Sovjet-burger sceptisch over Nobelprijs voor Gorbatsjov

MOSKOU, 16 okt. Terwijl de gelukstelegrammen uit Washington, Bonn, Londen, Parijs, Stockholm, Brussel, Parijs, Athene, Bern, Madrid, Praag, Den Haag en Gdansk binnentikten en de prijswinnaar zelf al lang en breed voor de televisie was geinterviewd, ontspon zich gisteravond om acht uur bij de deur van een woning in Moskou-Zuid het volgende dialoogje. 'Ik moet nu echt weg, moet nog wat doen. De Nobelprijs voor de vrede is vandaag uitgereikt.' 'Oh ja? Aan wie?' 'Aan wie denk je?' 'Ik heb geen flauw idee.' 'Doe eens een gok' 'Zou het niet weten.' 'Aan Michail Sergejevitsj Gorbatsjov.' 'Aan die lamstraal? Nee!? Waarom zijnjullie in het Westen toch zo op die vent gesteld?'

Het illustreerde in nog geen halve minuut dat een primaat van de buitenlandse politiek nog geen primaat voor de binnenlandse politiek hoeft te behelzen.

Om een uur 's middags had het Noorse Nobelcomite in Oslo het nieuws bekendgemaakt. Kort daarvoor was de ambassadeur van Noorwegen, die pas twaalf dagen eerder zijn geloofsbrieven bij de president had overhandigd, in het Kremlin geweest om Gorbatsjov het oordeel en de motivatie van de jury persoonlijk kond te doen. In de haast hij moest eerst nog langs het ministerie van buitenlandse zaken om een protocollaire begeleider op te pikken was hij de bloemen die hij mee wilde nemen op de ambassade vergeten.

'Ik had al wat geruchten gehoord. Maar is het echt waar?' had Gorbatsjov hem gevraagd.

'Ik kon ze bevestigen, ' zou de Noorse gezant later tevreden aan een groepje journalisten vertellen.

Kort daarop werd het ook in Oslo officieel bekend. Vijftig minuten later maakte het persbureau TASS voor het eerst melding van de prijs. Tien minuten daarna, vlak voordat hij zou schorsen voor de lunchpauze, legde parlementsvoorzitter Anatoli Loekjanov, een studiegenoot van Gorbatsjov, bij het scheiden van de markt in de Opperste Sovjet een korte verklaring af.

Uit een paar bankjes klonk een zeer schamel applausje. De volksvertegenwoordigers hadden kennelijk wat anders aan hun hoofd: het economische hervormingsprogramma dat voor de komende dagen op de agenda staat en het buitenlandse beleid waarover minister Edoeard Sjevardnadze van buitenlandse zaken kort daarvoor danig aan de tand was gevoeld.

De keuze van het Nobelcomite riep bij de volksvertegenwoordigers gemengde gevoelens op. De genuanceerde opvattingen werden aldus geformuleerd: gezien zijn internationale prestige is de prijs terecht, maar in eigen land komt deze hem eigenlijk niet toe.

Pag.5: Vervolg/ Reacties

'Gorbatsjov verdient de Nobelprijs voor de vrede, niet die voor economie', aldus Georgi Arbatov, de directeur van het Amerika-Canada-instituut die ook in de Opperste Sovjet zit. Of in de woorden van de historicus Roj Medvedev, nu communistisch parlementarier en warm pleitbezorger van Gorbatsjov maar nog niet zo lang geleden als auteur van onder andere de anti-stalinistische studie 'Laat de geschiedenis oordelen' een dissident: 'De prijs zal zijn prestige en gezag vergroten maar de economische problemen blijven'.

De minder afgewogen visies weerklonken uit de monden van enkele militairen die brommend concludeerden: hij krijgt nu wel die prijs, maar het leger heeft hij in de kou laten staan. En Boris Jeltsin, de president van Rusland die dit voorjaar zo lang moest wachten voordat Gorbatsjov in het openbaar iets positiefs over zijn verkiezing tot voorzitter van het Russische parlement wilde zeggen, liet vooralsnog maar helemaal niets van zich horen. In tegenstelling tot president Landsbergis van Litouwen, die hartelijk feliciteerde.

'Gorbatsjov is de prijs toegekend voor de perestrojka, de terugtrekking uit Afghanistan en de ontwikkelingen in Oost-Europa. Sommigen zeggen: hij verspeelde de socialistische landen en nu beloont het Westen hem. Maar voor ons is de Nobelprijs gewoon een prijs. Wij zijn nu gefixeerd op onze binnenlandse problemen', zo vatte Nik Neiland, Lets afgevaardigde uit Riga en secretaris van de parlementscommissie voor buitenlandse zaken, buiten de vergaderzaal de ambivalentie binnen samen.

Niet voor niets had Sjevardnadze helemaal geen last van dergelijke dubbelzinnigheid. Hij was 'emotioneel en verheugd' over de eer die dit 'gezaghebbende comite' in Oslo had verstrekt. Op een snel belegde persconferentie leek hij aanvankelijk ook iets van de eer voor zichzelf te willen incasseren. 'Ik beschouw dit als een persoonlijk feest, het is een erkenning van de soliditeit van onze buitenlandse politiek.' Maar, zo voegde hij er aan toe toen hem werd gevraagd wat hij ervan vond dat Gorbatsjov nu in de voetsporen trad van Andrej Sacharov, de eerste Sovjet-winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede die indertijd (1975) niet werd geinterviewd door de televisie, laat staan dat hij de prijs in Oslo eigenhandig in ontvangst mocht nemen: 'Er zijn duidelijke lijnen tussen deze prijs en die voor Sacharov. Sacharov was een humanist, een groot strijder voor de burgerrechten die ondanks de repressie doorging'.

Kort daarop mocht het zorgvuldig geselecteerde kwintet televisie-journalisten (twee uit de Sovjet-Unie, een uit de Verenigde Staten, een uit Japan en een uit Noorwegen) bij de laureaat op zijn kamer binnen om de eerste reactie af te tappen. Gorbatsjov straalde. 'Ik heb moeite de goede woorden te vinden. Ik ben erg opgewonden.' De prijs, zei hij, was een stimulans voor (in deze volgorde) 'een ander Europa, een andere Sovjet-Unie en een andere wereld'. Want de 'perestrojka had het hele leven in het land' en dus in de 'hele wereld' veranderd. En nu maar hopen dat 'het volk op dit cruciale moment' in het veranderingsproces 'werkelijk begrip zou hebben voor de situatie'.

Buiten op straat bleef het intussen nog heel lang heel erg rustig.

    • Hubert Smeets