Baggeraars in Irak over 20 dagen klaar

DEN HAAG, 18 okt. De 104 Nederlandse baggeraars van Boskalis en Volker Stevin zijn over twintig dagen klaar met hun werk in Irak. Woordvoerder G. Anneveldt van Volker Stevin zegt ervan uit te gaan en er ook 'alle vertrouwen' in te hebben, dat de baggeraars dan Irak kunnen verlaten. Op de in Irak gebruikelijke officiele aanvraag daartoe is echter 'nog geen definitief antwoord' gekomen. Een nadere toelichting op dat laatste wil Anneveldt niet geven.

Vijf van de zeven schepen van de beide bedrijven (de twee sleephopperzuigers Geopotes 15 en Cornelis Zanen, de twee snijkopzuigers Sliedrecht 35 en Jokra en de schraper Lilas) zijn op dit moment nog bezig met het uitdiepen van het laatste stuk van de zestig kilometer lange vaargeul tussen de Perzische Golf en de Iraakse stad Umm Quasr. De vaarroute, die tussen Irak en Koeweit en tussen Koeweit en Iran doorloopt, is voor Irak van grote betekenis door de verbinding met de Golf en de rest van de wereldzeeen. Het eigenlijke baggerwerk is over tien dagen klaar, waarna nog een dag of tien nodig zijn om de schepen weer 'zeeklaar' te maken. Daarna kunnen ze in principe vertrekken.

Er bestaat een kans dat de Nederlandse baggeraars na beeindiging van het door Irak vooraf betaalde project van circa honderd miljoen gulden niet naar huis kunnen. De Iraakse autoriteiten zijn op dit punt tamelijk grillig. Zowel bij Buitenlandse Zaken als bij de beide firma's gaat men er echter van uit, dat de Irakezen zich aan de gebruikelijke regeling zullen houden en dat de mensen met hun schepen kunnen vertrekken. De baggeraars zijn hun contractuele verplichtingen nagekomen en er zijn geen aanwijzingen dat men niet mag gaan. Een aantal van de circa driehonderd Filippijnen, die bij de werkzaamheden waren ingezet, is al naar huis. Zij hadden geen problemen bij het verkrijgen van toestemming om Irak te verlaten.

Pag.2: 3Vervolg

Al direct na de instelling van het VN-embargo van Irak is de vraag besproken of het doorgaan met het baggerproject daarmee in strijd was. De VN-commissie die zich met interpretatie-vragen over het embargo bezig houdt, heeft zich niet specifiek over deze zaak uitgelaten. Een van de redenen daarvoor is dat een voortijdige beeindiging van het werk de betrokken werknemers onmiddellijk tot gijzelaars zou hebben veroordeeld. Bij de beide firma's heeft men zich steeds op het standpunt gesteld dat men geen goederen aan Irak leverde, maar slechts modder verplaatste en dat als gevolg daarvan het werk niet onder de boycotmaatregelen viel. Anderzijds is de vaargeul voor Irak van grote strategische betekenis.