Controverse over aanpak broeikaseffect

ROTTERDAM, 17 okt. 'Bezint eer gij begint' versus 'Elke dag wachten is er een teveel'. Zo vatte ex-minister Winsemius (milieu) gisteren in het World Trade Center in Rotterdam het centrale meningsverschil over de aanpak van het broeikaseffect samen. Hij sprak op een conferentie die werd georganiseerd door de vier departementen die aan het Nationale Milieubeleidsplan hebben bijgedragen.

Wat meestal het 'broeikaseffect' wordt genoemd is eigenlijk een toename van het natuurlijke broeikaseffect, verduidelijkte prof. W. Turkenburg van de Rijksuniversiteit in Utrecht. De belangrijkste veroorzaker van dat kunstmatige effect is de koolstofdioxide die door verbranding van fossiele brandstoffen in de atmosfeer terecht komt. Deskundigen berekenen dat, in een business as usual-scenario, de CO-uitstoot binnen 35 jaar zal verdubbelen.

Prof. C. J. F. Bottcher, erelid van de Club van Rome en emiritus-hoogleraar fysische chemie in Leiden, hekelde de kwaliteit van de huidige klimaatmodellen. Zelfs het World3-model van het rapport Grenzen aan de groei van de Club van Rome uit 1972 was volgens hem vollediger. Volgens Bottcher grijpen politici het broeikaseffect aan om zich te profileren en op te werpen als 'redder van de planeet', waarbij de aandacht van de alledaagse problemen wordt afgeleid. Hetzelfde zou in 1972 zijn gebeurd. Ook maakt men de fout dat vooruitberekeningen die inhouden dat de mondiale temperatuur over een eeuw met drie graden kan zijn gestegen worden geinterpreteerd als prognoses.

Volgens Bottcher is een stabilisatie van de uitstoot van CO, laat staan een reductie, onmogelijk. De bevolkingsgroei in de arme landen en de wereldwijde produktiegroei zouden zulks in de weg staan. Elk land moet volgens Bottcher een no regret policy voeren, wat inhoudt dat je alleen die maatregelen neemt waarvan je zeker bent dat ze nodig zijn. Bottcher: 'Wie veel verder gaat streeft naar een ontwrichting van de samenleving', reden waarom Nederland geen gidsland mag zijn.

Bottcher noemde een efficienter gebruik van alle fossiele brandstoffen weliswaar goed verdedigbaar, maar een eenzijdige reductie van steenkool, de grootste CO-veroorzaker, is naar zijn mening uit den boze. Want die fossiele brandstof is nu juist het ruimst voorradig, vergeleken met olie en gas.

Ir. P. van Duursen, president-directeur van Shell-Nederland, sloot zich bij het betoog van Bottcher aan. Reductie van de mondiale uitstoot van CO noemde hij 'niet opportuun', stabilisatie zou al 'zeer ambitieus' zijn. De gevolgen van zo'n beleid zouden verreikend zijn. 'De samenleving is daar niet aan toe. Niet in de rijke landen, laat staan in de arme landen', stelde Van Duursen. Wel pleitte hij voor een stimulering van de economische groei, om technologische milieumaatregelen te kunnen betalen.

Dr. H. Verbruggen van het Instituut voor Milieuvraagstukken, die de mening van Nederlandse economische deskundigen samenvatte, gaf tegengas. Uit berekeningen van het Centraal Planbureau en uit andere studies blijkt volgens hem dat bij een reductie van de mondiale CO-uitstoot van een 'ontwrichting' (de term van Bottcher) van de wereldeconomie geen sprake is. Via het prijsmechanisme kunnen producent en consument zich aanpassen, waardoor de kosten beperkt blijven, aldus Verbruggen, die terloops opmerkte dat dit prijsmechanisme in 1972 in het Club van Rome-model helaas was genegeerd.

Volgens Verbruggen kan Nederland wel degelijk als gidsland fungeren, en moeten we dat ook doen. 'De rijke landen moeten met de reductie van CO het voortouw nemen. We hebben een klimaatschuld en die schept verplichtingen, ' stelde hij. Dr. ir. P. Vellinga, de broeikasexpert van het ministerie van Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer, verstrekte de ondersteunende cijfers. De jaarlijkse CO-uitstoot per hoofd van de bevolking bedraagt in de VS 5,4 ton, in de USSR 5,0 ton, in Duitsland 3,4 ton en in Nederland 3,3 ton (EG-gemiddelde 2,4 ton, Japan idem). In de dichtstbevolkte ontwikkelingslanden China, India, Indonesie bedraagt de uitstoot per hoofd daarentegen slechts 0,3 ton CO per jaar. Bovendien is volgens Vellinga haast geboden. 'Treuzelen kost geld', stelde hij, 'want als je langer wacht met een reductie van de CO-uitstoot moet je straks sneller en forser ingrijpen.'

Ex-minister Winsemius verbaasde zich over de argumenten van Bottcher. 'De vraag is niet: kan het, maar hoe doen we het?' stelde hij. Winsemius: 'Als achteraf blijkt dat we door een actief CO-beleid geld hebben verspild omdat het broeikaseffect meevalt, dan is dat geen ramp. Nee, dan zeg ik: dan hebben we geluk gehad.'

'Klimaatschuld van rijke landen schept verplichtingen'