Britse Conservatieven ruzien weer over Engeland in de EG

LONDEN, 17 okt. De Britse minister van financien, John Major, ziet vandaag een van zijn naaste medewerkers, het Lagerhuislid Tony Favell vertrekken, omdat Favell het niet eens is met de koers naar Europese eenwording.

Favells vertrek is in Engeland prominent nieuws, omdat zijn stap de blijvende geschillen over Europese economische en monetaire eenheid in de Britse Conservatieve Partij onderstreept. Daardoor komt het geloof in de toewijding van de Britse regering aan het principe van Europese eenwording opnieuw onder druk te staan.

Favell, al jaren Majors prive-medewerker voor contacten met het parlement, zegt dat hij die functie niet langer kan verenigen met zijn particuliere overtuiging dat Groot-Brittannie op het punt staat zijn onafhankelijkheid uit te leveren aan Europa. 'Dit is de belangrijkste beslissing van deze eeuw. Mensen hebben niet door wat er aan de hand is. Frankrijk en Duitsland willen een federaal Europa', aldus het Lagerhuislid. Hij zegt van nu af aan campagne te zullen voeren tegen de beweging voor economische en monetaire eenheid.

Favells vertrek werd aangekondigd, kort nadat premier Margaret Thatcher een eerste confrontatie met het Lagerhuis had moeten doorstaan na de Britse toetreding tot het Europees systeem van wisselkoersen (EMS). Labourleider Neil Kinnock hield de premier voor dat ze geretireerd had en uiteindelijk 'voor honderd procent bezweken' moest zijn, omdat ze toetreding tot het EMS had goedgekeurd, ook al was niet voldaan aan de voorwaarden die ze daaraan zelf (op de topontmoeting van Europese leiders eind juni 1989 in Madrid) had gesteld.

Een van die voorwaarden was dat de inflatie in Engeland eerst zou moeten dalen tot een niveau dat grofweg gelijk zou zijn aan dat van de EG-partners. In plaats daarvan is de inflatie zelfs nog gestegen. Zelfs de regeringsgezinde Daily Telegraph bericht vandaag dat mevrouw Thatcher zich slecht op haar gemak leek te voelen, toen de Labourleider haar ervan beschuldigde dat ze een debat over de toetreding uit de weg gaat, omdat ze haar persoonlijke opstelling niet kan rechtvaardigen.

Mevrouw Thatcher antwoordde de oppositieleider dat aan de meeste voorwaarden die ze in Madrid heeft gesteld, is voldaan: het vrije verkeer van kapitaal, voortgang in de liberalisering van financiele dienstverlening en op het gebied van de gemeenschappelijke markt. 'We hadden nog langer kunnen wachten tot de inflatie zichtbaar gedaald was, maar er was aan zo veel voorwaarden voldaan en er was zo veel speculatie over wanneer we zouden toetreden, dat we de kans aangrepen om aan al die speculatie een eind te maken.'

Thatcher weerlegde Kinnocks beschuldiging dat ze geen debat aandurft, door hem kleinzieligheid te verwijten en te zeggen dat ze twee keer in de week in het Lagerhuis verschijnt om vragen te beantwoorden. Haar minister van financien was, in tegenstelling tot Kinnocks eigen schaduw-minister van financien John Smith, mans genoeg om in een debat over de toetreding tot het EMS het beleid van de regering te verdedigen. John Major was 'uitstekend'.

Neil Kinnock maakte daarop een snijdend gebaar langs zijn hals, dat na afloop van het debat door Labourwoordvoerders werd toegelicht als zijnde een illustratie bij het lot van hooggeprezen ministers van financien in dit kabinet. Nigel Lawson, Major's voorganger, werd door premier Thatcher tot zijn laatste snik als 'onaantastbaar' aangeduid, ook al liet ze niet na zijn beleid binnenskamers te ondermijnen.