Nobelprijs fysica voor quarkmodel

STOCKHOLM, 17 okt. De Nobelprijs voor natuurkunde is vanmiddag toegekend aan twee Amerikanen, Jerome I. Friedman en Henry W. Kendall, en de Canadees Richard E. Taylor. Volgens het Nobelcomite van de Zweedse Academie van Wetenschappen heeft hun pionierswerk op het gebied van diepe inelastische verstrooiingen van elektronen aan protonen en gebonden neutronen geleid tot het quarkmodel in de deeltjesfysica. Zij moeten de prijs van vier miljoen Zweedse kronen delen (1,25 miljoen gulden).

Friedman (60) en Kendall (63) zijn beiden hoogleraar natuurkunde aan het Massachusetts Institute of Technology in Boston. Taylor (60) is hoogleraar natuurkunde aan de Stanford University in Californie.

De drie prijswinnaars 'vonden duidelijke aanwijzingen dat er een structuur moest bestaan binnen de protonen en neutronen van de atoomkern', aldus het Nobelcomite. Wat nu bekend staat als het SLAC/MIT-experiment heeft de weg geeffend voor verdere onderzoekingen van de materie. Het experimentele werk werd uitgevoerd in de jaren zestig en zeventig. Daarmee krijgen zij achteraf erkenning voor dit werk. In 1984 werd aan de Italiaan Carlo Rubbia en de Nederlander Simon van der Meer de Nobelprijs gegeven voor werk dat al veel verder ging dan het quarkmodel.

Het quarkmodel is cruciaal in de natuurkunde, vergelijkbaar met de kern in het atoom. Volgens het Nobelcomite 'vormde het SLAC/MIT-experiment een herhaling, zij het op een dieper niveau, van dat dramatische moment in de geschiedenis van de natuurkunde van de ontdekking van de atoomkern'. Opmerkelijk is dat dit experiment aanvankelijk was opgezet als een routine-experiment waarvan men geen uitzonderlijke uitkomst had verwacht. Het werk werd uitgevoerd met de Stanford Linear Accelerator en aan het MIT. (AP, UPI, AFP)