Instituut VS prijst Nederlands beleid bij drugsverslaving

DEN HAAG, 16 okt. 'Wij zijn steeds onze eigen gang gegaan en hebben ons niet laten leiden door emotionele en dogmatische reacties uit het buitenland.' Dat zegt E. L. Engelsman (44), hoofd van de hoofdafdeling alcohol-, drug- en tabaksbeleid van het ministerie van WVC, die de afgelopen weken overal ter wereld het Nederlandse drugsbeleid heeft toegelicht. Deze week heeft zijn enthousiaste aanpak hem internationale erkenning opgeleverd in de vorm van een prijs van de Amerikaanse Drugs Policy Foundation in Washington.

Deze organisatie, die zich afzet tegen de visie van de Amerikaanse overheid dat er een oorlog moet worden gevoerd tegen drugsgebruik, noemt het Nederlandse beleid menselijk en doeltreffend. De Nederlandse regering is de enige ter wereld die openlijk weigert om het drugsprobleem te benaderen in termen van oorlog, aldus het instituut, dat vooral wordt gesteund door wetenschappers, juristen, artsen, politici en oud-politici zoals de ex-minister van buitenlandse zaken George Shultz.

Engelsman wordt door de Drugs Policy Foundation gezien als de belichaming van het Nederlandse drugsbeleid: 'Hij is eerstverantwoordelijk voor het formuleren en uitvoeren van de details van een vreedzaam en pragmatisch beleid.' Vele buitenlandse tv-ploegen en delegaties van ambtenaren en hulpverleners stonden bij hem op de stoep. De WVC-ambtenaar, die van 1978 tot 1986 secretaris was van de interdepartementale stuurgroep drugsbeleid, wordt geprezen om de kalme en duidelijke wijze waarop hij het Nederlandse beleid toelicht.

Om een goed drugsbeleid op te zetten, is het niet nodig dat het complete Nederlandse model wordt overgenomen, meent Engelsman, die onderstreept dat Nederland geen gidsland is met zijn drugsbeleid. 'Het aanbieden van condooms en schone spuiten heeft vaak al een enorm positief effect.' 'In ons land vielen er vorig jaar ongeveer 60 Nederlandse drugsslachtoffers. In Duitse steden wordt dat aantal vaak al ruim overschreden. In Hamburg waren het er vorig jaar 88, in Berlijn bijna 100, in Frankfurt 78. Het aantal doden stijgt daar nog, terwijl het hier stabiel is. Dat zijn toch indicaties.'

Op internationale conferenties stond Engelsman vaak alleen met zijn verhaal over een realistische kijk op de drugsproblematiek. 'In 1987 werd onze aanpak op een VN-conferentie door geen enkel ander land geduld. Dit voorjaar was er een drugs-top in Londen en daar werden elementen van ons beleid in de slotverklaring opgenomen. Er is in het buitenland wel degelijk iets aan het veranderen. In Duitsland zijn ze nu bijvoorbeeld ook met methadon bezig. Jarenlang is dat voor onmogelijk gehouden. Spuitomruil wordt in geen enkel meer ter discussie gesteld. In de VS, waar onze aanpak als 'soft' werd omschreven, berichten de tv en belangrijke kranten als The New York Times en The Wall Street Journal nu positief over ons beleid.'

Sommige landen maken volgens Engelsman de fout in voorlichtingscampagnes aparte aandacht voor de drugsproblematiek te bestrijden. 'In zijn algemeenheid moet je leren jongeren om te laten gaan met de risico's van het leven. Ik heb wat dat betreft nog het meest geleerd van mijn leraar Nederlands. In voorlichtingscampagnes moet je drugs er niet uittillen.' In Frankrijk bijvoorbeeld gebeurde dat wel. Daar werd als onderdeel van een anti-drugscampagne aan scholieren de film 'Christiane F.' vertoond, vertelt Engelsman. 'Uit later onderzoek bleek dat scholieren die de film hadden gezien eerder geneigd waren te experimenteren met drugs.'

Engelsman weet nog niet wat hij met de prijs van 10.000 dollar gaat doen, wel staat vast dat het naar een goed doel gaat. 'Het is natuurlijk niet veel om iets groots mee te kunnen doen.'