Leger presenteert met modeshow nieuwe uitmonstering; Wapenrok in vlekkenpatroon

Over drie jaar gaan alle Nederlandse militairen in camouflagekleuren gehuld. Het vlekkenpatroon op de nieuwe Nederlandse gevechts-PSU (persoonlijke standaarduitrusting) is van Engels ontwerp. Een korte proef met Duitse camouflagepatronen is mislukt. Niet omdat iedereen plotseling overal soldaten zag, maar omdat de militairen vonden dat ze verplicht werden in bloemetjesbehang rond te lopen, en, wat misschien belangrijker is, omdat het camouflagepatroon gelijk was aan dat op de uniformen van de voormalige SS. 'Neemt het Nederlandse leger na het camouflagepatroon ook de methodieken van de SS over?' Dat soort vragen bereikte de legerleiding in ingezonden brieven.

'De camouflagekleuren zijn voor de directe waarneming van beperkt belang. Het maakt niet zoveel uit of het effen legergroen of gevlekt licht-, donkergroen en bruin is. In de moderne oorlogvoering wordt de visuele waarneming minder belangrijk. Steeds vaker worden infraroodkijkers gebruikt om de tegenstander op te sporen. Het gaat er meer om dat de man zich happy voelt in zijn pak.' Kolonel A. H. Poelhekken, voorzitter van de projectgroep gevechts-PSU, bekijkt een uniform niet simpelweg als een kledingstuk uit een lap stof, maar houdt ook rekening met het psychologisch effect dat het pak op de drager heeft. Poelhekken: 'Het moet ook een beetje macho zijn.' De Nederlandse en Israelische legers zijn de enige krijgsmachten ter wereld zonder gevlekt camouflagepatroon op hun gevechtspakken.

Kledingsystemen

Aan het eind van het jaar moet de staatssecretaris van defensie nieuwe gevechtspakken kiezen voor de landmacht. Een investering van zo'n 700 miljoen. Enkele actieve legeronderdelen hebben twee kledingsystemen beproefd, ontwikkeld in samenwerking met een zevental TNO-instituten. Een systeem bestaat uit gevechtskleding, helm, laarzen, handschoenen en petten, tankoverall, scherfvrij vest en draagstel voor de bepakking. Het ene systeem is gemaakt uit 100 procent katoenen stoffen, het andere uit een weefsel van 65 procent katoen en 35 procent polyester. Hoe de keuze ook uitvalt, aan de camouflagevlekken kunnen staatssecretaris en Defensie niet meer ontkomen, die zitten op beide alternatieven.

In het Koninklijk Nederlands Leger- en Wapenmuseum aan de Korte Geer in Delft werd zondag, in het kader van de nationale wetenschapsweek, een modeshow gehouden van de twee ontwerpen.

De drie mannelijke en twee vrouwelijke modellen van het Korps Nationale Reserve deden hun best, maar van flatteus vallende kleding zal ook in de toekomst in het leger nog geen sprake zijn. De vrouw in de krijgsmacht wordt langzamerhand voor vol aangezien, maar alleen het scherfwerende vest krijgt coupe-naden.

Uit het commentaar van Poelhekken werd duidelijk dat er weliswaar twee alternatieven zijn, maar dat de politiek volgens de troepen moet kiezen voor het gevechts-PSU dat vervaardigd is uit het katoen-polyestermengsel. Het pak bevalt beter, er zijn meer geavanceerde materialen in verwerkt, het is lichter en goedkoper. Bovendien komen de camouflagevlekken er beter op uit. Op katoen/polyester zijn de kleuren meteen wat stone washed. 'Een beetje militair', zegt Poelhekken, 'zal zijn geheel katoenen kleren eerst driemaal wassen omdat hij niet voor een rekruut wil worden aangezien.'

Een goede uitrusting begint met ondergoed. Poelhekken: 'Ook de onderbroek is nieuw, over de oude waren weliswaar geen klachten, maar dat kwam omdat hij niet werd gedragen.' De vraag was welk standaardtype moest worden gekozen. De onderzoekers gingen kijken bij de keuringen en zagen daar dat toekomstige dienstplichtigen in van alles verschenen: van tangaslip tot boxershort. Er is nu gekozen voor een slip met gulp voor de heren en een zonder voor de dames. Niet minimaal, niet maximaal, niet in camouflagekleuren, niet in ouderwets legergroen, maar in een kleur die ik in dit verband helaas alleen maar diarree-bruin kan noemen. Slip en T-shirt werden bij de veldproeven echter wel gedragen. Een KL-BH werd niet getoond.

De gevechtsklare soldaat draagt over enkele jaren een overhemd weliswaar nog zonder witte boord. Lange mouw, kraag, camouflagepatroon. Op frisse dagen gaat daar een basis-gevechtsjasje overheen. Kort, tot op de broekband, waarover straks meer. 'De combinatie overhemd en gevechtsjasje is erg gewild', aldus Poelhekken, 'het staat ook kek, die twee kraagjes over elkaar heen.' De overhemdmanchetten rond de polsen beschermen bij koude de polsslagaderen tegen afkoeling. De halsslagaderen worden warmgehouden door een halsdoekje dat eveneens kek staat en bij stofoverlast voor de mond kan worden geknoopt.

De broek is gewoon een gevlekte broek, maar het aantal voorradige maten wordt teruggebracht van 18 naar 12 door slim gebruik van klitteband in de broekriem, die daardoor enkele centimeters verstelbaar is zonder dat de broek helemaal uit model raakt.

Het gebruik van klitteband is beperkt ten opzichte van ontwerpen die een paar jaar geleden mislukten. 'Op een gegeven moment wilde men alles met klitteband dichtmaken, tot de lunchpakketten toe, maar dat gaf veel te veel lawaai.' In de jassen zitten gewoon weer ritssluitingen, de meeste zakken gaan met drukknopen dicht. Poelhekken: 'Alleen na zwaar tafelen hoor je nu nog wat scheurend klitteband.'

De gevechtsjas, model parka, heeft een uithaalbare kunstbontvoering en een lining van Goretex, een materiaal dat regendruppels niet naar binnen doorlaat, maar waterdamp (zweet) wel laat ontsnappen. Een apart regenpak is nu overbodig. Wie nog gewend was aan de tent poncho zal verbaasd staan: er komt een eenpersoonstentje dat met het tentje van een maat toch weer tweepersoons kan worden. Niemand hoeft bang te worden in het donkere bos.

Nat is in ons klimaat ook koud. Drie jaar geleden werden daarom de wollen wantjes al vervangen door prachtige soepele geiteleren handschoenen. Poelhekken maakt daarover graag de volgende grap: 'Waarom geiteleer? Omdat de handschoenen geen water door moeten laten en zoals u weet zijn geiten perfect waterdicht.'

Er is nu ook een overwant, voor over het geiteleer. Van bont en Goretex en met een met leer verstevigde buitenkant, maar zonder trekkervinger. Als het echt spannen wordt, aldus Poelhekken, hoeft niemand de Nederlandse militair te vertellen dat hij zijn overhandschoenen uit moet trekken.

Vezels

Voor het echte werk zijn scherfwerend vest, helm en bepakkingssysteem van belang. In vest en helm worden supersterke vezels gebruikt. Er moet nog worden gekozen tussen een sterke polyetheen van DSM (Dynema, kan tegen zon en vocht maar smelt bij 140 graden) en aramidevezel (van AKZO of Du Pont, is onbrandbaar maar degradeert langzaam door UV-straling en vocht). Tot matjes gevlochten gaat het materiaal in scherfwerende vesten. Kogelvrij zijn ze niet, dan zouden ze tien kilo wegen en dat is onaanvaardbaar. Maar ze geven 19 tot 35 procent minder uitval van soldaten doordat ze beschermen tegen scherven van handgranaten en tegen holle munitie die door bepantsering van voertuigen heen kan dringen. 'Aan de buitenkant is dan maar een klein gat te zien, maar van binnen zit een groot gat. De militair heeft als het ware de hele binnenkant van het voertuig om zijn oren gekregen.'

Veel minder kosteneffectief is een nieuwe helm. De oude stalen helm blijft niet goed zitten omdat zijn zwaartepunt verkeerd is, maar is ballistisch gezien in orde. Voor 50 gulden geeft hij een reductie van vier procent uitval van soldaten, vergeleken met de vechtpet. Met een helm van supersterke vezel (250 gulden) loopt dat percentage slechts tot zes op. Nederland wacht de ontwikkeling bij de bondgenoten af en ontwikkelt niet zelf een helm.

Het nieuwe gevechtspak is ontworpen voor gebruik in de Noordduitse laagvlakte. Het ziet er naar uit dat het Nederlandse leger daar voorlopig niet in actie hoeft te komen. De legerleiding ziet met vreugde dat de Verenigde Naties hun wereldpolitietaak serieus kunnen nemen, nu de USSR en de VS het vaker met elkaar eens zijn. De Nederlandse soldaat moet over de hele wereld inzetbaar zijn. De projectgroep bestudeert nu pool- en tropenuitrusting.

V.l.n.r. korporaal Peter Nieuwenhout (in scherfvrij vest), soldaat Anita van der Velden, korporaal Marlies Jeremiasse, korporaal Sjam Kalpoe (in tankoverall) en sergeant Hans Luyendijk, allen van het Korps Nationale Reserve.

Foto Freddy Rikken