Onzekerheid over gevolgen broeikaseffect; Rapport laat optiesopen voor beleid op lange termijn

ROTTERDAM, 16 okt. Bestaat het broeikaseffect? En als het bestaat, wordt het dan vooral veroorzaakt door de mens? En als dat zo is, wat zijn de gevolgen en wat kan eraan worden gedaan?

Al jaren woedt een controverse over het broeikaseffect, dat wordt veroorzaakt door stoffen in de atmosfeer die verhinderen dat de aarde de warmte van de zon terugkaatst met stijgende temperaturen als gevolg. Binnen de Verenigde Naties is nu tot op zekere hoogte een consensus bereikt, in een rapport dat vandaag in Rotterdam wordt besproken door Nederlandse ambtenaren, wetenschappers en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven. Het symposium is georganiseerd door de vier 'milieu-departementen', de ministers Maij-Weggen (verkeer) en Alders (VROM) voeren er het woord.

De VN-consensus wordt beschreven in het rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), dat in november 1988 werd opgericht door de Wereld Meteorologische Organisatie en de Milieu-organisatie van de VN.

Het op 31 augustus in Geneve verschenen rapport geeft een duidelijk inzicht in de oorzaken van het broeikaseffect. Over de gevolgen is het een stuk onzekerder. Geen wonder: in delen van de Sovjet-Unie en Noord-Europa kan de voedselproduktie stijgen, in West-Europa, de zuidelijke VS, delen van Zuid-Amerika en West-Australie kan de produktie afnemen. De totale wereldvoedselproduktie kan op peil blijven, maar de kosten daarvan zijn nog onduidelijk.

Het IPCC toont zich verontrust over de stijging van de zeespiegel, het gevolg van het smelten van de ijsmassa's op de polen en het uitzetten van watermassa's. Maar ook hier blijken de gevolgen onzeker. In het najaar van 1987 circuleerden nog berichten dat de zeespiegel de komende eeuw met enkele meters zou stijgen, waardoor delen van Nederland onder water zouden verdwijnen. Berekeningen van het Waterloopkundig Laboratorium in Delft kwamen toen al aanzienlijk lager uit. Dit voorjaar hield het IPCC nog rekening met een stijging van de zeespiegel van een meter eind volgende eeuw. Nu concludeert het dat een stijging van 65 centimeter tegen die tijd waarschijnlijker is. Een stijging die overigens verstrekkende gevolgen zou hebben.

Maar bestaat het broeikaseffect nu, ja of nee? Het antwoord van het IPCC is een ondubbelzinnig ja. Echter: het belangrijkste broeikasgas is waterdamp en het broeikaseffect is van oorsprong een natuurlijk fenomeen. Zonder het broeikaseffect zou de aarde ijskoud en onbewoonbaar zijn. Daarnaast bestaat er, aldus het IPCC, een tweede, door de mens veroorzaakt broeikaseffect, in het verleden voor meer dan de helft veroorzaakt door de uitstoot van koolstofdioxide. Ook de emissie van methaan, chloorfluorkoolwaterstoffen (CFK-s) en lachgas speelde een rol.

Koolstofdioxide komt tevens langs natuurlijke weg in de atmosfeer, in een hoeveelheid die veel groter is dan wat de mens teweeg brengt. Maar het natuurlijke systeem is in evenwicht: tegenover de uitstoot staat absorptie door oceanen en planten. De door de mens veroorzaakte emissies verstoren dit evenwicht.

Zonder extra maatregelen zal de uitstoot van koolstofdioxide dat vooral vrijkomt bij de verbranding van fossiele brandstoffen waarschijnlijk toenemen van 7 miljard ton per jaar nu tot jaarlijks 12 tot 15 miljard ton in 2025, aldus het IPCC. De concentratie van CO in de atmosfeer zal tegen die tijd het dubbele bedragen van het niveau aan het begin van de Industriele Revolutie.

Hoe belangrijk is dit kunstmatige broeikaseffect ten opzichte van het natuurlijke effect? Welk van de twee broeikaseffecten is de oorzaak van de stijging van het wereldwijde temperatuurgemiddelde de afgelopen eeuw met 0,3 tot 0,6 graden, waarbij van de warmste jaren er vijf in de jaren tachtig vielen?

Het IPCC stelt vast dat het volgens klimaatmodellen mogelijk is dat de opwarming geheel is veroorzaakt door het natuurlijke broeikaseffect. Maar ook het kunstmatige broeikaseffect kan de opwarming geheel teweeg hebben gebracht. Sterker nog: misschien was het kunstmatige effect nog veel groter dan uit de temperatuurmetingen blijkt, maar werd het deels gecompenseerd door een daling van het natuurlijk broeikaseffect. Kortom, hier tast men in het duister en volgens het IPCC kan die situatie nog wel een decennium 'of meer' voortduren.

Het IPCC waarschuwt dat in de gemeten temperatuurstijging het toekomstige broeikaseffect wellicht nog wordt onderschat. Als de aarde warmer wordt, komt er meer waterdamp in de atmosfeer en dat zal het natuurlijke broeikaseffect versterken. Bovendien hebben de oceanen tot dusver de wereldwijde temperatuurverhoging vertraagd, omdat zij warmte absorberen. Als het water warmer wordt, zal er minder warmte worden geabsorbeerd.

Het IPCC komt vervolgens met vier scenario's. Die lopen uiteen van 'business as usual' tot strenge controles resulterend in vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in de rijke landen, bescheiden groei in de arme landen en snelle omschakeling op 'veilige' kernenergie en op hernieuwbare energiebronnen als wind en zon. In dit laatste scenario zou de temperatuurstijging niet 0,3 graden per decennium bedragen zoals in het 'business as usual'-scenario, maar 0,1 graad.

De rest van het rapport is echter ontnuchterend. Het hoofdstuk Response Strategies bevat vooral algemeenheden, waarbij het wemelt van de 'gefaseerde' en 'flexibele' strategieen. De belangrijkste conclusie is dat de meest effectieve strategieen voordelig zijn 'om andere dan klimaatredenen'. Genoemd worden onder meer energiebesparing, een beter bosbeheer, een ruimere toepassing van moderne technologieen en maatregelen om woestijnvorming tegen te gaan. Dit alles geldt voor de korte termijn, en daarbij moeten de rijke landen de arme helpen. Voor de lange termijn, als het echte broeikasbeleid zou moeten worden ontwikkeld, worden alle opties open gehouden.

Een aantal geindustrialiseerde landen is inmiddels een stap verder. Duitsland, Nederland en nu ook Engeland en wellicht zelfs de VS lijken zich enigszins bewust van hun verantwoordelijkheid. De resultaten van de ministersconferentie november 1989 in Noordwijk stelden weliswaar teleur, maar het broeikaseffect kwam wel hoog op de politieke agenda te staan. In april organiseerde president Bush een conferentie over 'mondiale veranderingen, inclusief het klimaat', waarbij de tot dan gebruikelijke scepsis werd ingeslikt. In juli stond het broeikaseffect centraal op de jaarlijkse economische top van de zeven belangrijkste industrielanden in Houston.

Ook de maatregelen om de uitstoot van CFK's te beperken, die in 1987 in Montreal werden afgesproken en in juni opnieuw in Londen, hebben bijgedragen aan beperking van het broeikaseffect. Begin november volgt de tweede Wereld Klimaat Conferentie in Geneve, waar opnieuw wordt gesproken over een internationale aanpak.