Georgische folklore

Met het werk van de Georgische filmfamilie Sjengelaja kon het Nederlandse publiek tijdens het Filmfestival Rotterdam 1981 kennis maken. Eldar Sjengelaja (1933) vertegenwoordigde toen in persoon zijn regisserende vader Nikolai en jongere broer Georgi, van wie ook films vertoond werden. Eldar verbaasde zich bij die gelegenheid over de selectie van zijn schaapherdersepos De witte karavaan, een vroege ideeenfilm, terwijl hij zich nu toch eerder wijdde aan 'het uitbeelden van de lach, de traan, de ironie en de warmte'. Die waren dan ook ruimschoots present in zijn bekendste werk De blauwe bergen (1984), een gezellige satire over de totaal disfunctionerende bureaucratie bij een uitgeverij in Tbilisi, die aan het slot letterlijk ineenstort.

In het streven van distributeur Rieks Hadders van het Nederlands Filmmuseum om toch vooral uit alle hoeken en gaten aardige Sovjet-films te voorschijn te halen, komt nu een sprookje van Eldar Sjengelaja uit 1974, in een snel verkleurende, Belgische kopie, boven water. Rare vogels heeft weinig om het lijf, maar bevat aanstekelijke momenten, in de folkloristisch-humoristische traditie van de in ons land niet onopgemerkt gebleven Georgische cinema.

De allereerste minuten bevallen het best, als een oude man aan een jongere, die later de hoofdpersoon zal worden, onder het uitstoten van absurd gezang, verrukkelijke danspasjes onderwijst. Je krijgt er zin van in een Georgische bruiloft, maar voorlopig komen eerst een geestelijke en de dorpsoudste de jongeman wijzen op uitstaande schulden.

Een van de meer welgestelde bewoners van het gehucht is op reis, zodat zijn vrouw bezoek krijgt van de jonge avonturier. Even later moet hij zich in de schoorsteen verbergen, wanneer de veldwachter zijn amoureuze opwachting maakt. De kluchtige ontknoping is dat de koddebeier de jongeman in het gevang werpt, een diepe put, waar een enigszins op Sergei Paradzjanov gelijkende kluizenaar ingewikkelde berekeningen op de muur schrijft en zijn nieuwe metgezel inwijdt in de geheimen van zijn wetenschap. Ze ontsnappen samen door een met een heel klein schepje gegraven tunnel en bouwen een kunstig vehikel, dat vliegen kan. Aan het eind van de ballade scheren ze er mee over de velden en wouden van Georgie en lijkt de titel Rare vogels letterlijk genomen te moeten worden.

Tegen die tijd stelt Sjengelaja's film zijn kandidatuur voor een kinderfilmfestival en begint de romantische muziek aardig te irriteren. Veel meer dan een nieuw curiosum uit de kaukasische cinema betekent deze ontdekking niet, maar sympathiek is de vondst in ieder geval.

De vertoning vindt plaats in het kader van een hele reeks onbekende oudere Sovjet-films die De Melkweg het komende seizoen in samenwerking met distributeur IAF/NFM hoopt uit te brengen. Dat plan staat inmiddels weer op losse schroeven, omdat het bestuur van De Melkweg overweegt de filmzaal minder eigenwijs en intensief te laten programmeren. Het zou in de praktijk het einde betekenen van een van de oudste filmhuizen met een roemrucht verleden.