Een gregoriaanse tijdmachine

In zijn debuut uit 1985, de hier nooit vertoonde film Johannes' hemmelighed, varieert de in Denemarken werkzame Zweedse regisseur Ake Sandgren op de Openbaringen van Johannes door een ouderwets gekleed meisje uit een toiletpot te laten oprijzen en een bijna negenjarig jongetje mee te nemen naar de hel. De film blijkt gedeeltelijk te zijn gesitueerd in Dresden tijdens het bombardement. In Sandgrens tweede film, Miraklet i Valby, reist dezelfde jongen (Jacob Katz) per tijdmachine naar de Middeleeuwen om getuige te zijn van een mirakel, waarin zijn zusje de hoofdrol speelt. Sandgren koestert dan ook bijzondere opvattingen over het fenomeen jeugdfilm: 'Ik wilde dat mijn film voor 9 tot 13-jarigen 'volwassen' aanvoelt. Ik wilde niet dat hij werkt als een kinderfilm. Niet elke tienjarige houdt van kinderfilms en ik denk dat de meesten van hen geen prijs stellen op alles wat kinderachtig aanvoelt. (...) Als iemand ooit op de gedachte zou komen aan een tienjarige te vragen, wat hij van mijn film opgestoken heeft, dan hoop ik dat hij iets zal zeggen als: 'Sluit nooit oude radio's aan. Oude radio's kunnen tijdmachines worden'.'

De toon, makelij en strekking van Het mirakel in Valby, een Deens-Zweedse coproduktie, zijn inderdaad volwassen. Inhoudelijk is het verhaal een kruising tussen Back to the Future en een jongensboek als 'De radio-detective', met een metafysische ondertoon. Wonderen en openbaringen laten weliswaar hun sporen na in saaie kerkgebouwen, waar jongeren plichtmatig de zondagsschool bezoeken, maar zijn voor Sandgren toch vooral een avontuur, minstens zo spannend als het vangen van boeven dat in menige traditionele kinderfilm voor de benodigde opwinding moet zorgen. Wie goed kijkt tussen de fresco's op de kerkmuur, ziet daar al een afbeelding van het mirakel: een jong vrouwspersoon zit boven op een eivormig bouwsel en leest voor uit de Schrift. Wanneer de kinderen uit Valby, nu een voorstadje van Kopenhagen, in hun oude caravan de radio op een bepaalde zender afstemmen, horen ze gregoriaans gezang en floep, daar bevinden ze zich al in de middeleeuwen. Monkelende monniken slepen de caravan naar hun heiligdom en daar leest het kleine zusje, op het dak van de caravan gezeten, de aanbidders voor uit haar stripboek.

Sandgren heeft oog voor subtiliteiten in de interactie tussen kinderen. Een volwassene die niet goed oplet, zullen hier en daar zelfs de finesses ontgaan. De film schuwt spektakel en sterke effecten, zodat het tijdreis-thema zelfs een beetje al te achteloos afgehandeld wordt. Het scenario trekt zich weinig aan van vuistregels voor kinderfilms, dat er bij voorbeeld elke vijf minuten iets opzienbarends zou moeten gebeuren om de aandacht vooral niet te verliezen. Sandgren neemt alle tijd om zijn hoofdpersonen te introduceren en de latere thema's voor te bereiden. Als dan eenmaal de feitelijke handeling begonnen is, wordt er weinig drukte om gemaakt.

Deze benadering is beslist interessant en bewijst weer eens hoe volwassen de kinderfilmproduktie in Denemarken de laatste jaren geworden is. De gouden regel dat volwassenen zich niet hoeven te vervelen bij een goede kinderfilm is dan ook weer volledig van toepassing. Je zou soms alleen hopen op een klein beetje meer passie en absurditeit in de ingetogen en adequate vormgeving. Misschien is dat wel bij uitstek een wens van volwassenen, die kinderen graag als kwajongens of uit de toon vallende dromers zien. Kinderen houden wellicht zelf meer van alles wat gewoon is, en niet te veel afwijkt van de norm. In dat opzicht biedt Het mirakel in Valby toch precies het soort heldendom, dat kinderen graag zien: vanzelfsprekende avonturen van onopvallende andere kinderen, die het zo druk hebben met wat hun overkomt, dat ze geen tijd hebben om ook nog eens over zichzelf na te denken.