ELDORADO VOOR DE VRIJE JONGENS

Voor het eerst sinds Lenin in 1920 de Nieuwe Economische Politiek lanceerde heeft Moskou weer een (goederen)beurs. Dat werd hoog tijd want er ontstaat volgens het maandblad Business in the USSR een tragische situatie. Minstens tachtig procent van de produktieplannen van de staat kan niet worden uitgevoerd omdat de benodigde grondstoffen en machines ontbreken. Tegelijkertijd zit het bedrijfsleven met onverkochte voorraden ter waarde van minstens 500 miljard roebel. Geschat wordt dat de helft van alle goederen op dit moment wordt verhandeld op een markt die totaal uit de hand is gelopen. De beurs is opgericht door de Vereniging van Jonge Managers, de Vereniging van Bouwcooperaties en Voltech, een Russisch-Joegoslavisch-Italiaanse joint venture. Gennady Polishchuk, de directeur van Voltech, is tevens voorzitter van het beursbestuur. De beursactiviteiten zijn in september begonnen hoewel de organisatie nog geen vaste verblijfplaats heeft.

Ofschoon het dientengevolge bijna onmogelijk was een promotiecampagne te voeren, waren er toch al tientallen kopers die meestal echter niets hadden om te verkopen. En dat, schrijft het blad, is toch het basisprincipe van een beurs. De bedrijven uit de militair-industriele sector zijn doorgaans de enige die goederen in de aanbieding hebben. Zo boden zij onlangs partijen gereedschap aan ter waarde van dertig miljoen dollar. De Moskouse beurs is een eldorado voor vrije jongens. Niemand, schrijft het blad, vraagt waar de goederen vandaan komen en iedereen kan optreden als handelaar. Om zich echter toch te onderscheiden van de zwarte en grijze markt, geeft de beurs certificaten uit waarop de prijs van de goederen staat aangegeven in relatie met die van anderen, en overeenkomstig het principe van vraag en aanbod.

Le Point

De liefde tussen Volvo en Renault is bekoeld, zo vreest het Franse weekblad Le Point. Het blad herinnert eraan dat twee topmanagers van Volvo binnen zeer korte tijd hun ontslag hebben ingediend. Bjorn Halstrom, die de VS tot het belangrijkste afzetgebied voor Volvo maakte, is vertrokken omdat hij weigert het imago van Volvo te laten aantasten door dat van Renault. Ook in financieel opzicht blijft er veel te wensen over. Volvo heeft de Zweedse regering toestemming gevraagd twintig procent van de aandelen toegankelijk te mogen maken voor buitenlandse beleggers. Daarvan is echter slechts maximaal tien procent weggelegd voor Renault. Met de rest, zo stelde Volvo, 'kunnen we doen wat we willen'. Het blad legt verband met de recente besprekingen tussen Volvo Nederland en Mitsubishi. Le Point herinnert eraan dat de Japanse onderneming al heel lang een oogje heeft op Volvo. In april van dit jaar nog waren de Japanners en Zweden met elkaar in gesprek en moest de Franse minister van economische zaken, Roger Faroux, het parlement verzekeren dat de verloving tussen Volvo en Renault niet zou uitdraaien op een 'menage a trois'. Renault maakt volgens het blad maar weinig haast om meer dan de huidige 1,64 procent van de Volvo-aandelen over te nemen. De idylle is een verstandshuwelijk geworden.

l'Express

Verrassend noemt het Franse weekblad l'Express de kersverse verbintenis tussen Fiat en de Compagnie Generale d'Electricite. Samenwerking tussen Fiat en Chrysler of tussen Siemens en CGE lag toch meer voor de hand. Volgens het blad heeft Fiat gekozen voor CGE omdat de onderneming een leidende partner zocht voor de bedrijfsonderdelen die niet van essentieel belang zijn, en met het doel zich beter te concentreren op de kernactiviteiten, de autoproduktie. Fiat krijgt via CGE de beschikking over een grote acufabriek en CGE krijgt Fiat-dochter Telettra, waardoor CGE-dochter Alcatel in Europa marktleider wordt op het gebied van telecommunicatie. De tweede verrassing is dat Fiat ook een financieel belang van zes procent in CGE heeft genomen. De Franse onderneming nam al voor drie procent deel in Fiat.

Wirtschaftswoche

Het Duitse weekblad Wirtschaftswoche ziet de Frans-Italiaanse samenwerking als een waarschuwingssignaal voor de Duitse industrie. Immers, CGE is nu op twee na de grootste internationale partner van Fiat en heeft daarmee de Deutsche Bank voorbijgestreefd. Cesare Romiti, topmanager van Fiat, geeft toe: 'Misschien hebben we onbewust wel aan groot-Duitsland gedacht'. Wirtschaftswoche wijst erop dat Fiat nu voor alle bedrijfsonderdelen behalve de auto-industrie een belangrijke industriele partner heeft.