Bonden kritiseren kabinetsplan voor scholing jongeren

ROTTERDAM, 18 okt. Minister Ritzen (onderwijs) en zijn staatssecretaris Wallage moeten de bezuiniging van 220 miljoen gulden op het middelbaar beroepsonderwijs en het leerlingwezen ongedaan maken. Pas dan is hun uitspraak geloofwaardig dat dit onderwijs een grotere rol moet spelen bij de scholing van minder kansrijke leerlingen.

Dat is de algemene teneur van de kritiek die onderwijsbonden, vakbonden en werkgeversorganisaties leveren op de gisteren gepubliceerde reactie van het kabinet op het advies van de commissie Onderwijs en Arbeidsmarkt, ook bekend als de commissie-Rauwenhoff. In zijn reactie trekt het kabinet de komende drie jaar telkens 30 miljoen gulden uit voor de aanvullende scholing van 10.000 jongeren onder de 27 jaar. De scholing van de overige 125.000 werkzoekende jongeren met onvoldoende opleiding moet worden betaald door bedrijfsleven, arbeidsbureaus en de jongeren zelf.

De onderwijsbonden ABOP, KOV en PCO verwijten het kabinet met twee monden te spreken. De overheid moet niet proberen haar verantwoordelijkheid voor het beroepsonderwijs op het bedrijfsleven af te schuiven, vinden zij. De werkgeversorganisaties VNO en NCW willen pas over het standpunt van het kabinet praten als duidelijk is dat daarbij ook de bezuinigingen ter discussie staan. In zijn begroting gaat Ritzen ervan uit dat het bedrijfsleven voor een groot deel de gevolgen van de bezuinigingen opvangt door 150 miljoen gulden te steken in het onderwijs en de aanschaf van apparatuur.

De bonden noemen het juist dat enkele aanbevelingen van de commissie enigszins zijn afgezwakt om ze uitvoerbaar te maken. Ze juichen het toe dat er landelijke normen voor de kwaliteit en inhoud van het onderwijs worden gehandhaafd. De commissie stelde voor die over te laten aan het plaatselijk overleg tussen scholen en bedrijven.

Maar de bonden zijn sceptisch over de mogelijkheid om voor grote groepen jongeren onderwijs en werk te combineren. Dit 'duale stelsel' vormt de kern van de aanbevelingen van de commissie. Het kabinet heeft deze aanbeveling overgenomen. De bonden vinden echter dat de commissie een weinig realistisch beeld schetst van de contacten tussen scholen en bedrijven. In werkelijkheid zouden dat er minder zijn dan commissie en kabinet veronderstellen.

De Landelijke Studentenvakbond noemt het onjuist dat de minister geld bij de studiefinanciering weghaalt om daar de voorgestelde veranderingen, onder meer de scholing van jongeren met een onvoldoende startkwalificatie, mee te financieren. De bond wijst erop dat het geld komt uit het budget voor aanvullende beurzen, die juist bestemd zijn voor studenten uit de laagste inkomensgroepen.