslissing. President Soeharto is sinds zijn benoeming in 1967 vier opeenvolgende malen herkozen en zijn huidige termijn loopt in 1993 af. Het is nog niet duidelijk of hij een nieuwe termijn ambieert, maar een uitspraak van de MPR in deze kwestie zou een gooi naar een zesde termijn kunnen blokkeren.

Ongezonde greep

Een aantal wetenschappers grijpt de keterbukaan om te wijzen op tekortkomingen van het Indonesische politieke systeem en wordt vervolgens gretig geciteerd in de pers. Een algehele ontkenning van de grondwettigheid van de Nieuwe Orde, zoals vervat in de dissidentenbrieven van augustus, is uit den boze, maar er worden wel vraagtekens geplaatst bij enkele hoekstenen van het stelsel.

Tijdens een recent seminar op het ministerie van binnenlandse zaken zei de socioloog Selo Soemardjan, een adviseur van de vice-president, dat de greep van de strijdkrachten en de regeringspartij Golkar op de dorpen 'langzamerhand ongezond begint te worden, gezien de toenemende kritische zin van de bevolking'. Sinds de jaren zeventig mogen de Indonesische Democratische Partij (PDI) en de Islamitische Verenigde Ontwikkelingspartij (PPP) de twee enige partijen die zijn toegestaan naast Golkar, tussen de vijfjaarlijkse verkiezingscampagnes in geen politieke activiteiten ontplooien in de dessa's. De ideologen van de Nieuwe Orde zijn van mening dat dit de mensen 'onnodig in de war zou brengen'.

Dit 'principe van de zwevende massa' bevoordeelt Golkar, die officieel niet te boek staat als politieke partij. Golkar, een samenwerkingsverband van een aantal anti-communistische beroepsorganisaties, werd in 1964 opgericht als een soort anti-partij. Sinds Soeharto aan de macht is, is Golkar geheel verweven geraakt met het staatsapparaat. Alle ambtenaren zijn verplicht lid van de aan Golkar gelieerde standsorganisatie Korpri.

Bovendien zijn de meeste Golkar-functionarissen gepensioneerde militairen, met als gevolg dat de plaatselijke politiek geheel wordt beheerst door de regeringspartij en het leger. Selo Soemardjan: 'De huidige situatie is aldus dat Golkar mag doen wat PDI en PPP niet mogen; dat is niet eerlijk'. Op de Golkar studiedag, eerder deze week, borduurde de politicoloog Ichlasul Amal voort op dit thema. 'Golkar moet minder bureaucratisch worden', zei hij, en een gewone politieke partij zijn'. Hij zei te beseffen dat dit niet eenvoudig zal zijn, omdat Golkar 'eigenlijk is opgericht om de invloed van politieke partijen in te dammen'.

De nieuwe openheid heeft zijn grenzen, maar wetenschappers, journalisten en parlementariers maken van de huidige klimaatsverbetering gebruik om die grenzen te verkennen en zo mogelijk te verleggen. De politieke discussie is geopend.