REDDELOOS ZONDER EEN 'FIX'

'Fix' is een typisch Amerikaans woord. Het betekent zoiets als oplossing. Zoals dat gaat met typische woorden typeert 'fix' een mentaliteit. Amerikanen zijn goed in het 'fixen' van zaken. Geef ze een probleem - een onder de voet gelopen Europa of Koeweit, een vastgelopen bedrijf of een hoogoplopende ruzie - en zij staan klaar met een 'fix'. Het doet er niet toe hoe groot het probleem is en hoe ingrijpend de 'fix', ze doen het. Alleen wanneer er geen voor de hand liggende 'fix' is, zijn Amerikanen onthand en doen zij gekke dingen. Zoals nu.

De Amerikaanse economie zit diep in de problemen. Daarover is ongeveer iedereen het eens. Het is nog te vroeg om van een recessie te spreken - daarvoor moet de totale produktie in twee achtereenvolgende kwartalen dalen - maar dat de groei eruit is staat vast. De industriele sector heeft sinds januari een half miljoen banen verloren. Dat de werkloosheid nog maar met een half procent is gestegen - tot 5,7 procent - is alleen te danken aan een verrassende terughoudendheid van werkzoekenden. De huizenmarkt is ronduit zwak en staat in verschillende regio's op instorten. De Amerikaanse consumenten die met hun vrijgevendheid grotendeels verantwoordelijk waren voor de indrukwekkende groei van de afgelopen zeven jaar, houden de hand op de portemonnee. Hun probleem is dat ze tot over de oren in de schuld zitten.

Het grootste probleem is evenwel de financiele sector. De grote banken, zoals Chase Manhattan, zijn overbelast met leningen aan Brazilie, Argentinie en andere landen die moeite hebben de rente te betalen. Een tijd lang hebben de bankdirecteuren de harde werkelijkheid niet onder ogen willen zien maar onder druk van overheidsinstanties zijn ze onlangs begonnen met het afschrijven van deze leningen. Het resultaat: enorme verliesposten en een dramatische val in de koers van bankaandelen. Of dat nog niet genoeg is, krijgen alle banken, groot en klein, de rekening gepresenteerd voor hun gulheid van de afgelopen zeven jaar. Het leek wel of geen project te gek was voor de banken. 'Nog een winkelcentrum? Natuurlijk. Hier is twintig miljoen dollar.' Zolang de prijzen voor onroerend goed bleven stijgen, zaten de banken goed. Momenteel zakken de prijzen angstaanjagend snel en dus zitten de banken goed fout. Voor de hypotheekbanken is het verlies op een slordige 500 miljard dollar geraamd - een derde van de totale schuld van de Amerikaanse overheid of, als dat meer zegt, het dubbele van wat de Nederlandse economie omzet in een jaar. Felix Rohatyn, een toonaangevende bankier, zegt dat hij zich in de afgelopen veertig jaar nog nimmer zoveel zorgen heeft gemaakt als nu.

Met al deze problemen weten Amerikaanse politici zich geen raad. Als een stel bezetenen hebben ze zich op de begrotingsproblematiek gestort alsof een tekort van 290 miljard dollar hun grootste probleem is en alsof terugdringen van dat tekort een 'fix' is voor alle problemen. Als we nu veertig miljard bezuinigen, zo luidt de gangbare redenering, dan gaat de rente omlaag (omdat de overheid dan minder hoeft te lenen). Dat betekent een stimulans voor de huizenmarkt (een lagere hypotheekrente betekent meer koopkracht) en het zal de financiele sector behoeden voor een ineenstorting. Jammer genoeg klopt deze redenering op geen enkele manier. De minimale bezuinigingen over het komend jaar zullen de rente niet omlaag brengen. En ook al gebeurt dat wel, dan zal de reactie van huizenkopers beperkt zijn. Hoe dan ook, de 500 miljard van de hypotheekbanken blijft uitstaan.

Het probleem voor Bush en de zijnen is dat er geen 'fix' voor hun problemen is. De gebruikelijke middelen ter bestrijding van een recessie staan hun namelijk niet ter beschikking. Zowel een Keynesiaans als een monetair beleid zijn onder de huidige omstandigheden onuitvoerbaar.

Het Keynesiaanse denken schrijft een stimulans voor in de sfeer van de bestedingen. De overheid zou de terugval in de particuliere vraag moeten compenseren door zelf meer te besteden. Dat kan momenteel niet omdat de overheid al te veel uitgeeft. Het monetaire denken suggereert een verhoging in de geldhoeveelheid om de rente omlaag te brengen en bestedingen te stimuleren. Dat kan ook niet want dat zou meer inflatie kunnen betekenen en de inflatie is al aan het toenemen.

Zelfs als Alan Greenspan, het monetaire opperhoofd, de rente omlaag zou willen brengen, is het de vraag of hij daartoe in staat is. De VS zijn namelijk in grote mate afhankelijk van buitenlands kapitaal en buitenlanders, de Japanners voorop, willen niet meer zo graag. Japanse investeerders kunnen thuis bijna dezelfde rente krijgen die Amerikanen betalen en Europese investeerders zien nieuwe mogelijkheden in Oosteuropese projecten. Vroeger kwam het geld in moeilijke tijden vrijwillig naar de VS - de Amerikaanse economie was een toevluchtsoord. Nu moeten de Amerikanen bedelen om buitenlands geld. De beste argumenten daarvoor zijn een hoge rente en een stabiele economie. Jammer genoeg gaan die twee deze keer niet samen: de rente is al hoger dan goed is voor de Amerikaanse economie.

Er is niets aan te doen. Amerikaanse beleidsmakers zijn met handen en voeten gebonden terwijl de economie op een recessie afstevent. Ze kunnen de situatie alleen verslechteren. Met hun gretigheid voor een snelle fix, is de kans daarop alleszins aanwezig.