Teun Hocks: 'Humor maakt achterdochtig'

ROTTERDAM, 16 okt. 'Ik ben volkomen inconsequent. Ik schilder decors, fotografeer ze in sepia en kleur ze later weer in met verf. Niets is zo leuk als het knippen, plakken en regisseren dat voor mijn fotowerken nodig is. Als ik alleen op de knop van mijn camera moest drukken, was ik al lang opgehouden. Ik ben een knoeier, een prutser, een bedrieger.' Teun Hocks (geb.1947), fotograaf of schilder?

Alle werken van Hocks hebben vergelijkbare ingredienten. Hoofdpersoon is steeds een schlemielig mannetje, voor wie de kunstenaar zelf model staat. Hij bevindt zich steevast in een merkwaardige, soms surrealistische, soms komische situatie. Zelfgebouwde decors en rekwisieten maken zijn positie zo echt mogelijk, hoewel de inkleuring van de foto er een filmisch, romantisch tintje aan geeft.

'Dat mannetje is geen zelfportret. Hij is een onopvallende figuur, aan wie een niet aflatende eenzaamheid kleeft. Hoewel dat triest is, word ik daar ook lacherig van. Ik stel mensen in staat te lachen om dingen waarom je niet hoort te lachen. De mens alleen met zijn waandenkbeelden, angsten, spoken, daar gaat het over.'

De foto die Hocks vorig jaar maakte voor een affiche voor het Bernhard/Anjerfonds is daar een goed voorbeeld van. We zien een berooide kunstenaar die in een koud en tochtig atelier zit. Hij strekt zijn handen uit naar het schilderij op de ezel waarop hij een knappend haardvuurtje heeft geschilderd. Kunst als illusie, beter had dit cliche niet weergegeven kunnen worden.

Die voorliefde voor het tragi-komische deelt hij met komieken als Laurel en Hardy, van wie een foto in zijn atelier hangt, en Buster Keaton. Ook is Hocks een groot bewonderaar van striptekenaars. 'Ik ben ervan overtuigd dat veel Belgische kunstenaars sterk beinvloed zijn door Herge, de maker van Kuifje. Waarom zou een strip ook minder zijn dan 'echte' kunst? Een Donald Duck-aflevering kan beter zijn dan een schilderij.'

Zelf maakt Hocks cartoon-achtige tekeningetjes van zijn 'mannetje', die het uitgangspunt vormen voor zijn fotowerken. 'Tekenen is voor mij hardop denken.' Op grond van zo'n schets bouwt hij het decor, zoekt de juiste rekwisieten en kleren bij elkaar en neemt als een acteur zijn plaats in binnen het beeld. Die rekwisieten vindt hij vaak op straat. Ze moeten een zelfde geblutste en ietwat oubollige uitstraling hebben als de hoofdfiguur: geen plastic emmer maar een ouderwetse tobbe, geen Samsonite koffer maar een haveloze hutkoffer. Als hij ze niet kan vinden maakt hij ze zelf. In zijn atelier staan een meer dan een meter hoog burgermans huisje van papier-mache, een uit hout vervaardigd jachtgeweer en een poppenkastpop met de trekken van de kunstenaar. Ook is er een Miro-achtig doekje, geschilderd door Hocks voor een foto die de moderne museumbezoeker parodieert.

Hocks maakt dus geen gebruik van montage, hij projecteert zijn eigen beeltenis niet in een opname van een bestaand landschap. Al zegt hij de kijker te bedriegen door hem 'net echt' voor echt te verkopen, in zijn bedrog is hij bloedeerlijk. Elk decor is tot in details en op ware grootte uitgewerkt.

Pas de laatste vijf jaar krijgt Teun Hocks erkenning, vooral in Duitsland. Zijn werk werd 'ontdekt' toen de geensceneerde fotografie opkwam. 'Dat is nooit mijn oogmerk geweest, al kan ik me voorstellen dat men mij onder die noemer schaart. Ik voel me meer verwant met het werk van Ger van Elk en Pieter Laurens Mol, en met William Wegman die nu in het Stedelijk Museum in Amsterdam exposeert. Zelf heb ik nooit zo aan de weg getimmerd, ik heb de neiging dat wat ik maak niet zo serieus te nemen. En ik denk dat die humoristische ondertoon de mensen achterdochtig maakt. Kunst is een ernstige zaak. Mijn werk wordt soms te grappig gevonden.'