Het Wilde Oosten bloeit volop, zwendel in ex-DDR: In economie van Oost-Duitsland heerst haast een louche sfeer

BERLIJN, 18 oktober De 'Treuhandanstalt', de trust die in de voormalige DDR het voormalige staatseigendom, de zogeheten VEB's (Volkseigene Betriebe) moet privatiseren, heeft besloten alle door deze, nu meestal in naamloze vennootschappen omgetoverde ondernemingen voor 3 oktober afgesloten contracten te controleren.

De bekendmaking, gisteren op de Oostduitse televisie door vice-voorzitster van de Treuhand Birgit Breuel, lijkt symptomatisch voor het moeizame karakter van de economische hervorming in de voormalige DDR.

Voorbij zijn de tijden, waarin de begin dit jaar opgerichte Treuhand kon mededelen dat het bedrijfsleven van de DDR in totaal zo'n achtduizend voormalige VEB's 'binnen twee of drie jaar' aan meestbiedenden zou zijn verkocht.

Treuhand-voorzitter Detlev Rohwedder verklaart thans dat het hele proces nog wel tientallen jaren zal duren. De Treuhand ziet zich geconfronteerd met een massa tot voor kort onvermoede problemen waaronder niet op de laatste plaats de schade die is aangericht bij pogingen voor 3 oktober om het economisch leven in Oost-Duitsland te privatiseren.

De thans aan het licht getreden zwendel met schuldbekentenissen in zogeheten overdraagbare roebels (XTR's: geen echte convertibele valuta, maar een rekeneenheid waarmee de landen van de Comecon hun moeizame ruilverkeer plachten uit te druken), waarbij de Oostduitse 'Deutsche Aussenhandelsbank' (DABA) voor ten minste 500 miljoen harde D-mark lijkt te hebben uitgekeerd aan Oostduitse bedrijven met fictieve vorderingen in Comecon-landen, typeert de haast louche atmosfeer in de Oostduitse economie van nu. De economische kaders uit de Honecker-jaren hebben zich slagvaardig en vindingrijk weten aan te passen aan de nieuwe verhoudingen, en menige, vanuit maatschappelijk gezichtspunt nu ongewenste slag geslagen uit haastig opgestelde overgangsregelingen.

Vroeger zou geen enkele functionaris uit het DDR-bedrijfsleven hoezeer ook misschien geneigd tot corruptie op de gedachte gekomen zijn vriendjes in een ander Comecon-land, tegen commissie uiteraard, te laten tekenen voor de ontvangst van niet-geleverde goederen. De baten van export tussen de Comecon-landen onderling, voor zover men bij deze planmatig verlopende warenruil tenminste van export kon spreken, vervielen immers direct aan de Oostduitse staat, die de schuldbekentenissen in overdraagbare roebels gebruikte om het handelsverloop vast te stellen.

De overdraagbare roebel werd pas interessant, toen iemand in Oost- of West-Duitsland eerder dit jaar op de gedachte kwam dat voor 1 juli door DDR-bedrijven aan bedrijven in Comecon-landen gepleegde leveranties eigenlijk bij het vermogen van deze DDR-ondernemingen sinds genoemde datum in D-mark uitgedrukt moesten worden opgeteld. Zo gaat dat in de markteconomie, en de Oostduitse DABA, die vroeger alleen maar van de schuldbekentenissen nota nam, keerde de tegenwaarde van de fictieve vorderingen nu plotseling uit aan de DDR-bedrijven, op kosten van de collega's van de Westduitse Bundesbank uiteraard die de DABA volledig heeft overgenomen. Voor menige Oostduitse 'ondernemer' bleek de stap van van fictieve vordering naar fictieve levering maar klein.

En er is meer: pas langzaam wordt duidelijk hoe goed in het bijzonder ten tijde van de regering-Modrow begin dit jaar de kameraden uit de oude DDR-structuur voor zichzelf hebben gezorgd. Onder het goedkeurend oog van de Treuhand, toen nog voornamelijk geleid door (ex-)communisten, zijn de VEB's fluks in NV's veranderd. Hier en daar verdween een al te opvallend belaste directeur, maar over het algemeen zijn het toch de bazen van weleer, die nu de bedrijfsleiding van de nieuwe NV vormen. Een en ander meestal tot woede en frustratie van de werkende bevolking, die moet aanzien hoe de partijtirannen van vroeger zich opmaken om met harde hand en ontslagen het bedrijf weer 'gezond' te maken.

'Ik heb bedrijven bezocht', vertelde de nieuwe premier van Saksen, Kurt Biedenkopf, vorige week in een verkiezingstoespraak, 'waar de mensen mij niets durfden te zeggen over de gang van zaken op hun arbeidsplek, uit angst bovenaan de ontslaglijst te komen'. 'Het liquideren van oude SED-netwerken' is bij de campagnes voor de landdagverkiezingen vorige week in alle Oostduitse bondslanden spontaan een van de voornaamste thema's geworden.

Het opruimen van zo'n netwerk binnen de Treuhand zelf is een van de voornaamste activiteiten geweest, sinds de Westduitse ondernemer Detlev Rohwedder -afkomstig van het Westduitse chemie-concern Hoechst- deze zomer de dagelijkse leiding over de Treuhand overnam van zijn tot wanhoop gedreven voorganger, een voormalige directeur van de Westduitse spoorwegen.

De bestaande regionale centra van de Treuhand geheel in handen van oude kameraden die ongestoord hun gang gingen omdat alleen al de gebrekkige telefoonlijnen van de DDR veel contact met de centrale in Berlijn bemoeilijkten werden opgeheven. Er kwamen vijftien nieuwe, net als de centrale vestiging in Berlijn bijna uitsluitend bemand met Westduits personeel.

De controle op alle contracten van voor 3 oktober, die de Treuhand nu wil doorvoeren, getuigt ook van het streven van de Treuhand bestaande kameradenhulp een halt toe te roepen. Vermoedelijk betreft het hierbij echter een karwei van gigantische omvang, want de kameraden waren zeer vindingrijk.

Een voorbeeld: de firma Interport was sinds 1965 doende voor de geheime dienst van de DDR, de Stasi, in het Westen hoogwaardige elektronica op de kop te tikken, waarvan export naar Warschaupact-landen verboden was. Als dekmantel diende de handel in antieke auto's. Met toestemming van het Burgercomite voor de ontbinding van de Stasi, die eerder dit jaar de erfenis van de geheime dienst beheerde, werd de firma overgedaan aan een 'normaal' DDR-bedrijf, de voormalige VEB Robotron, nu 'Computer Vertriebsunion Berlin' geheten. De bedrijfsleider, de Stasi-officier Gietl, had de toenmalige DDR-autoriteiten ervan weten te overtuigen dat ontbinding van de firma Interport zeer onvoordelig zou zijn, omdat aanzienlijke, in het Westen op Interport uitstaande vorderingen dan op de DDR-staat zouden overgaan.

Robotron betaalde voor de overname van Interport 390.000 Ostmark (die nu 145.000 D-mark waard zouden zijn). Alleen al de 105 antieke auto's die de firma op dat moment bezat, waren een veelvoud van de betaalde som waard, om nog maar te zwijgen over het vakantieoord van Interport op het eiland Rugen in de Oostzee. Dat bestond onder andere uit een bungalow aan zee en een botenhuis en werd door de taxateurs van Robotron de nieuwe eigenaar mocht zelf de waarde vaststellen op 4.720 Ostmark geschat.

De zwendel is uitgekomen toen rechtschapen ambtenaren van het Oostberlijnse gemeentebestuur bij toeval ontdekten dat de bedrijfsleider van Interport-Robotron, nog altijd dezelfde Gietl, banktegoeden van Interport geheel buiten de nieuwe eigenaar Robotron (en dus de Treuhand) om, voor eigen rekening op 1 juli tot een vermogen van ongeveer 3,5 miljoen D-mark had laten omzetten. Het onderzoek in deze zaak wordt nogal bemoeilijkt door het feit dat sindsdien de belastende bescheiden zijn verdwenen bij een fictieve inbraak. De ruiten waren van binnenuit ingeslagen.

'Bij de privatisering in de DDR worden door betrokkenen methoden toegepast die in de Bondsrepubliek ondenkbaar zouden zijn', merkte Treuhand-voorzitter Rohwedder vorige maand op, en had daarbij overigens ook met name het oog op de taktiek van Westerse belangstellenden. En inmiddels groeit de kritiek op de trage voortgang bij de privatisering van de DDR-economie, niet in het minst bij de werknemers van de betrokken bedrijven, die meestal al maanden leven tussen hoop en vrees over voortgang of sluiting van hun bedrijf, over reorganisatie of overname.