Opvang repatrianten vertraagd door geldgebrek entegenwerking; Moeizame terugkeer naar Z-Afrika; 'Het gaat duidelijk bovenonze macht, maar we moeten toch iets doen'

JOHANNESBURG, 16 okt. Mohammed Dangor zit in zijn claustrofobie opwekkende kantoortje in het hart van een wolkenkrabber in Johannesburg. Hij heeft een baan waar je nachtmerries van zou krijgen. Tussen nu en april volgend jaar moet hij de terugkeer organiseren van ongeveer 40.000 politieke ballingen uit 35 landen naar een land waar het aantal werklozen en onbehuisden al in de miljoenen loopt.

'Wij moeten balanceren tussen verplichting en wrevel', zegt Dangor nadenkend. 'Wij zijn het aan deze mensen verplicht hen te helpen. Maar we moeten voorzichtig omspringen met de gevoelens van de mensen hier in eigen land die werkloos zijn of die al jaren op de wachtlijst staan voor een huis en die verontwaardigd zullen zijn als de repatrianten voor hun beurt gaan.'

Het zijn ook niet alleen de zorgen over banen en onderdak die de taak van Dangor zo ontmoedigend maken. Hij worstelt ook met bureaucratische obstakels die worden opgeworpen door de Zuidafrikaanse regering, waardoor het programma achter is op schema. Op het moment heeft hij maar net voldoende geld om 85 terugkerende ballingen te voorzien van het strikt noodzakelijke.

De regering en het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) waren het eens over de voorwaarden voor een algemene amnestie, maar nu is er verschil van mening over de interpretatie ervan. Het ANC zegt dat is overeengekomen dat de mensen groepsgewijs kunnen terugkeren en heeft de eerste 3.000 namen voorgedragen. De regering eist dat iedereen een vragenlijst invult waarin moet worden verklaard waar en hoe men het land heeft verlaten. Daarbij moeten de ballingen de politieke 'misdaden' waarvoor ze amnestie willen krijgen op een lijst zetten. Volgens het ANC komt dit neer op een verhoor en een 'bekentenis' waaraan het zijn leden niet wil onderwerpen. Dus wachten de 3.000 mensen die vanaf begin deze maand hadden moeten terugkeren nog steeds in Tanzania, Zambia en Zimbabwe.

Geld is het grootste probleem. Dangor schat dat voor zijn programma minimaal 115 miljoen gulden nodig is. Hij heeft 200.000 gulden ter beschikking met toezeggingen voor nog eens drie miljoen gulden. 'Hopelijk lukt het ons, maar ik weet niet hoe', zegt hij.

Dangor, een ervaren administrateur uit het zakenleven, staat aan het hoofd van een unieke commissie, bestaande uit 21 vertegenwoordigers van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC), het Panafrikaans Congres (PAC), de zwarte bewustwordingsbeweging en christelijke zowel als islamitische en joodse religieuze organisaties, die de omvangrijke operatie voor de terugkeer van de ballingen coordineert. Het is de eerste keer dat rivaliserende politieke groepen op deze manier zijn samengebracht, en volgens Dangor is de samenwerking goed.

Zuiver statistisch gezien is de taak kleiner dan die waarvoor men in Zimbabwe stond waar, na de lange verbitterde burgeroorlog, 125.000 ballingen zich opnieuw moesten vestigen, evenals 66.000 teruggekeerde guerrilla's. Namibie met zijn kleine bevolking moest 50.000 mensen repatrieren. Bij het aantal van Zuid-Afrika, 40.000, zijn de guerrillastrijders van de militaire vleugel van het ANC nog niet inbegrepen, omdat zij voorlopig niet zullen terugkeren.

Maar terwijl het uiterst ervaren Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties de repatriering in Zimbabwe en in Namibie regelde, weigert de Zuidafrikaanse regering de zaken aan deze instantie over te laten. Pretoria heeft bezwaar tegen iedere vorm van buitenlandse inmenging in de Zuidafrikaanse zaken. Daarbij komt dat het de Verenigde Naties veroordeelt voor hun rol in het internationale isolement van Zuid-Afrika.

Het gevolg is dat de zwarte politieke organisaties zelf de zaken moeten regelen. Thomas Nkobi, algemeen penningmeester van het ANC, zegt dat de regering bij de eerste topconferentie van de twee partijen de verantwoordelijkheid om te helpen heeft geaccepteerd, maar tot nu toe nog niets heeft gedaan. 'De regering zegt dat zij zich bewust is van het probleem, maar dat zij geen geld heeft door de sancties', zegt Nkobi. 'Wij staan op het standpunt dat de repatriering ondanks de financiele crisis waarin de regering verkeert toch ook deels haar verantwoordelijkheid is.'

Dangor gaat verder en beschuldigt de regering van kwade trouw. Hij zegt dat zijn commissie hoorde dat een woningcomplex van de regering, met 106 appartementen, leeg stond. 'Wij schreven een brief waarin wij vroegen of wij dat als opvangcentrum konden gebruiken, maar kregen een brief terug waarin stond dat het verkocht zou worden', aldus Dangor.

Een bijkomend probleem is dat buitenlandse regeringen die bereid zijn financieel bij te springen, het geld niet via het Hoge Commissariaat kunnen sturen, wat de normale gang van zaken is, terwijl zij niet graag rechtstreeks betalingen verrichten aan de politieke organisaties. 'Wij willen ook niet dat het geld rechtstreeks aan ons wordt betaald', zegt Jackie Selebi, hoofd repatriering van het ANC. 'Iets meer dan de helft van de ballingen is ANC-lid, dus we kunnen niet de verantwoordelijkheid voor iedereen op ons nemen.'

Het plan dat de commissie van Dangor heeft opgesteld houdt in dat opvangcentra worden opgezet. Daar kunnen de repatrianten een aantal dagen blijven om hun amnestie en andere juridische problemen op een rij te zetten en contact te zoeken met hun familie. Men verwacht dat zij vandaar naar de verschillende dorpen en steden van herkomst zullen gaan. Degenen die geen familie of thuis hebben en degenen die gehandicapt zijn zullen worden overgebracht naar tweedelijns-opvangcentra waar zij extra tijd hebben om hun zaken te regelen.

'Maar ook dat kan slechts een kwestie zijn van een paar dagen', aldus Dangor. 'Wij willen geen liefdadigheidsinstelling worden. En ook geen planbureau. Hulp bieden aan mensen bij hun vestiging is een taak voor na de opvang en is de verantwoordelijkheid van de vrijheidsbewegingen.'

Selebi is het hiermee eens. Het ANC, zegt hij, wil degenen die terugkeren graag gedurende drie maanden een salaris betalen en een huursubsidie van ongeveer duizend gulden per maand, samen met een bedrag van ongeveer 4.000 ineens om het meest noodzakelijke huisraad te kopen. Dat betekent een extra kostenpost van 180 miljoen gulden alleen voor de mensen van het ANC.

'Het gaat duidelijk boven onze macht, maar we moeten toch iets doen. We praten met de regering, het bedrijfsleven en met internationale instanties. Onze mensen moeten waardig naar huis terugkeren', zegt Selebi.

Daarnaast is er het probleem van permanente huisvesting en werkgelegenheid. Het werkloosheidspercentage in Zuid-Afrika is dertig en stijgt nog steeds. Nu de oude beperkingen voor migratie zijn opgeheven, wordt Zuid-Afrika geconfronteerd met de snelste urbanisatie ter wereld. Miljoenen mensen uit de hopeloos arme en overbevolkte thuislanden trekken naar de steden om zich te vestigen in illegale nederzettingen die overal als paddestoelen uit de grond rijzen. De regering heeft haar pogingen iedereen van huisvesting te voorzien opgegeven, en stemt in plaats daarvan toe in de legalisering van 'gecontroleerde illegale nederzettingen' op afgebakende terreinen, waar slechts wordt gezorgd voor waterkranen en latrines. Voor dergelijke plekken bestaan al wachtlijsten van jaren.

'We zullen veel moeten uitleggen', zegt Selebi. 'We moeten aan de ballingen uitleggen dat zij niet allemaal kunnen rekenen op een huis en we moeten de mensen hier voorbereiden op de terugkeer. Het zou een treurige zaak zijn als degenen die het land verlieten om de strijd in het buitenland voort te zetten niet goed worden ontvangen in hun vaderland.'

Intussen doen lijsten repatrianten de ronde bij toekomstige werkgevers. 'Degenen met diploma's zullen het wel redden, maar de ongeschoolden en de halfgeschoolden zullen problemen krijgen', zegt Dangor. Het ANC zou graag twee vliegen in een klap slaan door programma's op te zetten om repatrianten om te scholen tot bouwvakkers, loodgieters en elektriciens, zodat zij hun eigen woningbouwprojecten ter hand kunnen nemen, maar daar is de medewerking van de regering voor nodig. Maar ook op dit punt laat de regering het afweten.