Vleermuis ten prooi aan onbegrip

De hondsdolle vleermuis, die op een warme zomeravond de achtjarige Ferry Snijders in de Overijsselse gemeente Losser aanviel, kon nog gemakkelijk worden uitgeschakeld door de vader van Ferry. Met een klomp, zoals het Algemeen Dagblad schreef. Daarmee was het incident echter niet gesloten. Ook uit andere delen van het land kwamen meldingen van agressief vleermuizengedrag. De Arnhemse Courant zag zelfs met rabies besmette Vliegende Honden boven de Veluwe. Mogen wij de vleermuis nu indelen bij de pitbull-terrier en de Amerikaanse brulkikker?

Chiropterologen, of vleermuisdeskundigen, schudden bij het horen van deze vraag enigszins geamuseerd het hoofd. Op het gebied van onbegrip en misverstand rond de vleermuis zijn zij wel het een en ander gewend. Ontsporingen bij de pitbull zijn terug te voeren op fokmethoden en aangeleerd gedrag. En hoewel de vleermuis een bijzonder intelligent diertje is, dat zich zelfs in onherbergzame nieuwbouwwijken al snel een plaatsje weet te veroveren, is het niet makkelijk hem iets te leren dat veel verder gaat dan het vinden van zijn drinkbakje.

'De brulkikker is helemaal een geval apart. Daar is sprake van fauna-vervalsing', zegt Wim Bergmans, verbonden aan het Zoologisch Museum, en vanwege zijn internationale reputatie als vleermuisdeskundige bij zijn vrienden beter bekend als Vleermuizen-Wim. 'Het overbrengen van diersoorten naar gebieden waar ze niet horen loopt altijd uit op een ramp voor de inheemse dieren. Kijk naar de bisamrat. Ooit zijn er een paar ontsnapt uit een bontfokkerij, en nu geven we miljoenen uit om het beest te bestrijden. Bij planten zie je hetzelfde. Het zijn juist die taaie, opportunistische rakkers die het ecologische systeem verstoren.'

Proefschrift

Wim Bergmans trekt al jaren over de wereld om taxonomische en bio-geografische gegevens over vleermuizen te verzamelen, materiaal dat moet uitmonden in een proefschrift, dat beoogt de soortenindeling van fruit etende vleermuizen definitief te regelen en de verspreidingsgebieden zo nauwkeurig mogelijk in kaart te brengen. Een nevengeschikte (onderzoeks)doelstelling is de samenhang aan te tonen tussen de verspreiding van vleermuizen en die van bepaalde bomen en planten.

'Zoals wel vaker in de wetenschap lijk je een onlogische weg te bewandelen', stelt Bergmans. 'Je specialiseert je op een klein onderdeel, om een groter verband aan het licht te brengen. Een hoop mensen vinden de vleermuis maar een griezelig beest, en de apenbroodboom, de baobab, mooi en decoratief. Ze vergeten daarbij, of ze weten het niet, dat die twee voor hun voortbestaan volledig van elkaar afhankelijk zijn. In de natuurbescherming wordt nog te veel de nadruk gelegd op de bescherming van bepaalde diersoorten, die het publiek aanspreken; de neushoorn, de olifant of andere grote zoogdieren, zoals die walvissen laatst in het ijs bij Alaska. Of aaibare dieren, zoals de panda. Vleermuizen zijn helaas nog steeds niet erg populair. Hoewel dat ook begint te veranderen.'

Het vleermuisonderzoek is pas aan het begin van de vorige eeuw goed op gang gekomen. Weliswaar schreven Aristoteles en Linneaus, die de vleermuis nog bij de primaten indeelde, er reeds over, het was de Franse geleerde Geoffroy die een soorten-indeling maakte, die nog steeds bewondering afdwingt door wonderbaarlijk goede observaties. Overigens ijvert de onderzoeksgroep rondom de Australische bioloog Pettigrew er nu weer voor de grote fruit-eters opnieuw bij de aap ingedeeld te krijgen. Voor Wim Bergmans is de in 1912 verschenen catalogus van de vleermuisverzameling van het British Museum de standaard. Deze inventarisatie werd geschreven door Knud Andersen, een chiropteroloog, die kort na de verschijning van het boek spoorloos verdween.

Het veldwerk van de vleermuisonderzoeker kenmerkt zich door 'merkwaardige werktijden' 's nachts het oerwoud in om netten te spannen. De verblijfplaatsen overdag zijn vaak moeilijk bereikbaar. Sommige soorten hangen in hoge bomen, andere verblijven in afgelegen grotten. Bij zijn speurwerk krijgt Bergmans steun van de plaatselijke bevolking, die vooral culinair in de vleermuis geinteresseerd is: 'Daar kijken wij Westerlingen misschien een beetje raar tegenaan, maar zeker nu het grote wild schaars aan het worden is, voorziet het bushmeat, waaronder de vleermuis, in de eiwitbehoefte. Van de grotere soorten worden de borst- en armspieren gegeten, de kleintjes worden geroosterd en met huid en haar opgegeten, ongeveer zoals de Romeinen muizen aten. Op de markt hoor je dan waar ze die beesten gevonden hebben, en dan kan het gebeuren dat ik nog dezelfde middag op mijn buik door een afwateringsbuis kruip om te kijken wat er zoal hangt.'

Zelf heeft Bergmans nog nooit een vleermuis gegeten, hoewel het er in Nigeria bijna een keer van gekomen was: 'Een Afrikaanse collega had mij op het eten genodigd. Die zei aan tafel: we vonden eigenlijk dat we je vleermuis voor moesten zetten, maar mijn vrouw en ik houden er zelf niet zo van.'

Wil Bergmans het eten van vleermuis in arme Derde-wereldlanden nog wel door de vingers zien, anders ligt dat in het gebied van de Stille Zuidzee: 'Op Guam is een van de twee soorten vliegende honden geheel uitgeroeid, alleen voor de consumptie. En dat is een rijk eiland. De vleermuis ligt daar diepgevroren in de supermarkt, naast de kabeljauw en de sinaasappels. Dat is echt weerzinwekkend. Als je daarbij bedenkt dat 40 procent van het tropisch

woud op Guam voor zijn voortbestaan van die twee soorten vleermuizen afhankelijk is, krijg je een indruk wat dat voor gevolgen heeft op langere termijn. Die boomsoorten gaan pas over tientallen jaren verdwijnen, maar het kwaad is nu al geschied.'

Lindaan

Mag het eten van vleermuis wellicht nog beschouwd worden als een uitwas van decadentie, een ernstiger bedreiging voor de vleermuis vormt de landbouw. Door het gebruik van insekticiden worden niet alleen de insekten bestreden, maar ook de vleermuissoorten die van die insekten afhankelijk zijn. Fruit etende vleermuizen hebben vooral te duchten van onwetende plantagehouders, die soms hele kolonies met lindaan uitroeien: 'Terwijl de vleermuis alleen vliegt op overrijpe vruchten, die voor de handel toch niet interessant zijn.' Overigens heeft met name de epaulet-vleermuis het vooral begrepen op wilde vijgen.

Hoewel de vleermuis meer te vrezen heeft van de mens dan andersom, zijn er toch nog zo'n duizend verschillende vleermuissoorten op de wereld. Op de knaagdieren na is het de grootste zoogdierengroep. Het is waarschijnlijk ook de individuen-rijkste groep, hoewel de biologen hier een slag om de arm houden, omdat de vleermuis zich maar moeilijk laat tellen. Met name in Thailand, met 120 verschillende soorten vleermuizen toch al rijk bedeeld, komen kolonies voor van soms miljoenen stuks. Vooral de insektenjagende soorten worden daar gewaardeerd om de guano, de uiterst vruchtbare vleermuismest. Via een vergunningenstelsel worden de vaak metersdikke mestlagen per grot geexploiteerd.

Wordt de vleermuis in China beschouwd als een symbool van voorspoed en geluk, in onze Westerse cultuur is hij door zijn raadselachtige leefgewoonten door de eeuwen heen vooral geassocieerd met het kwade. Vleermuizen houden zich immers op in spookachtige ruines en op verlaten kerkhoven. Nog tot na de Tweede Wereldoorlog werden de weerloze beestjes bij wijze van duivelverdrijving tegen Limburgse kerkdeuren gespijkerd. Hoeveel schade Bram Stoker met zijn griezelroman Graaf Dracula aan de vleermuizenstand heeft berokkend valt onmogelijk te becijferen. Het vampiergeloof sloot goed aan bij bestaande angsten. Er bestaan weliswaar vleermuissoorten die zich voeden met het bloed van prooidieren, maar die leven in Midden-Amerika, waar ze nooit groter worden dan een centimeter of tien.

Ook de berichten in de krant over hondsdolle vleermuizen wakkeren de oude angsten aan. 'Ik krijg soms mensen aan de telefoon die totaal in paniek zijn', vertelt Peter Lina van de afdeling Natuurbeheer op het Ministerie van landbouw. 'De mensen lezen iets over hondsdolheid, en nemen dan 'abnormaal' gedrag waar bij vleermuizen. Dan komt er een melding binnen van een vleermuis die al twee dagen aan een muur in de zon hangt. Uit ringonderzoek blijkt dan dat zo'n beest een jaar later kerngezond wordt teruggevonden in een kraamkolonie in Letland. Die was gewoon uitgeput na 1.500 kilometer vliegen.'

Op het ministerie adviseert men in gevallen van twijfel de vleermuis liever niet met de blote hand aan te pakken, omdat sommige soorten kunnen bijten: 'Daar is verder niets abnormaals aan, dat doet een kanarie ook, als je hem uit de kooi pakt. Maar aanvallen zal een vleermuis uit zichzelf nooit doen.'

Lichtpuntje

Gerhard Glas, lid van de Nederlandse Commissie Vleermuisbescherming, ziet wel een lichtpuntje in de commotie: 'Het is vooral angst uit onwetendheid. Dit is een aanleiding om de mensen voor te lichten. Het heeft ook altijd een stroom van meldingen tot gevolg, zodat we weer beter inzicht krijgen in de verspreiding. En je kunt de mensen nog eens uitleggen dat vleermuizen niet knagen, en dat als ze lawaai maken op zolder, dat ze dan waarschijnlijk jongen hebben. Je merkt dan dat de mensen er gaandeweg aardigheid in krijgen dat ze die beestjes in de buurt hebben.'

Vanaf 1973 is de vleermuis in Nederland wettelijk beschermd. De bescherming steunt in belangrijke mate op de gegevens die worden ingezameld door de Stichting Vleermuisonderzoek, opgedeeld in provinciale vleermuiswerkgroepen. Vooral de uitvinding van de batdetector, een apparaatje dat de ultrasone geluidsgolven opvangt en op een schermpje weergeeft, heeft het inzicht vergroot in de verspreiding van de bijna twintig in ons land voorkomende vleermuissoorten. Zo weten we dat de ruige dwergvleermuis wat algemener voorkomt dan werd aangenomen, en ook de franjestaart lijkt weer wat toe te nemen. Maar waakzaamheid blijft geboden. Voor de mopsvleermuis en de twee soorten Limburgse hoefijzerneuzen kwam de bescherming te laat.

    • Arthur Belmon