Onmacht en wantrouwen kenmerken sfeer in Sofia

ROTTERDAM, 16 okt. Bulgarije dreigt op achterstand te raken: waar Polen, Tsjechoslowakije en Hongarije met uiteenlopende voortvarendheid de wortels van het socialistische systeem te lijf gaan, blijft Bulgarije steken in een politieke patstelling. Terwijl de produktie verder inzakt en de tekorten groeien, terwijl de winter voor de deur staat en de gevolgen van de Golfcrisis steeds heftiger beginnen te bijten, volharden de politici uit de beide grote kampen in wederzijdse animositeit, wederzijds wantrouwen en gezamenlijke machteloosheid. Het is wennen, de democratie.

Sinds de val van het regime van Todor Zjivkov, elf maanden geleden, heeft premier Andrej Loekanov getracht de oppositie over te halen in de regering zitting te nemen. Hij heeft die pogingen nog versterkt na de verkiezingszege van de BSP, de (ex-communistische) socialisten, die 211 van de vierhonderd zetels in het parlement in de wacht sleepten. Na de verkiezing van oppositieleider Zjeljoe Zjelev tot president heeft het er nog even op geleken dat hij daarin zou slagen. De ex-communisten trokken na vele vergeefse stemmingsronden in het parlement hun eigen kandidaat terug en maakten de weg vrij voor Zjelev; prompt doken geruchten op dat de oppositie in ruil daarvoor een coalitie zou aangaan. In de wandelgangen van het parlement circuleerden zelfs de namen van de nieuwe ministers. Het bleven geruchten: de oppositie volhardde in haar weigering en nog altijd wordt Bulgarije geregeerd door een kabinet van uitsluitend ex-communisten.

De oppositie, de Unie van Democratische Krachten (SDS), voelt er om diverse redenen niets voor met Loekanov in zee te gaan. De belangrijkste is dat ze er geen heil in ziet verantwoordelijkheid te nemen voor de failliete boedel van het socialisme, niet althans zolang ze in Loekanovs kabinet een minderheidspositie zou innemen. Loekanov heeft de Unie bijna de helft van het aantal portefeuilles aangeboden: meer zit er op grond van de verkiezingsuitslag niet in. De SDS vindt dat te weinig. Bovendien gaat de BSP voor de SDS niet ver genoeg in haar beweerde hervormingsijver. De oppositie eist bijvoorbeeld een onmiddellijke privatisering van de economie en de teruggave van grond aan de voormalige bezitters; de BSP vindt privatisering best, maar wil de grond geven aan diegenen die hem bewerken.

De oppositie hoopt dat de tijd in haar voordeel werkt. Ze gokt op de onmiskenbare toename van teleurstelling, ongeduld, angst en cynisme bij de bevolking en op nieuwe verkiezingen, die zo redeneert men wel moeten uitlopen op een nederlaag voor de socialisten. In augustus was bij een opiniepeiling de SDS voor het eerst sterker dan de socialisten. Volgens een peiling van deze week kan de BSP nog slechts op 31,5 procent van de stemmen rekenen, de SDS staat inmiddels op 46,7 procent, een resultaat dat de SDS alleen maar vastbeslotener heeft gemaakt de lokroep van Loekanov te blijven weerstaan.

En zo verandert er maar weinig, in het post-socialistische Bulgarije. Zeker, president Mladenov, de man die zich in december zo lelijk vergiste toen hij, geconfronteerd met boze betogers, suggereerde de tanks te laten komen, is verdreven. En zeker, de rode sterren op de gebouwen van partij en staat zijn verdwenen, maar slechts na rumoerige mini-revoluties die de sfeer verder hebben verziekt. De vader van het Bulgaarse socialisme, Georgi Dimitrov, is weggehaald uit zijn mausoleum en gecremeerd, Kerst en Pasen zijn terug van weggeweest, de aanspreekvorm gospodin (meneer) neemt de plaats van het oude 'kameraad' in, er is een nieuwe nationale feestdag, en er wordt gepleit voor eerherstel van het koninklijke volkslied, De Maritsa murmelt. Er is zelfs een tendens de taal te zuiveren van de resultaten van de door de communisten doorgevoerde linguistische militarisering, en de Bulgaren hebben zich volop tegoed kunnen doen aan vroeger verboden literatuur, zoals de dagboeken van de na de oorlog door de communisten geexecuteerde premier Bogdan Filov.

Maar afgezien van die marginale en uiterlijke veranderingen is er deze elf maanden niets gebeurd. Er ligt geen plan voor vergaande economische en sociale hervormingen, er zijn geen moedige initiatieven, er is geen Bulgaarse Vaclav Klaus, geen Bulgaarse Leszek Balcerowicz. Het parlement lijdt aan debatteerwoede maar neemt geen besluiten: pas twee maanden na de verkiezingen kwam het parlement toe aan het bespreken van Loekanovs economische verslag en toen het er eindelijk aan was begonnen trok het voor dat debat twee weken en acht zittingen uit.

De crisis echter wacht niet: de produktie lag per augustus 9,3 procent lager dan per augustus 1989, de lonen waren vier keer sneller gestegen dan de arbeidsproduktiviteit een luxe, zoals Loekanov zei, die zelfs de meest ontwikkelde landen zich niet kunnen veroorloven. De binnenlandse markt wordt door schaarsten en tekorten gedomineerd en het goederenaanbod ligt vier tot vijf procent onder het niveau van vorig jaar, de export zelfs veertig procent. De droogte, de Golfcrisis en het uitblijven van Sovjet-leveranties van olie, metalen, hout, chemicalien en andere grondstoffen vergroten de pijn nog aanzienlijk. Bedrijven kunnen hun contracten niet nakomen door gebrek aan grondstoffen, machines worden niet gerepareerd, arbeiders stellen te hoge looneisen en gaan al te makkelijk in staking als ze hun zin niet krijgen en de zwarte markt maakt zich van de schaarse spullen meester zodra ze verschijnen. Kortom, zoals de economische commentator Baroech Sjamljev het onlangs stelde, Bulgarije is onderweg van een economische crisis naar een economische ramp.

En de politiek zwijgt: de politiek heeft het te druk met het uitsteken van beschuldigende vingers, want steeds is de ander verantwoordelijk. De SDS vindt Loekanovs regering incompetent en besluiteloos, chaotisch en incoherent, want ze ontmantelt geen monopolies, laat de prijzen slechts in naam vrij en isoleert Bulgarije van de wereldmarkt: er wordt, stelt de SDS, niet opgebouwd maar vernietigd. SDS-parlementarier Ivan Kostov: 'De auto is verongelukt, maar Loekanov probeert de motor nog altijd aan het draaien te krijgen'. En Loekanov van zijn kant verwijt de oppositie het afremmen van hervormingen, de SDS, zegt hij, zegt zijn BSP, verhult met haar agressieve gedrag zelf geen programma te bezitten en weigert haar verantwoordelijkheden te nemen: 'Als de oppositie in februari een coalitie was aangegaan waren we verder geweest. Zonder consensus kan er niet worden hervormd'. Bulgarije lijkt een stuurloos land, een land zonder durf, inspiratie, initiatieven en denkbeelden.

Het ligt voor een belangrijk deel aan het gebrek aan democratische tradities: de meeste politici in Sofia lijken maar vaag te weten hoe precies om te gaan met het nieuwe fenomeen democratie. De BSP wekt niet de indruk die democratie te hebben omhelsd: van een zuivering van besmette leiders uit de tijd van de dictatuur is geen sprake kan ook moeilijk sprake zijn, want hoe raakt een partij af van de kaders die haar net een verkiezingszege hebben bezorgd? En de oppositie komt op haar beurt niet voort uit tradities van dapperheid en verzet: de meeste partijen en organisaties binnen de SDS zijn pas ontstaan in de periode vlak voor of vlak na de val van de dictatuur. Dat gebrek aan heldendom in het verleden wordt gecompenseerd met revolutionair taalgebruik en met buitenparlementaire acties als hongerstakingen, demonstraties, pleinbezettingen en veel gescheld. Dat kan wel eens een succes opleveren, zoals het vertrek van een president, maar erg constructief is het niet en met een parlementaire democratie heeft het weinig te maken.

Hoe het verder moet weet niemand. Binnen de SDS hoopt menigeen dat Loekanov zich binnenkort doodloopt en aftreedt, waarna de SDS met vlag en wimpel de verkiezingen gaat winnen. Maar het spelen op tijd betekent zowel economisch als politiek een zware wissel op de toekomst: als de Bulgaren bij het invallen van de winter ook letterlijk in de kou worden gezet konden nu al wijdverbreide gevoelens van angst, teleurstelling en cynisme over de revolutie van 1989 wel eens de politici van beide kampen parten spelen. De Bulgaren zijn de machteloosheid van hun nieuwe leiders beu. Bij een opiniepeiling kwam de Academie van Wetenschappen deze zomer tot de onaangename ontdekking dat het vertrouwen in de toekomst zo ver is gedaald dat inmiddels liefst 73 procent van de Bulgaren liever hun land de rug zou toekeren om hun heil elders in de wereld te zoeken.

    • Peter Michielsen