Nota gaat ouderen niet ver genoeg

DEN HAAG, 16 okt. 'De soep ruikt lekker maar blijkt bij nader inzien weinig voedzaam.' Zo kwalificeren de ouderenbonden, verenigd in de COSBO, de vandaag door het kabinet gepresenteerde nota 'Ouderen in tel'. In dat rapport wordt een opsomming gegeven van maatregelen en voornemens die ertoe moeten bijdragen dat ouderen meer integreren in de maatschappij.

De drie ouderenbonden een algemene, een protestants-christelijke en een katholieke zijn tevreden met de doelstellingen die het kabinet in de nota opvoert. 'Met de voorgenomen verschuiving van accenten van zorgbeleid naar integratiebeleid treedt de overheid in de sporen van de drie ouderenbonden', aldus een verklaring van de COSBO. 'Wij pleiten al jaren voor een volwaardige participatie van ouderen als burger, werknemer, bewoner en consument en voor de herwaardering van de derde levensfase van de miljoenenouderen die de samenleving veel te bieden hebben.'

De bonden zijn minder te spreken over de manier waarop die doelstellingen volgens het kabinet moeten worden verwezenlijkt. Er zijn uitzonderingen, bijvoorbeeld op het gebied van de gezondheidszorg, waar meer geld en aandacht komt voor geriatrie. Afgezien van enkele positieve zaken blijft de uitwerking van het beleid volgens de bonden te veel steken in het geven van voorlichting en het doen van onderzoek.

'De overheid erkent bijvoorbeeld dat een toereikend inkomen een randvoorwaarde is voor volwaardige participatie', aldus de COSBO, 'maar de voorstellen op dit terrein zijn uiterst mager.' Volgens de ouderenbonden moet het kabinet sneller knopen doorhakken. 'De regering wacht al sinds november 1987 op een advies van de SER over aanvullende pensioenen. Daarmee laten broodnodige maatregelen zoals het tegengaan van de pensioenbreuk en het verbeteren van pensioenvoorzieningen te lang op zich wachten.'

De ouderenbonden betreuren het dat het kabinet de kans niet heeft aangegrepen om het 'verfoeilijke fenomeen leeftijdsdiscriminatie met krachtige nieuwe instrumenten te bestrijden'. 'De suggesties op dit terrein zijn weliswaar nooit weg, maar niet meer dan een slap aftreksel van wat hier mogelijk en noodzakelijk is.'