'Ze hebben het licht uit mijn leven genomen'

Terwijl de impasse over de naar de Franse ambassade in Beiroet gevluchte christelijke generaal Michel Aoun voortduurt, zijn duizenden Syrische en Libanese soldaten in het vroeger door Aoun beheerste deel van Oost-Beiroet binnengetrokken. Ooggetuigen maken melding van plunderingen op grote schaal. Veel bewoners zijn intussen nog bezig de schok te verwerken van de gebeurtenissen van afgelopen weekeinde, die niet alleen honderden levens eiste maar bovendien een einde maakte aan de pogingen van een deel van de christelijke bevolking om baas over haar eigen lot te blijven.

BEIROET, 17 okt. Misvormde lichamen die liggen opgestapeld in het mortuarium van een militair hospitaal vormen het wrange bewijs van een slag die een keerpunt markeert in de al vijftien jaar durende burgeroorlog in Libanon.

Bezorgde familieleden zoeken naar vermiste echtgenoten of zonen met nog een sprankje hoop, maar binnen enkele minuten komen ze weer schreeuwend en huilend van verdriet naar buiten.

In plastic gewikkeld liggen op de grond en op planken tachtig lijken van soldaten die loyaal waren aan de christelijke generaal Michel Aoun. Ze werden gedood bij een massale aanval zaterdag van Syrische en Libanese militairen tegen christelijk Oost-Beiroet.

Aoun, die het presidentiele paleis in Baabda bezet hield, gaf zich over, waarmee een einde kwam aan zijn oppositie van de door Syrie gesteunde Libanese regering. Aoun zocht een goed heenkomen in de Franse ambassade.

Adel Mansour, die de leiding heeft over het mortuarium in de voorstad Baabda, en enkele familieleden van de doden zeggen dat de handen van veel soldaten op hun rug waren vastgebonden. Ze leken van dichtbij te zijn neergeschoten. 'Sommige lijken werden hier afgeleverd met gebogen knieen en met kogelwonden in hun hoofd en borst alsof ze waren geexecuteerd terwijl ze op hun knieen zaten', zegt Adel Mansour.

De weduwe Asma Makhlouf zegt: 'Ze hebben het licht uit mijn leven genomen. Moge God ook hun leven nemen. Ik hoop dat (president Elias) Hrawi niet zal leven tot de dag dat hij het paleis (van Aoun) betreedt'.

'Ze staan toe dat een buitenlands leger een inval uitvoert om hen in het paleis te helpen', zegt ze. 'Over wie zullen ze heersen? (...) Er zijn geen mensen meer over. Ze hebben ze allen gedood of weggejaagd.'

In tranen zegt ze: 'Hoe moet ik Pascal en Elie vertellen dat hun vader niet terug zal komen? Mijn dochter is een jaar oud. Ze kon net het woord 'pappa' zeggen. Nu heeft ze geen vader meer'.

Er is geen plek meer over in het overvolle met bloed bevlekte mortuarium waar de lijken liggen opgestapeld. De lucht is tot honderden meters buiten het beschadigde, drie verdiepingen tellende hospitaal zwaar van de doordringende geur van ontbinding.

Overmand door verdriet proberen familieleden de lichamen te identificeren die veelal zijn misvormd als gevolg van ontploffende granaten. Ze halen het plastic om de lijken los om te kijken. Artsen en verplegend personeel overhandigen geidentificeerde overschotten in witte kisten aan sommige families.

'Hij is dood, hij is dood', mompelt een man tegen zijn moeder. 'Ik herkende hem aan zijn korte haar'. 'Dat is onmogelijk (...) Alle soldaten hebben kort haar. Hij kan niet dood zijn. Ga en kijk nog eens, controleer de vlek op zijn linkerhand', zegt ze. Aarzelend gaat hij weg om het lijk opnieuw te inspecteren, hoewel hij weet dat dit niet nodig is. De meeste families uit de omgeving hebben sinds zaterdag mortuaria en ziekenhuizen bezocht.

'Lieveling, ik heb zo lang op je gewacht. Is dit de manier waarop je bij me terugkeert (...) in een kist', jammert Dalal Saadeh over haar echtgenoot.

Het ziekenhuis verkeert in een chaotische toestand nadat het bij een luchtaanval op het naburige paleis werd geraakt. Slechts twee van de twintig artsen zijn nog aan het werk en twaalf van de tachtig verpleegsters.

Antoine Toumieh, de beheerder van het militaire ziekenhuis, zegt dat zijn mensen ook niet in staat zijn geweest om de gedode soldaten naar hun dorpen ten zuiden van Beiroet te brengen omdat de begrafeniszaak waar het ziekenhuis normaal mee samenwerkt eveneens was verwoest bij de luchtaanval.

'Zijn lijk is op de grond gegooid alsof hij een beest is. Zijn bloed is gedroogd op de grond', snikt Michel Jabbour uit het noorden van Libanon als hij zijn 22-jarige broer aantreft.

Evenals vele anderen uit hij zijn woede over de Syrische aanval op Baabda. 'De honden hebben het land aan de Syriers verkwanseld', zegt hij. 'Ze vieren hun overwinning op de lijken van onze doden.'

'We hebben vijftien jaar lang op allerlei manieren geprobeerd om hen (de Syriers) buiten de deur te houden maar we zijn weer terug bij af. Zij (de Libanese leiders) deden wat ze wilden (...) Ze brachten de Syrische broers hier', oordeelt Makhlouf bitter over de duizenden Syrische soldaten die na de val van Aoun naar Oost-Beiroet zijn gekomen. (Reuter)