Europese oprispingen

HET EUROPA VAN de Tweede Snelheid komt van tijd tot tijd in opstand. Soms zijn het de Franse schapenboeren die in verzet komen tegen goedkopere Britse import. Dan weer zijn het de kleine Spaanse vrachtrijders die hun klandizie in gevaar zien door de aanslag van efficient werkende concurrenten uit de rest van Europa. De geforceerde opstoppingen aan de Frans-Spaanse grens weerspiegelen de angst van de kleine neringdoende voor een onzekere toekomst in een onbekende grote-mensenwereld. In dezelfde categorie verblijven de Nederlandse graantelers, de keuterboertjes van de Duitse alpenweiden en het vissende kleinbedrijf aan de Britse kusten.

Het Europa van de Tweede Snelheid vertegenwoordigt het verleden, maar het is desondanks een factor van grote politieke betekenis. In de werkelijkheid van alle dag vertraagt het als langzaamste in de karavaan het marstempo naar de werkelijk vrije Europese binnenmarkt waaraan visionairs en politici die als zodanig willen poseren hun mooie woorden wijden. Vrije concurrentie, economische groei, hoge arbeidsproduktiviteit, lage kosten en dus prijzen zijn schone doelen, maar de weg erheen leidt langs bescherming van zwakke sectoren, quota, subsidies en kunstmatig hoge prijzen. De achterblijvers zijn bovendien altijd bereid de kwetsbare infrastructuur van de moderne samenleving zodanig te ontwrichten dat de kop van de stoet weer even de pas moet inhouden.

NAARMATE MEER landen aan de Europese markt zijn gaan deelnemen, is dit probleem groter geworden. Kenden de kernlanden zwakkere regio's, de laatste uitbreidingen betroffen staten met hooguit een relatief wat sterkere regio binnen hun grenzen. Indien inderdaad Oost-Europa tot de Gemeenschap zou worden toegelaten, dan kan nu al worden voorspeld wat het eerste punt op de Europese agenda zal worden: hoe dynamische groei in het ene deel van Europa moet worden gerelateerd aan de achterlijkheid in het andere. De gedachte dat de dynamiek zich zonder al te veel moeite zal meedelen aan de achtergebleven gebieden, is mooi in haar eenvoud, maar meestal niet in overeenstemming met de werkelijkheid. Integendeel, die dynamiek kan een verschroeide aarde achterlaten.

Europa wordt geconfronteerd met een bestuurlijke handicap. Het centrum is te zwak ten opzichte van de samenstellende delen en op zijn best komt daarin langzamerhand verandering. Van een samenhangend en doeltreffend beleid gericht op het opheffen van onevenwichtigheden op termijn is nog te weinig sprake. Het gevolg is dat steun te vaak de bestaande toestand continueert in plaats van wat de bedoeling is de verandering naar het nieuwe sociaal te begeleiden. De politiek van de sociale maskerade werkt dit in de hand. De neiging is ontstaan de oprispingen van het Europa van de Tweede Snelheid te aanvaarden als verschijnselen die er nu eenmaal bijhoren. Maar het risico is reeel dat de Europese eenwording nog eens het slachtoffer zal worden van de vertraging die zij daardoor oploopt. Er is meer aan de hand dan een tijdelijk ongemak.