De wondere wereld van merchant banken

ROTTERDAM, 18 okt. Heel lang geleden, toen banken nog leefden van het verstrekken van krediet aan bedrijven, werden als zekerheid voor dat krediet bezittingen van de onderneming aan de bank in onderpand gegeven. De bank verzekerde zich van het onroerend goed, de machines, de voorraden of de gelden die afnemers nog moesten betalen voor het geval de onderneming niet meer aan zijn verplichtingen kon voldoen.

Tegenwoordig nemen de banken niet alleen bezittingen van een bedrijf over, ze kopen ook een deel van de aandelen of een belang van honderd procent. Dat heet merchant banking. Soms doen de banken dat als het goed gaat. Toen de eigenaar van winkelbedrijf De Boer van zijn aandelen af wilde, mocht bijvoorbeeld die bank ze kopen die de onderneming dan ook naar de beurs zou brengen en zo de aandelen weer aan beleggers zou verkopen. Soms kopen banken de aandelen als donkere wolken samenpakken boven de onderneming. De Nederlandse Merchant Bank (een dochter van de NMB) kocht onlangs alle aandelen in de handelsfirma Stokvis (waar NMB bestuurder Tammes voorzitter van de raad van commissarissen is) van Gulf International (een klant van de NMB).

Gulf, eigendom van de Pakistaanse familie Gokal, heeft problemen door de blokkade van de handel in de Golf en door de rampzalige toestanden in Brazilie. Daar is Gulf voor de helft eigenaar van de werf die Verolme daar ooit bouwde. Maar al is de werf volledig bezet, tegen de hoge rente in Brazilie, die zelfs voor dollars soms meer dan tien procentpunt boven de inflatie ligt, is niet op te verdienen. Veel Braziliaanse bedrijven kiezen dan ook voor surseance van betaling om aan hun geldschieters te ontkomen. Maar ja, de wereld is een markt, en als geldeisers van Gulf in Brazilie niet aan hun trekken kunnen komen, zouden ze al gauw in hoofddorp bij Stokvis (of in Rotterdam bij Lindeteves Jacoberg, een andere dochter die Gulf wel wil houden) op de stoep kunnen staan.

In het kader van de financiele dienstverlening kocht de Nederlandse Merchant Bank dus maar Stokvis. Dit voorbeeld geeft niet alleen aan hoe klein de wereld is geworden: hoe een handelsonderneming met 1.500 werknemers in Hoofddorp die zijn produkten afzet op de Europese markt, wordt geraakt door uiteenlopende internationale ontwikkelingen als de inval van Irak in Koeweit en de Braziliaanse schuldenproblematiek (en misschien door de val van de Pakistaanse premier Boetho, die de Gokal-familie aan zou kunnen zetten tot het verkopen van bezittingen). Het voorbeeld geeft ook aan hoe de groeiende merchant banking activiteiten het bankwezen in belangenconflicten kunnen plaatsen. De belangen van schuldeisers en aandeelhouders lopen immers zeker in slechte tijden niet parallel. Eigenlijk mogen banken in Nederland daarom niet deelnemen in het aandelenkapitaal van niet financiele instellingen. In het verleden bij moeilijke gevallen als bijvoorbeeld Boskalis deden de banken het via een trust. Bij Van Berkel Patent of KBB zochten ze andere aandeelhouders, liefst verzekeraars.

Maar de concurrentie dwingt de banken tegenwoordig zelf hun klanten terwille te zijn met het kopen van hun aandelen, zowel in goede als in slechte tijden. De Nederlandsche Bank wordt steeds soepeler in het geven van ontheffingen op artikel 25 van de Wet Toezicht Kredietwezen, die banken in het kader van 'financiele dienstverlening' nodig hebben. Eerst om het de banken mogelijk te maken aandelen in bedrijven of hun dochterondernemingen te kopen en die vervolgens zelf op de beurs (of aan een andere onderneming) te verkopen. Nu ook mede om, zoals bij Stokvis (dat de transactie naar buiten bracht voordat de Nederlandsche Bank de ontheffing had verleend), schuldeisers te snel af te zijn. En in vele gevallen bij een buy-out om managers van dochterbedrijven in staat te stellen zonder inbreng van al te veel eigen geld toch eigenaar van de onderneming te worden.

In de afgelopen jaren waarin veel geld in de wereld om ging, hielpen de banken ook ondernemingen om anderen over te nemen. Zij verleenden de kredieten waarmee raiders of keurige bedrijven de aandelen van andere ondernemingen kochten. Veelal brachten de banken hun eigen risico weer terug doordat de overgenomen onderneming op de kapitaalmarkt obligaties uitgaf, die dezelfde banken dan weer aan beleggers verkochten, terwijl zij zelf met de opbrengst werden afgelost. Zo verdienden de banken in de goede tijden een paar keer aan een transactie. Geen wonder dat alle banken zich de laatste jaren richtten op groei van hun merchant banking activiteiten.

Inmiddels is de situatie omgekeerd. Er is minder geld beschikbaar voor dit soort zaken. De raiders verkopen hun aandelenpakketten in de gevallen waar ze niet in hun opzet geslaagd zijn. Robert Maxwell verkoopt zijn belang in bankbiljettendrukker De la Rue, Carlo de Benedetti verkoopt zijn belang in de Generale Maatschappij. General Cinema verkocht zijn belang in Cadbury Schweppes. Lord Hanson verkoopt zijn belang in Newmont Mining, Rupert Murdoch schijnt zijn belang in Elseviers partner Pearson te willen verkopen.

Dichter bij huis verkocht Joep van den Nieuwenhuyzen zijn belang in Cindu (nu zonder Key en Kramer). Asko verkocht zijn belang in Ahold, Elsevier wil zijn belang in Wolters Kluwer kwijt. Alleen HBG en Buhrmann Tetteroide, die erin zijn geslaagd de meerderheid van hun respektievelijke doelwitten Volker Stevin en Ahrend te verwerven, hebben blijkbaar behalve geld ook nog hoop.

Als keerzijde van de goede jaren zouden de merchant banken nu ook die pakketten moeten kopen, maar daartoe staan ze niet te trappelen bij dalende koersen. Geen wonder: De Britse merchant bank Kleinwort Benson verloor bijvoorbeeld meer dan honderd miljoen gulden op de verkoop van een 29,9 procent belang in oliemaatschappij Premier, dat ze zo vriendelijk was geweest twee maanden geleden van Burmah/Castrol over te nemen. Merchant banking mag dan anders zijn dan gewoon bankieren, de vergelijking met de bankier die zijn paraplu alleen bij mooi weer uitleent, maar terugvraagt wanneer de eerste regendruppels vallen, gaat ook voor de merchant bankers op. Die zijn nu in Nederland vooral druk met zichzelf bezig.

Al enige tijd doet het gerucht de ronde dat de Rabobank Bank Mees en Hope zou willen overnemen, al wordt het door beide partijen tegengesproken. Sinds de fusie van ABN en Amro werd aangekondigd, staat de positie van hun respektievelijke merchantbanken Mees en Pierson, Heldring en Pierson echter continu ter discussie.

Het is voor ABN Amro Holding lastig om beide te houden en apart te laten werken. Het combineren van beide dochters lijkt ook lastig en zou de activiteiten van de merchantbanking activiteiten die de moeder zelf ontplooit, ook in de weg kunnen staan. Hoewel tegelijkertijd Pierson en Mees in zoverre mooi op elkaar aansluiten dat Pierson meer 'streetwise' is, maar Mees meer klanten heeft.

De geruchten over Mees en Rabo vallen in zo'n goede voedingsbodem omdat Mees vanouds veel doet in de grondstoffenhandel en goederenfinanciering, iets wat de agro-bank moet lokken. Bovendien zou het kunnen zijn dat de Rabo, nu Robeco zo onverwacht in het nieuws is gekomen, ook wel eens naar een andere partner dan het Rotterdamse beleggingsconsortium zou kunnen kijken om kennis op het gebied van investment banking in huis te halen. Al zal de Rabo, als ze kiest voor Mees, haar achterban wel uit moeten leggen waarom ze net haar belang in Van Lanschot heeft verkocht.

In theorie kan de ABN Amro Holding ook Pierson van de hand doen, al is Piersons vooraanstaande positie in het internationale trust-bedrijf niet iets dat de holding graag uit handen zou willen geven. Piersons Duitse partner Sal. Oppenheim lijkt echter geen potentiele koper. Zowel Pierson als Oppenheim haalt nu al het optimale rendement uit de samenwerking. Oppenheim heeft net haar kroonjuweel, haar belang in verzekeraar Colonia verkocht, en zal weinig genegen zijn de opbrengst in deze onzekere tijden te steken in aandelen van een merchant bank, nu Duitse overheidsobligaties tegen 9 procent of meer zo ruim voor handen komen.

Voorlopig zit ABN Amro Holding dus nog in het klassieke dilemma dat verkoop van een van zijn merchant-dochters de concurrentie een te mooie entree op de Nederlandse markt geeft, maar dat gezien de sterk teruggelopen winstgevendheid van Mees en Hope, het aanhouden van alletwee ook zijn nadelen heeft.