Timmeren helpt jongens uit Marokko aan diploma

HAARLEM, 17 okt. Op het grasveld bij de Lieven de Key Krelageschool staat een 'multifunctioneel bouwwerk', een huis dat ook als kantoor dienst zou kunnen doen.

Hier hebben Marokkaanse jongens geleerd hoe je een fundering legt, wat metselen is en wat je moet doen als een plank scheef is afgezaagd. In een loods een eindje verderop wordt een houten boot gebouwd, type 'Van de Stadt 40 voet'. Wie zo'n boot bouwt leert fijn timmeren, hout buigen en netjes werken.

De Haarlemse school experimenteert met een 'leerwerkproject' voor Marokkaanse jongens. Het project beantwoordt aan een belangrijke doelstelling van het regeringsbeleid van sociale vernieuwing: het verbetert de positie van een zwakke groep op de arbeidsmarkt. Toch moet de school elk jaar weer om subsidie bedelen, is een docent wegens de voortdurende onzekerheid vertrokken en komt het geld uit steeds andere potjes.

Het leerwerkproject is opgezet toen zich twee schooljaren achtereen een groep van eerst zeven en toen negen Marokkaanse jongens tussen de 16 en 18 jaar aanmeldde. De jongens waren nog maar kort in Nederland. Ze hadden in een internationale schakelklas een beetje Nederlands geleerd maar het stond wel vast dat ze op Lieven de Key, een school voor individueel technisch onderwijs, weinig kans hadden het diploma te halen. In elk geval zouden ze er langer over doen dan de twee jaar die ze ervoor kregen wegens hun leeftijd waren ze in de derde klas geplaatst.

De school besloot het anders aan te pakken. Het gewone lesprogramma van 25 uur per week moest worden uitgebreid tot een 38-urige werkweek. In de extra uren zou een 'werkmeester' de jongens praktijklessen geven. Op deze manier zouden ze 'Nederlands op de werkvloer' leren en tegelijk kennismaken met de praktijk.

Directeur L. Schaap: 'De stereotype klacht over buitenlandse bouwvakkers luidt dat ze met een hamer komen aanzetten als je om een combinatietang vraagt. Dat wilden we voorkomen. En we wilden ervoor zorgen dat de jongens in twee jaar het diploma haalden.'

Er was een probleem: het leerwerkproject paste in geen enkele regelgeving. Niet dat het ministerie van onderwijs het verbood. Het ministerie schrijft alleen een minimum aantal lessen voor, geen maximum. Men vond het bovendien een goed idee.

Maar geld voor de extra uren was niet beschikbaar. De school kreeg elk jaar 55.000 gulden 'cumi-geld' voor culturele minderheden, dat moest genoeg zijn. Ook het Gewestelijk Arbeidsbureau, met het vooruitzicht van minder werkloosheidsuitkeringen, was gecharmeerd van het leerwerkproject. Alleen: geld overmaken aan een school was onmogelijk.

De oplossing werd gevonden in de oprichting van een stichting, met Schaap als voorzitter, de adjunct-directeur als secretaris en een administratieve medewerkster als penningmeester. Aan een stichting kon het arbeidsbureau immers wel geld beschikbaar stellen. Vanaf 1987 heeft de school nu 150.000 gulden per jaar ontvangen voor twee werkmeesters. Bij de oprit van de school staat sindsdien een bord dat gewoonlijk bij bouwputten wordt aangetroffen, met de naam van een architectenbureau, een houthandel, een autobedrijf en nog meer BV's. Zij zijn de andere sponsors, voornamelijk voor materiaal. Ook het ontwerpbureau Van de Stadt figureert op het bord.

Dankzij het project zijn 18 jongens er inderdaad in geslaagd in twee jaar een diploma te halen. Ze hebben gemakkelijk werk gevonden: door de gesimuleerde bouwpraktijk weten ze zich op de werkvloer goed te redden. Werkgevers die het project kennen zijn enthousiast.

Toch kreeg Schaap vorige week van het arbeidsbureau te horen dat de subsidie dit jaar niet doorgaat. 'De overheveling van loonkostensubsidies naar de kaderregeling scholing is door het directoraat voor de arbeidsvoorziening geblokkeerd', heette het. De directeur van het arbeidsbureau vindt het jammer: 'Het is een goed project.' Misschien kan de school nog aanspraak maken op het geld voor allochtonen dat Haarlem volgend jaar krijgt.

Schaap is wel wat gewend. Eerder dit jaar blokkeerde het ministerie van onderwijs de subsidie voor het project 'voortijdige schoolverlaters'. Hij moest drie docenten ontslaan. Toen het ministerie later op het besluit terugkwam, was alleen de coordinator nog over. Nu zijn er nieuwe docenten aangetrokken. 'We gaan lobbyen en dan lukt het wel weer', zegt de directeur. De werkmeesters heeft hij maar niets verteld: het zou hun motivatie geen goed doen als zelfs een jaarcontract niet langer veilig is. Een werkmeester heeft hij al verloren, dat is wel genoeg.

Maar raar vindt de directeur het wel: 'We proberen hier jongens te helpen die de krant halen omdat ze jeugdbendes vormen. En uitgerekend onze school krijgt met dit soort regelgeving te maken.'