Kraakarrest helpt OM bij 'bewijsnood'; Jurisprudentie Hoge Raad heeft wellicht consequenties voor Groningse krakers

ROTTERDAM, 17 okt. Deelnemers aan krakersrellen kunnen niet zonder meer vervolgd worden wegens openlijke geweldpleging 'in vereniging'. Wel is de kans groot dat zij veroordeeld kunnen worden als lid van een criminele vereniging. Dit volgt uit een aantal arresten die de Hoge Raad gisteren en op 9 oktober gewezen heeft in cassatieberoepen van Amsterdamse en Nijmeegse activisten.

De jurisprudentie van het hoge rechtscollege heeft actuele betekenis in de zaak van de 125 krakers en hun sympathisanten die in juli veroordeeld werden door de rechtbank in Groningen wegens hun deelname aan de gewelddadigheden rond de ontruiming van het Wolters Noordhoff Complex, een groot kraakpand in het centrum van Groningen.

In mei dit jaar werden ruim honderd activisten gearresteerd bij de gewelddadige ontruiming van dat pand. Bij de rellen werd voor miljoenen guldens schade aangericht aan publieke- en prive-eigendommen. Tegen de vonnissen die de rechter na een massaproces in juli wees gingen zowel het openbaar minsterie als de krakers in hoger beroep. Dit beroep zal naar verwachting in april volgend jaar behandeld worden door het gerechtshof in Leeuwarden.

Het openbaar ministerie heeft tegen de Groningse krakers vervolging ingesteld wegens het overtreden van de artikelen 140 en 141 van het Wetboek van Strafrecht. Artikel 140 stelt onder meer deelname strafbaar aan een vereniging 'welker oogmerk het is gedurende enige tijd' misdrijven te plegen. Artikel 141 richt zich tegen openlijke geweldpleging 'in vereniging'. De rechtbank in Groningen achtte overtreding van artikel 140 niet bewezen en sprak de verdachten daarvan vrij. De krakers zouden volgens het vonnis niet het plan hebben gehad 'gedurende langere tijd' misdrijven te plegen. Wel werden de verdachten veroordeeld wegen het openlijk en in vereniging plegen van geweld. De rechtbank stelde 'dat het niet noodzakelijk is dat de gedraging van de medepleger openlijk plaatsvindt, mits maar vaststaat dat het gepleegde geweld zelf openlijk heeft plaats gehad'. Hierbij gaven de Groningse rechters een zeer ruime uitleg aan dit artikel. Het werd mogelijk ook mensen die zeiden dat zij tijdens de gewelddadigheden in het pand waren om 'koffie te zetten' of 'broodjes te smeren' wegens openlijke geweldpleging te veroordelen.

Op 9 oktober vernietigde de Hoge Raad de arresten van het Amsterdams Gerechtshof waarin drie Amsterdamse krakers tot vijf maanden voorwaardelijk werden veroordeeld wegens het met verenigde krachten plegen van geweld. De krakers maakten deel uit van de groep activisten die in oktober 1987 werden gearresteerd bij de gewelddadig ontruiming van een kraakpand aan de XXXghemstraat. Het feit dat krakers bij zich bij deze gelegenheden onherkenbaar maken met bivakmutsen zorgt ervoor dat het openbaar ministerie telkens in 'bewijsnood' komt: de wet schrijft voor dat strafbare feiten concreet aan de verschillende individuen moeten kunnen worden toegeschreven. Over het gebruik van artikel 141 in dit soort situaties stelde de Hoge Raad letterlijk: 'Anders dan het Hof heeft overwogen levert het enkele feit dat de verdachte tot de groep heeft behoord die geweld heeft gepleegd, geen geweldpleging zijdens de verdachte op in de zin van art. 141.' Waarmee de ruime uitleg van het artikel zoals die ook door de Groningse rechtbank is toegepast een onbegaanbare weg is geworden.

Gisteren bevestigde de Hoge Raad zeven arresten van het gerechtshof in Arnhem waarin het Hof zeven Nijmeegse krakers in de zogeheten Marienburchtzaak veroordeelde op basis van artikel 140, het lidmaatschap aan een criminele vereniging. Ook de gang van zaken rond de ontruiming van Nijmeegse kraakpand Marienburcht in januari 1987, vertoont grote gelijkenis met de Groningse zaak. De Hoge Raad vindt dat voor veroordeling op basis van artikel 140 niet noodzakelijk is dat het om een vereniging moet gaan die van plan is 'gedurende langere tijd' misdrijven te plegen. Dat was het punt waarop de bewezenverklaring volgens de Groningse rechtbank faalde. Het is voldoende volgens de Hoge Raad dat 'de vereniging gestructureerd verzet tegen de komende ontruiming beoogde'.

Mr. W. R. Rosingh, advocaat-generaal bij het gerechtshof in Leeuwarden, meent dat het laatste arrest van de Hoge Raad 'zeker perspectief biedt op schuldigverklaring van de Groningse krakers op basis van het overtreden van artikel 140.'. 'De kans bestaat dat mensen die in Groningen wegens openlijk geweld, het artikel 141, veroordeeld zijn, daarvoor in hoger beroep zullen worden vrijgesproken. Maar dat zij alsnog zullen worden veroordeeld op grond van artikel 140.'