Weekstaat der Nederlandsche Bank; Geldmarktrente isbewegingsloos

AMSTERDAM, 17 okt. Als men een grafiek zou maken van de ontwikkeling van de geldmarktrente gedurende de afgelopen weken, dan zou men eenzelfde beeld te zien krijgen als een arts die een laatste blik werpt op de monitor van een zojuist overleden patient. De aanblik van beide grafische voorstellingen geeft voeding aan een en dezelfde hoop: 'mocht er toch maar beweging in zitten!'

Wat de geldmarkt betreft, lijken er geen factoren aan te wijzen die kunnen zorgen voor die beweging. Aan de ultra-korte kant (daggeldrente) zorgt De Nederlandsche Bank (ook afgelopen week) voor ruime verhoudingen, teneinde uit die hoek geen druk uit te oefenen op de langere termijnen.

Aan de lange kant (de kapitaalmarkt) is het wachten op nieuws uit de Golf en nieuwe inzichten over de economische gevolgen van de Duitse eenwording. De fluctuaties van de kapitaalmarktrente zijn onvoldoende geprononceerd om uitstraling te hebben op de geldmarkttarieven.

Tegen deze achtergrond gingen er de afgelopen week grote bedragen rond in de geldmarkt. Zo waren er omvangrijke netto betalingen door het Rijk (waaronder belastingafdrachten) voor een bedrag van fl.3697,6 miljoen. Deze geldmarktverruimende betalingen maakte het voor de Nederlandse banken mogelijk te sparen op het contingentsverbruik. Jongstleden maandag werd een besparing van maar liefst 6 punten genoteerd (verbruik 83 procent, terwijl reeds 89 procent van de contingentsperiode was verstrekende). Dat is twee punten meer dan een week geleden.

Het contingent geeft daarbij aan hoeveel de banken gedurende een periode van drie maanden gemiddeld per dag bij de centrale bank in het rood mogen staan (uitgezonderd de andere steunfaciliteiten, zoals de speciale belening). De huidige contingentsperiode loopt tot 26 oktober.

Om te voorkomen dat de geldmarkt gedurende de laatste dagen van deze contingentsperiode te ruim in het jasje komt te zitten, kondigde De Nederlandsche Bank voor de periode 15 oktober tot 26 oktober een nieuwe geldmarktkasreserve aan van fl.7,3 miljard. Dit is circa fl.730 miljoen meer dan het bedrag dat de gezamenlijke banken tot nu toe bij de centrale bank moesten aanhouden. Bovendien moeten de banken het voor de periode van 15 oktober tot 23 oktober stellen met een fractioneel kleinere speciale belening. Op deze steunfaciliteit wees De Nederlandsche Bank afgelopen maandag fl.4972 miljoen toe, fl.713 miljoen minder dan de voorgaande speciale belening. Het tarief voor de speciale belening bleef onveranderd 8 procent.

Uit de weekstaat blijkt ook een afneming van de voorraad vreemde valuta's (-f. 142,6 miljoen), terwijl op basis van de wisselkoersbewegingen een stijging mocht worden verwacht met zo'n fl.100 miljoen. Het verschil tussen beide wordt veroorzaakt door de om de drie maanden terugkerende swap-transacties van de centrale bank met het Europese Fonds voor Monetaire Samenwerking.

Dat de beleggers de huidige rente 'wel in de boeken willen hebben staan', blijkt uit de aanzienlijke belangstelling voor de jongste staatslening. Deze bracht fl.3,1 miljard op, tegen een uitgiftekoers van 100,05. Dit betekent dat het effectieve rendement fractioneel lager is dan de coupon van de nieuwe staatslening (respectievelijk 9,24 en 9,25 procent).

Bron: NMB Postbank Groep