DE PR VAN HET RIJK

Eindelijk is het zo ver. Nog even en je bent de gelukkige eigenaar van een perfect klinkende Discman. Je telt zes zuurverdiende snippen uit bij de hifi-zaak. En tot je stomme verbazing overhandigt de verkoper het pakket niet aan jou, maar aan een willekeurige andere klant. Zonder te betalen gaat hij ermee naar huis.

Je verbazing is begrijpelijk. Wie betaalt geniet; zo gaat dat in onze economie. Toch is deze op het eerste gezicht zo onwaarschijnlijke gang van zaken in een groot deel van onze maatschappij aan de orde van de dag. In de 600 gulden die jij betaalt voor je Discman zit bijna honderd gulden aan omzetbelasting. Die BTW moet de winkelier afdragen aan de fiscus. De overheid stopt jouw honderd gulden straks misschien in de aanleg van een zwembad in Hengelo. En dat terwijl je niet van zwemmen houdt, en al helemaal niet in Hengelo. Kortom: jij betaalt en iemand anders profiteert.

Omzetbelasting is maar een van vele belastingen die de overheid ons oplegt. Op de prijs van de goederen en diensten die de Nederlandse consument koopt, drukken ook nog andere heffingen: accijnzen (bij voorbeeld op tabak, alcohol, benzine, suiker en frisdranken), invoerrechten (zoals op Japanse elektronica), motorrrijtuigenbelasting en bijzondere verbruiksbelasting (op de aanschaf van personenauto's). We noemen dit soort heffingen kostprijsverhogende belastingen.

Daarnaast zijn er nog de zogenoemde belastingen op inkomen, winst en vermogen. De term spreekt voor een groot deel al voor zichzelf. Voorbeelden: inkomstenbelasting, loonbelasting, dividendbelasting (over de aan aandeelhouders van een vennootschap uitgekeerde winst), vermogensbelasting en successierechten (op erfenissen).

Al met al gaat het in 1990 naar schatting om een bedrag van bijna 140 miljard gulden aan belastingen. Ofwel iets meer dan dertig procent van het nationaal inkomen. En dan hebben we het alleen nog maar over belastingen die het rijk oplegt. Ook provincies en gemeenten doen een greep in de portemonnee van de burgers: belasting op onroerend goed, milieuheffingen, toeristenbelasting, hondenbelasting en dergelijke.

Geen relatie

Een kenmerk van het betalen van belasting is dat er voor de individuele burger geen rechtstreekse relatie bestaat tussen betalen en genieten. Voor een scholier die nauwelijks bijdraagt aan de belastingopbrengst schijnt de straatverlichting niet zwakker dan voor een fiscaal fors aangeslagen fabrieksdirecteur. Oom agent geeft niet meer politiebescherming aan een rijke rentenier dan aan een bejaarde dame die van haar AOW moet rondkomen. Iedere burger is de overheid even lief, of hij nu veel of weinig in de staatskas stort. Tenminste, zo hoort het.

De meeste burgers vinden het de gewoonste zaak van wereld dat de overheid haar diensten beneden de kostprijs of zelfs helemaal gratis ter beschikking stelt. Van de werkelijke kosten hebben zij vaak weinig besef. Welke automobilist heeft enig idee van de gebruikskosten van een kilometer snelweg? Kosten die hij zonder overheidsingrijpen als tol zou moeten betalen. Welke student realiseert zich dat zijn opleidingskosten veel hoger liggen dan het toch al niet geringe bedrag dat hij afdraagt aan collegegeld? Welke operaliefhebber doorziet vanuit zijn comfortabele fauteuil dat heel wat operahaters meebetalen aan zijn culturele uitje? Overheidsdiensten liggen goed in de markt, maar dat is ook niet verwonderlijk bij zulke lage prijzen. Voor het vergroten van haar afzet heeft de overheid geen behoefte aan een marketingbureau.

Niet goedkoop

Uiteindelijk moeten al die rekeningen natuurlijk wel worden betaald. Overheidsdiensten zijn in werkelijkheid helemaal niet zo goedkoop. De schaduwkant van goede overheidsvoorzieningen komt tot uitdrukking in hoge belastingen. En de aarzeling waarmee we ons vervoegen bij het betaalloket van de overheid staat in schrille tegenstelling tot de gretigheid waarmee we ons bij het loket melden waar de overheid haar diensten aanbiedt. Het betalen van belasting is een van de minst populaire bezigheden die de gemiddelde Nederlander zich kan voorstellen. Op allerlei manieren probeert hij daar onderuit te komen. De een illegaal door in de avonduren zwart te klussen, de ander legaal door met geleend geld een luxe bungalow te kopen. De betaalde hypotheekrente kan hij immers aftrekken van zijn belastbaar inkomen. Zo betalen jij en ik mee aan zijn woongenot.

Als we zo'n hoge prijs stellen op een zorgzame overheid, dan moeten we ook bereid zijn die prijs te betalen. Dat zou de overheid veel duidelijker aan haar burgers moeten vertellen. Het ministerie van financien zou meer aandacht moeten geven aan zijn public relations. Geen eenvoudige opgave, want het voeren van een doeltreffende campagne voor het betalen van belasting is heel wat lastiger dan het maken van reclame voor een Discman.