Ook bisschoppen kennen de managersziekte

Evenals aan managers van grote bedrijven worden ook aan bisschoppen hoge eisen gesteld. Enkele jaren geleden heb ik aan een groep theologen gevraagd om die eisen te formuleren. De uitkomst daarvan was: innerlijke vrijheid, wijsheid en doortastendheid. Maar ook: in staat zijn tot communicatie, niet dominerend zijn in de omgang, vooruitziend kunnen besturen en het Christendom publiek aanvaardbaar kunnen maken. Het huis van een bisschop moet een informatie- en communicatie-centrum zijn. Hij moet niet 'de beste onder alle bisschoppen' willen zijn, maar 'dienstbaar'. Hij moet registreren wat er in alle lagen van de bevolking leeft.

De Nijmeegse hoogleraar F. Haarsma voegde eraan toe: 'Enige bekwaamheid als manager is mooi meegenomen'. Met andere woorden, eigenlijk behoeft een bisschop geen manager te zijn. Bij nader toezien gelden bovenstaande eisen aan bisschoppen bijna allemaal evenzeer voor managers.

Managers behoeven geen spirituele leiders te zijn. Toch vond de SHV-topman Fentener van Vlissingen het nodig zijn managers een week lang naar Amsterdam te halen om hun spirituele kwaliteiten te toetsen, met de Dalai Lama in hun midden. Management heeft toch blijkbaar iets met spiritueel leiderschap te maken en andersom. Er zijn kerkprovincies waar bisschoppen cursussen krijgen in management. In Nederland bleef dat bij een vrome wens. Wel werden bisschoppen getraind in het omgaan met de media. Het resultaat bleef echteronzichtbaar, want een bisschop op de televisie werd daarna uiterst zeldzaam.

Bisschoppen uit heel de wereld waren bijna de hele maand oktober bijeen in het Vaticaan voor hun driejaarlijkse synode met de paus in hun midden. Heeft zo'n kostbare onderneming resultaat? Toen dit aan Fentener van Vlissingen werd gevraagd zei hij over de resultaten van zijn 'synode': 'Het spijt mij, maar daar kan ik geen concreet antwoord op geven'. Zo spiritueel ongrijpbaar waren blijkbaar de resultaten. Hij ging verder: 'Het is een worstelprobleem. Wij zijn als managers opgevoed met het idee dat we altijd op elke vraag een antwoord moeten geven'. Weer een treffende overeenkomst, want bisschoppen moeten ook op elke vraag een antwoord weten. Rome wil aan die behoefte tegemoetkomen door in een 'wereldcatechismus' alle vragen van geloof en zeden te inventariseren met de antwoorden erbij. Er zal ook wel een 'catechismus' voor managers bestaan.

In de synode zijn de bisschoppen bijeen voor een typisch managersprobleem: de opleiding van het personeel. In dit geval van de priesters. Traditioneel zijn de selectie-criteria hoog. Bij traditie, althans in de Westerse kerk, behoort daarbij het ongehuwd willen blijven. Deze levensvorm, zei de Amerikaanse kardinaal J. Bernardin, is tegenwoordig 'onaantrekkelijk en niet om vol te houden', heeft geen getuigend karakter meer en wordt nogal eens overtreden.

A. Penney, aartsbisschop in New Foundland (Canada), verklaarde na zijn pogingen om twee jaar lang seksschandalen van priesters onder tafel te houden, voor de televisie dat hij gefaald had en bood zijn excuses aan voor de tekortkomingen in zijn leiding, in zijn diocees en in zijn management. Hij had gefaald in zijn management. Dezelfde dag diende hij zijn ontslag in bij de paus.

Een andere bisschop klaagde op de synode, dat zijn opleidingsinstituten, de zogenoemde seminaries, vaker 'volgzame schapen' dan goede herders afleverden. Een terechte klacht, want uit die 'volgzame schapen' worden later weer bisschoppen gekozen.

Tenslotte nog een overeenkomst. Bisschoppen kunnen ook aan managersziekte lijden. In de Verenigde Staten hebben zij daarover geconfereerd. Zij beginnen publiek toe te geven, dat 'stress' een zware tol eist. Een commissie gaat alle aspecten onderzoeken: eenzaamheid, de te hoge verwachtingen, de spanning tussen prive- en publiek leven, de kloof tussen wat het Vaticaan eist en wat er werkelijk leeft onder priesters en gelovigen. Paradoxaal is de uitspraak van een commissielid, zelf bisschop: 'Het celibaat is een uitdaging en een gave. We kunnen er alleen maar mee leven, als we voelen, dat wij bemind worden' (N. Cath. Rep, 24 augustus).

Een goed middel tegen stress van bisschoppen gaf de grote hervormingspaus Johannes XXIII, overigens een fervent voorstander van het priester-celibaat. Bij het slapen gaan zei hij altijd: 'Heer, ik ga nu naar bed. Het is Uw kerk. Zorg er maar voor'. Misschien een mooi avondgebed voor overspannen managers.