MEDELEVEN HEEFT ZIJN GRENZEN

Het Westen heeft tientallen jaren een moralistisch vingertje geheven als in het Oostblok mensenrechten werden geschonden. Vervolgens heeft het Westen kromgelegen van bewondering voor de voltrekking van de Fluwelen revoluties. Maar nu? Nu moet Oost-Europa even wijken, nu moeten die nieuwe Oosteuropese leiders, die leuke nieuwe Tsjechoslowaakse president en die melancholieke Poolse premier, even niet zeuren, we hebben iets anders aan ons hoofd. Er wordt een nieuw IJzeren Gordijn opgetrokken door het vrije Westen. Het zou zinvoller zijn het Oosten te hulp te komen, niet met lof en mooie woorden, die eeuwige warme douche van onverplichtend medeleven, maar met daadwerkelijke hulp.

Een half jaar lang, van de Poolse verkiezingen van juni tot en met de Roemeense revolutie in december, heeft vorig jaar het Westen krom gelegen van bewondering voor de Oosteuropeanen: eindelijk was het zover, eindelijk kregen de volkeren van Oost-Europa een kans waarop zij en wij anderhalve generatie hadden zitten wachten, en ze grepen die kans ook, rustig, vreedzaam, waardig, beschaafd. En daar tuimelden de regimes, een voor een, en bijna zonder bloedvergieten: fluwelen revoluties.

Een jaar na dato groeit in het Oosten, het democratische Oosten, de onvrede: wat heeft de democratie nu eigenlijk gebracht? Vrije verkiezingen, zeker, democratisch gekozen parlementen, een Duitse eenheid ook. Maar verder? Verder vooral misere: nog legere winkels, massawerkloosheid, inflatie, ingezakte produktie, snelle verpaupering en veel, heel veel gekanker: de euforie is vervlogen, de bevrijding, met zoveel moed en zoveel wijsheid bevochten en uit het Westen zo luid toegejuicht, kleedt zich in de tweede helft van 1990 in allengs somberder kleuren, de kleuren van desillusie, teleurstelling, angst en onzekerheid.

En waar is het Westen eigenlijk? Het Westen, dat rijke, rijpe, democratische Westen dat vijfenveertig jaar lang zo begaan was met het lot van de Oosteuropese burgers, waar is het nu? Bijna twee generaties lang heeft dat Westen de stalinisten en de post-stalinisten de les gelezen: mensenrechten werden geschonden, vrijheden werden genegeerd, de regimes ginds moesten eens naar het Handvest van de VN kijken, naar de Slotakte van Helsinki. Vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vereniging en vergadering, reisvrijheid, persvrijheid van Gomulka en Jaruzelski, Ceausescu, Kadar tot Husak, ze hebben het van heel de westerse wereld decennia lang te horen gekregen. Tientallen jaren lang werd het moralistische vingertje belerend en bestraffend opgestoken als er ergens een Praagse Lente werd verkracht, als er een staat van beleg werd uitgeroepen, als er prikkeldraad werd opgetrokken, Schiessbefehle werden uitgevaardigd, dorpen werden gesloopt, minderheden werden onderdrukt en opposanten werden opgesloten. We hebben die opposanten geeerd, met speciale comite's en actiegroepen, met speciale prijzen, Nobelprijzen, literaire prijzen, Erasmusprijzen, met diplomatieke demarches en openbare protesten, al die tijd: decennia van calvinistisch moralisme, van medeleven-op-afstand met de Gewone Man die in het Oosten zo bruut werd onderdrukt.

En nu? Tsja. De fluwelen revoluties zijn voorbij. We hebben genoten, het waren mooie revoluties, het waren revoluties met een zeer hoge amusementswaarde: spanning en sensatie, en het liep nog goed af ook, want het Kwaad beet in het zand.

Maar nu? The show is over. Nu hebben we overgeschakeld naar een ander net en nu moet Oost-Europa even wijken, nu moeten die nieuwe Oosteuropese leiders, die leuke nieuwe Tsjechoslowaakse president en die melancholieke Poolse premier, even niet zeuren, we hebben iets anders aan ons hoofd, er is een Golfcrisis en er zijn bejaarden met een piepklein pensioen en er zijn algemene beschouwingen, verkiezingen, begrotingsproblemen, drugsproblemen, milieuproblemen, er zijn cellentekorten en de normen kalven af, we zijn zelf ziek, voor Oost-Europa hebben we even geen tijd. En geld hebben we trouwens ook niet.

Niet zeuren? Polen heeft een buitenlandse schuld van 46 miljard dollar, Hongarije van twintig miljard, Bulgarije van tien miljard. Er is geen schijn van kans dat die landen die schuld ooit zullen kunnen betalen. Zelfs als het oplappen van de door het socialisme achtergelaten ruine vlekkeloos en kosteloos zou verlopen wat helaas niet het geval is omdat er eerst een economie moet worden afgebroken, miljoenen werkloos raken en vervolgens een economie moet worden opgebouwd zou er geen denken aan zijn dat Polen het komende decennium vijf miljard dollar per jaar op tafel kan leggen, zijnde de jaarlijkse rente op zijn schuld. Polen heeft tussen 1981 en 1989 in totaal achttien miljard dollar aan rente en aflossing betaald en toch door de rente zijn schuld zien groeien van zesentwintig tot eenenveertig miljard dollar.

Dat het Westen niet op die 46 miljard dollar moet rekenen weet men in Warschau en weet men in het Westen. Voor 1990 is Polen uitstel van betaling gegeven. Polen heeft al in april kwijtschelding van tachtig procent van de schuld gevraagd, wijzend op de Marshall-hulp uit het verleden, wijzend ook op het precedent van 1953, toen het Westen Duitsland grootmoedig 70 procent van zijn buitenlandse schuld kwijtschold om het land economisch weer op de been te helpen. Polen heeft het verzoek vrijdag nog eens herhaald. Maar helaas, George Marshall is al dertig jaar dood en er is deze maand nog net zo min gereageerd als in april, ook al zijn de omstandigheden voor Polen, met een Golfcrisis en gestegen olieprijzen die Warschau drie miljard dollar per jaar kosten, alleen maar verslechterd en al begint de schuldenlast het hervormingsproces parten te spelen. Nee, vindt het Westen, Polen moet niet zeuren, Polen moet betalen. En hervormen moet het ook want we willen geen sociale onrust in het Oosten.

Het begrip in het Westen over de gemeenschappelijke zaak is vervlogen, zo stelde de Tsjechoslowaakse premier, Marian Calfa, dinsdag. De Hongaarse premier Jozsef Antall, vrijdag in Den Haag: 'Overal waar ik kom krijg ik te horen dat Hongarije stabiel moet blijven. Maar het is ondenkbaar dat we onze crisis zonder Westerse hulp kunnen oplossen. Zonder investeringen blijft Oost-Europa niet stabiel. Het is in het belang van heel Europa dat Hongarije slaagt bij zijn economische wederopbouw. Als we niet slagen, kunnen sociale problemen tot politieke spanningen leiden. Het proces van de verpaupering kan een proces van sociale emigratie van Oost naar West op gang brengen. We kunnen zelfs een situatie bereiken waarin men in het Westen met enige nostalgie terugdenkt aan het IJzeren Gordijn, ' aldus Antall, voordat hij, na het eerste bezoek van een Hongaarse premier aan Nederland in de geschiedenis, naar Boedapest terugkeerde beladen met veel lof, want loftuitingen zijn gratis, maar verder met voornamelijk lege handen.

Wat voor Polen en Hongarije geldt, geldt evenzeer voor Tsjechoslowakije, dat voor zeven miljard dollar in het krijt staat, voor Bulgarije, dat zijn aflossingsbetalingen heeft moeten staken, en voor Roemenie.

Hoe behandelt het Westen Roemenie?

R Roemenie heeft, sindsomverwerping van het regime van Nicolae Ceausescu, een grove foutgemaakt: de nieuwe machthebbers riepen midden juni, in een vlaag van paniek, de mijnwerkers uit de Jiu-vallei te hulp om in Boekarest na twee maanden van rumoerige protesten de oppositie mores te leren. Men zag die fout snel genoeg in, zowel die machthebbers als de mijnwerkers zelf, maar het Westen heeft dat nieuwe bewind die fout zeer kwalijk genomen: hier immers toonde dat nieuwe bewind van de heren Iliescu en Roman duidelijk aan met oude, verfoeide middelen te werken. Was dat nu Roemeense democratie? Dat hadden we niet bedoeld. En dicht ging de Westerse kraan: de EG-landen besloten Roemenie in de ban te doen en alle hulpprogramma's voor een maand of drie in de ijskast te zetten.

Het was een heel snel oordeel. Een heel arrogant oordeel ook. Want het Westen vergat iets. Het vergat de hel waar de Roemenen toen net uit te voorschijn waren gekomen, het vergat de door zoveel jaren van tirannie veroorzaakte trauma's. Het vergat in zijn morele verontwaardiging over die mijnwerkers ook dat wij in het Westen bijna anderhalve eeuw hebben kunnen schaven aan het systeem dat wij parlementaire democratie noemen. We hebben in die anderhalve eeuw in meerderheid relatief ongestoord door autocratische of totalitaire leiders en systemen ook de politieke cultuur kunnen opbouwen zonder welke geen democratie kan bestaan, een cultuur van tolerantie, wederzijds respect, politiek fatsoen, een cultuur van redelijkheid, van compromissen sluiten, van politiek leven en laten leven. Het Westen vergat in juni even dat de Roemenen dat verleden missen, dat ze van dichtbij nooit tolerantie, wederzijds respect en politiek fatsoen hebben gezien, en dat het wellicht niet netjes is uit de luie leunstoel van anderhalve eeuw democratische evolutie te verwachten dat de Roemenen die politieke cultuur binnen zes maanden uit het niets te voorschijn toveren.

Het Westen maakte het Oosten in juni een ding duidelijk: de ge ringste vergissing van het Oosten op de weg naar die nieuwe democratie wordt afgestraft, bij vergissingen gaat de knip dicht, ook al creperen er de kinderen in de restanten van Ceausescu's kindergoelag, ook al hongeren hun ouders, en zelfs al speelt de straf de verkeerde mensen in de kaart: het bewind in de eerste plaats, maar ook chauvinisten en populisten. Miljardenschulden zijn wellicht abstract. Wordt de Gewone Man uit het Oosten dan beter behandeld? Daar ging het toch om? Hebben we niet, in ons warme, vrije, rijke, democratische Westen, die ondemocratische regimes in het Oosten al die decennia voorgehouden dat ze met hun IJzeren Gordijn hun burgers gevangen zetten?

Nu, in 1990, mogen die burgers vrij reizen en tot onze schrik reizen ze ook vrij, en we weten plots niet hoe snel we de grenzen moeten dichtgooien. De Oosteuropeaan die eindelijk gebruik maakt van het recht dat wij zo lang hebben bepleit, ziet zich gesteld tegen een lawine van pesterijen en problemen waarmee het Westen zich beschermt als ze onze kant op dreigen te komen. We laten niet allemaal, maar de meesten van ons de Roemenen een week in de rij staan voor een visum, in de regen, dag en nacht. We laten Polen een kwart maandloon voor een visum betalen en we laten hen vervolgens een paar weken op dat visum wachten, ten slotte beschikken we over een visadienst die eerst moet uitzoeken of die Pool niet ooit illegaal een bloembol heeft gepeld, voor een hongerloon waarvoor een Nederlandse werkloze zijn neus ophaalt. En als ze een visum voor drie maanden vragen, geven we hun een visum voor een week, en we zeggen er bij dat ze de komende drie maanden niet om een nieuw visum kunnen vragen. Om naar Amerika te gaan moeten Polen bewijzen bewijzen? dat ze naar Polen terugkeren, ze moeten bewijzen onroerend goed te bezitten, ze moeten afrekeningen van hun bankrekeningen overleggen en ze moeten hun familie thuislaten. Oostenrijk stelt haastig de visumplicht voor Polen en Roemenen weer in en verlangt van Roemenen dat ze een fors bedrag aan valuta bij zich hebben. Duitsland geeft Roemenen slechts een visum of transitvisum als ze het in Boekarest aanvragen niet als ze dat in Parijs of Amsterdam doen, en verlangt van bejaarde Roemenen die hun onder Ceausescu gevluchte kinderen bezoeken en hun verblijf in Duitsland willen verlengen een AIDS-test, uit te voeren op eigen kosten natuurlijk. Nederland laat bollenpellers uit Engeland en Ierland overkomen en stuurt Polen die bollen pellen de politie op het dak, want de Oosteuropeanen moeten wel begrijpen dat politierazzia's niet alleen onder het socialisme voorkomen. En de Roemeen die het in zijn hoofd haalt in dit land politiek asiel te vragen wordt voor die bravoure als crimineel behandeld en gevangen gezet, desnoods wekenlang: welkom, vrije Oosteuropeaan, in het vrije West-Europa! Duitsland schaft later dit jaar de visumplicht voor Polen af Nederland laat de Polen nog rustig weken wachten.

Zo wordt, om premier Antall te citeren, een nieuw IJzeren Gordijn opgetrokken, door de staatslieden en would be-staatslieden van het vrije Westen, het rijke Westen, het menslievende Westen, van Bush tot Vranitzky, van Kohl tot Kosto. Medeleven heeft zijn grenzen. Natuurlijk er zijn Oosteuropeanen die zich misdragen, er zijn er die misbruik maken van regels en vrijheden, heiligen zijn in Oost-Europa al even schaars als hier. Maar het Westen straft geen individuele zondaars, het straft elke Oosteuropeaan. Het vernedert de bejaarde Oosteuropeaan die zijn kind wil bezoeken net zoals het de Oosteuropese zwarthandelaar bestraft. Nu die Oosteuropeanen zich eindelijk onder de vernederingen van het socialisme hebben uitgewurmd begint het Westen hen te vernederen, door Polen en Roemenen te bestempelen tot de paria's van het bevrijde Europa.

En natuurlijk het Westen is geen luilekkerland: het geld groeit er niet aan de bomen, zoals veel Oosteuropanen, na zoveel jaren van leugens gewend het tegendeel te geloven van wat hun wordt verteld, schijnen te denken. En zeker er zijn regels en regeltjes, wetten, verordeningen en afspraken, Polen is geen lid van de EG en Ierland wel, en dus mag de Ier bollen pellen en de Pool niet.

Maar toch, als het Westen een arm en daardoor sociaal en politiek instabiel Oost-Europa langs zijn oostgrens schept door het, alle eigen problemen ten spijt, nu af te laten weten, als het een nieuw IJzeren Gordijn wil optrekken en daarmee alle mooie idealen over een verenigd Europa overboord zet nu dat verenigde Europa eindelijk kan worden gerealiseerd, verraden de Westeuropeanen als Europeanen, als christen-democraten, als sociaal-democraten en als liberalen, hun eigen politieke en menselijke credo. Het zou in elk opzicht zinvoller zijn het Oosten te hulp te komen, niet met lof en mooie woorden, die eeuwige warme douche van onverplichtend medeleven, maar met daadwerkelijke hulp, in de vorm van tegemoetkomingen in het schuldenprobleem, de beeindiging van pesterijen voor burgers, het stimuleren van investeringen. Misschien dat we dan de tijd nog beleven dat een Pool niet is aangewezen op het illegaal pellen van bollen in Noord-Holland om voor die waarlijk zuur verdiende centen in eigen land iets op poten te kunnen zetten. Misschien ook dat we dan kunnen voorkomen dat een man als Lech Walesa zoals hij zondag deed uitroept dat er, als hij president van Polen wordt, een moratorium van vijftig jaar komt op de betaling van rente en aflossing van de buitenlandse schuld. En misschien dat we dan ook zonder schaamte kunnen nalezen wat we in het verleden mensen als Brezjnev, Husak en Ceausescu hebben voorgehouden.