DE ONBETAALDE REKENING VAN ITALIE

Italiaanse politici schuiven problemen graag voor zich uit, vooral als het om geldzorgen gaat. De financiele luchthartigheid van de afgelopen jaren breekt het land nu op. De staatsschuld heeft een ongekende hoogte bereikt. Om het tij te keren heeft de regering een bezuinigingsoperatie van tachtig miljard gulden op het programma staan. Maar het echte saneren moet daarna gebeuren.

Italianen nemen niet snel iets zwaar op, en veel politici heb ben helemaal de neiging om problemen met een wegwuivend handgebaar of schouderophalend af te doen. De hele politieke besluitvorming is doordrenkt van de cultuur van het uitstel, van het vooruitschuiven. 'Besluiten' is bijna een vies woord. Maar soms kan het niet anders. Steeds meer politici beamen nu wat ministers van schatkist, werkgevers, gouverneurs van de Centrale bank en internationale financiele instellingen al een paar jaar roepen: het land is een onverantwoord grote hypotheek aan het nemen op de toekomst.

Premier Andreotti zette begin september de toon. 'We staan met onze rug tegen de muur, ' waarschuwde hij. 'Deze keer is het ernst. Als het nu eind 1992 was, zou Italie de oorzaak of een van de oorzaken zijn van het niet doorgaan van de eenwording.'

In de weken daarna is de publieke opinie met gedoseerde onthullingen voorbereid op wat gaat komen: een financiele krachtproef zoals het land misschien wel nooit heeft ondergaan. Eind vorige maand stonden alle cijfers bij elkaar: de regering wil in een keer het begrotingstekort met bijna een kwart terugbrengen in een begrotingsoperatie van 50.000 miljard lire, bijna tachtig miljard gulden. Dat zal pijn doen. Consumentenorganisaties hebben voorgerekend dat het leven tussen september en januari volgend jaar hierdoor voor een gezin van vier personen ruim vijfhonderd gulden duurder wordt, en daar komt nog eens vijfhonderd gulden door hogere benzine- en stookkosten bij.

In de meeste andere Westeuropese landen is 'begrotingstekort' een gedateerde term. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig begonnen veel landen zich daar serieus zorgen over te maken. Maar terwijl in Italie de bedrijven in die periode een vaak pijnlijke herstructurering doorvoerden, bleven de verschillende kabinetten onbekommerd geld uitgeven en bleef 'begrotingstekort' een woord voor specialisten. Gevolg is dat het Italiaanse begrotingstekort nu in de buurt komt van dat van de Verenigde Staten (zonder de Gramm-Rudman kortingen).

De voorstellen om daar iets aan te doen zijn niet nieuw. Voorgaande ministers van schatkist als de socialist Giulio Amato en de christen-democraat Giovanni Goria kwamen ook met indrukwekkend ogende meerjarenplannen om het steeds verder uit de hand lopende tekort om te buigen. Maar door gebrek aan politieke steun, aan ervaring en aan persoonlijk prestige is hiervan niets terecht gekomen. De oude gewoontes om amendementen op de begroting aan te brengen zonder voor vervangende dekking te zorgen en om het niet zo nauw te nemen met de controle op de uitgaven, bleken taaier dan de goede wil van relatief jonge ministers.

De begroting voor dit jaar is volledig uit de hand gelopen. Bij de indiening ervan vorig jaar was de doelstelling een tekort van 133.000 miljard lire. In februari werd al gesproken over een tekort van 160.000 miljard lire en in de zomer brak de paniek uit omdat het tekort, ondanks een voorjaarsnota met 12.000 miljard lire aan bezuinigingen, afstevende op de 180.000 miljard lire. En dat was nog voordat Iraakse troepen Koeweit binnenvielen en zo het inflatiespook de wereld in joegen.

Clientelisme

Dat de regering nu het reusachtige bedrag van tachtig miljard gulden bij elkaar wil zoeken, laat zien dat premier Andreotti zijn woorden dit keer zelf ook ernstig neemt. Dat is vooral de verdienste van de 76-jarige Guido Carli, de voormalige gouverneur van de centrale bank die vorig jaar minister van schatkist werd. Sindsdien heeft hij bijna onophoudelijk gehamerd op de noodzaak het begrotingstekort terug te dringen, en dat in een kabinet vol ministers die berucht zijn om hun clientelisme: als er niet genoeg banen zijn voor politieke vrienden, dan maakt de staat er gewoon wat banen bij.

Een van de belangrijkste zetten van Carli is geweest dat hij niet heeft willen wachten tot zijn collega-ministers de ernst van de situatie inzagen, maar het land een richting heeft opgestuurd waarbij geen weg terug meer mogelijk is. Door de opname van de lire in de nauwe band (2,25 naar boven en naar beneden) van het Europese monetaire stelsel, begin januari, heeft Italie zichzelf een flink stuk manoeuvreerruimte ontnomen. De liberalisering van het kapitaalverkeer die afgelopen voorjaar volgde, heeft die ruimte nog verder beperkt. Hierdoor is de situatie ontstaan dat buitenlandse beleggers Italie in problemen kunnen brengen, bij voorbeeld door overheidsobligaties te verkopen als het zijn eigen huis niet op orde brengt.

De cijfers laten zien dat die sanering hard nodig is. De totale overheidsschuld loopt naar de 1,3 triljoen lire, dat is 1,3 met veertien nullen erachter, ruim 2000 miljard gulden. Dit is ongeveer evenveel als het verwachte bruto nationaal produkt over 1990. Het tekort op de begroting wordt geraamd op 10,6 procent van het bruto nationaal produkt. De overheid moet veel geld lenen, drijft daarmee de rente op en dat is een van de oorzaken van het relatief hoge inflatiecijfer van 6,5 procent in 1989. Dit is dan nog het officiele cijfer, want volgens velen ligt de werkelijke inflatie een half tot een heel procent hoger. De schulden van Italie zijn het afgelopen jaar sneller gegroeid dan de produktie: Italie is aan het potverteren.

Dergelijke alarmerende cijfers zijn lang genegeerd, ondanks herhaalde waarschuwingen dat Italie's concurrentiepositie in gevaar komt. Het ging toch al de goede kant op? Ongeveer zeven procent inflatie is ook niet veel als je het vergelijkt met de zestien procent van 1982. Het begrotingstekort is nu 3,5 procent lager dan in 1983 en het primaire tekort (het tekort zonder de rentelasten) is gedaald van vier procent in 1986 tot ongeveer anderhalf procent nu.

Bovendien leek het Italiaanse bedrijfsleven nergens last van te hebben, want de economie groeide een tot drie procent meer dan in andere EG-landen. De werkloosheid gaf ook geen reden tot alarm: officieel ligt die rond de twaalf procent maar het zwarte circuit haalt de scherpe kantjes er vanaf. Waarom zouden politici zich dan de cadeautjes aan politieke vrienden moeten ontzeggen, een van de hoofdoorzaken van de veelvuldigde begrotingsoverschrijdingen? De extra tekorten werden immers traditioneel gedekt door een verhoging van de benzine-accijns en een aantal indirecte belastingen, bij voorkeur in augustus, zodat iedereen een maand de tijd heeft om aan het strand zijn boosheid te vergeten.

Spaarders

Daarbij komt dat die enorme overheidsschuld minder bedreigend is dan in veel andere landen, doordat 96 procent ervan uitstaat bij binnenlandse spaarders. Die houden minder rekening met rentestanden en wisselkoersen dan buitenlandse beleggers en kopen graag overheidsobligaties, omdat die een rente van een paar procent boven de inflatie opleveren. Minister van buitenlandse zaken Gianni De Michelis verwees dan ook hiernaar toen hij de recente kritiek op Italie van president Karl Otto Pohl van de Bundesbank naar de prullenbak verwees.

Een combinatie van de Carli's overtuigingskracht, het onverbiddelijk verder tikken van de klok naar 1992, en de gevolgen van de Golfcrisis hebben het kabinet ervan overtuigd dat nu meer dan een kosmetische ingreep nodig is. Italie haalt 81 procent van zijn energie uit het buitenland. Vandaar de waarschuwing dat als andere landen een verkoudheid oplopen door de Golfcrisis, Italie een longontsteking krijgt. De inflatie had dit jaar moeten dalen naar 4,5 procent, maar het land zal blij zijn als het cijfer onder de zeven procent blijft.

Voor de komende maanden is een flink aantal prijsverhogingen gepland die het land nog duurder zullen maken dan het al is. Voor een deel vallen deze binnen de begrotingsoperatie van tachtig miljard gulden, voor een deel moeten zij verliesgevende staatsbedrijven aan meer inkomsten helpen. Elektriciteit wordt bijna vijftien procent duurder. Binnenlandse vluchten vijftien procent. Treinkaartjes gaan in twaalf maanden drie keer omhoog, met tien, nog eens tien en vijftien procent. Musea zijn vijftig tot honderd procent duurder geworden, de bioscopen een kwart. De bus in Rome wordt vijftig procent duurder, het schoolgeld gaat met zeventien procent omhoog, en een postzegel voor een brief kost vijftien procent meer. Daarbij komen nog de prijsstijgingen voor sterk-alcoholische dranken, bier, tabak, suiker, koffie, rijbewijzen, paspoorten en andere overheidsdocumenten. Deze maatregelen moeten de schatkist 5000 miljard lire opbrengen. Met een eventueel negatief effect op het toerisme houdt de begroting geen rekening.

Daarnaast hoopt minister Formica van financien 2500 miljard lire extra op te halen aan belastingen alleen maar door beter te controleren op ontduiking en het belastingrecht te vereenvoudigen. Belastingfraude is een chronisch probleem in Italie. Volgens sommige schattingen loopt de staat jaarlijks 10.000 miljard lire mis aan belastingen. Bij een recent onderzoek bleek dat negen van de tien Italianen die niet in loondienst zijn, frauderen met hun aangifte. Keer op keer protesteren de vakbonden daarom dat hun leden, de loontrekkers, de rekening voor heel het land moeten betalen. Ondanks de bezwaren tegen de prijsstijgingen hebben de bonden betrekkelijk positief gereageerd op de begroting, omdat eindelijk een scherpere controle op zelfstandigen is aangekondigd.

Truc

Dit pakket maatregelen is de eerste fase van een plan om een primair overschot te krijgen en het tekort in 1993 terug te brengen naar 102.00 miljard lire. De reacties in de pers en bij de werkgevers zijn sceptisch. Voor een deel is de operatie voor komend jaar een truc: vervroegde inning van de BTW staat voor 5600 miljard lire extra op de lijst. Voor een ander deel zit het pakket vol optimistische veronderstellingen: dat de bezuinigingen in de gezondheidszorg (door een hogere eigen bijdrage voor geneesmiddelen en minder vrijstellingen daarvan) en de sociale zekerheid ongeschonden het parlement passeren, dat de rente 0,5 procent daalt, dat de staat 5600 miljard lire vangt met de verkoop van een aantal onroerende goederen en dat een facultatieve herwaardering van het bedrijfskapitaal (die voornamelijk voordeel oplevert bij verkoop of bij aandelenuitgifte, maar verder alleen maar negatief uitpakt en daarom waarschijnlijk door de meeste bedrijven wordt vermeden) 10.000 miljard extra in de schatkist brengt.

Het zijn allemaal onderdelen van het pakket waarbij serieuze vraagtekens zijn te zetten. 'De (regerings)partijen zijn nog niet bang genoeg, ' schreef de Corriere della Sera in een commentaar. 'Dit is het zoveelste papje van kunstmatige rekensommen en optimistische voorspellingen.'

Weliswaar heeft nu voor het eerst een kabinet meer dan lippendienst bewezen aan de terugdringing van het begrotingstekort, maar Carlo Azeglio Ciampi, de gouverneur van de Banca d'Italia, waarschuwde eind vorig week dat het hierbij niet kan blijven. De 'ernstige zorg' van de centrale bank over het huishoudboekje van de Italiaanse staat, is nog lang niet over. Ciampi zei dat eigenlijk alleen maar een explosie van het tekort voorkomen is. En volgens Luigi Abete, vice-president van de werkgeversorganisatie Confindustria, is dit niet meer dan een overgangsbegroting, ondanks de operatie van tachtig miljard gulden. De echte sanering moet nog beginnen.

    • Marc Leijendekker