'Incest, scheiden, geweld. Je vraagt je af: wat heb ikvroeger allemaal niet gezien?'

'In 1959 ben ik als jonge onderwijzer begonnen in de vierde klas van zo'n typische Utrechtse binnenstadschool. Er zaten 42 kinderen in een veel te klein lokaal en van de ene dag op de andere was ik persoonlijk verantwoordelijk voor deze leerlingen. Zoiets als individuele benadering bestond toen nog niet. Maar op die school moest ik wel. De kinderen hebben het me geleerd.

Na zes jaar werd ik gevraagd om hier een Dalton-achtige school op te zetten. Op 1 december 1965 begonnen we met twee leerkrachten en twee leerlingen. Ik zie ze nog in de pauze eenzaam over het schoolplein lopen. De school stond op een kale vlakte. Overvecht moest nog grotendeels worden gebouwd.'

Nu, vijfentwintig jaar later, is 'meneer' Cuypers (54) nog steeds hoofd van de openbare John F. Kennedyschool in Utrecht-Overvecht. Met een handvol collega's elders in de stad behoort hij inmiddels tot de club der oudsten.

Na de HBS-B kon hij aanvankelijk maar moeilijk kiezen tussen bouwkunde, elektrotechniek en het onderwijs. ' Het werd de Kweekschool en dat was een toepasselijke naam, want je werd daar echt gekweekt. Ik heb nog geen dag spijt gehad van mijn keuze: het omgaan met de kinderen dat is het mooiste van mijn werk.'

Cuypers heeft het allemaal meegemaakt. De bouwexplosie, de komst van de jonge gezinnen, de snelle toename van leerlingen uit relatief goed geschoolde milieus. De laatste jaren echter is het aantal leerlingen teruggelopen van 260 tot 190. Tegelijkertijd is de aanwas van allochtone leerlingen voornamelijk uit Marokko en Turkije op gang gekomen.

' We zijn nu een gemeleerde school', zegt Cuypers. ' En dat betekent niet alleen veel taalproblemen, maar bij voorbeeld ook dat het ons niet altijd lukt om de buitenlandse meisjes mee te krijgen op werkweek. Ik begrijp de bezwaren wel, maar ik vind het toch erg jammer. Een ander punt: de OETC-lessen (onderwijs in eigen taal en cultuur) die onder schooltijd moeten worden gegeven. Ben ik net de deelbaarheid van getallen aan het uitleggen en hup, daar gaat weer een kind de klas uit. Die leerlingen moeten de stof dus op een ander moment uitgelegd krijgen. En ze hebben vaak al een achterstand. Ik vraag me wel eens af of OETC-lessen niet beter buiten schooltijd kunnen worden gegeven.'

In zijn dertigjarige loopbaan als onderwijzer heeft Cuypers de school ingrijpend zien veranderen. ' Op de Kweekschool werd je vooral geleerd om goed les te geven; je rekenen en Nederlands was perfect, je wist alles van aardrijkskunde en geschiedenis. Nu worden er veel meer sociale en creatieve vaardigheden van een leerkracht verwacht.'

De sociale problemen waarmee Cuypers tegenwoordig wordt geconfronteerd, zijn hem soms weleens teveel. ' Er zijn groepen waar 50 procent van de leerlingen gescheiden ouders heeft. Die kinderen zijn tijdelijk kansarm, hun concentratie is ver te zoeken. Een moeder vraagt je hoe ze moet scheiden. En dan het geweld in de gezinnen en zaken als incest. Het komt in alle hevigheid op je af en je denkt wel eens: waar ben ik vroeger allemaal aan voorbijgelopen, wat heb ik niet gezien?'

Er is nog meer veranderd. Sinds vier jaar heeft Cuypers zeer tot zijn spijt geen eigen groep meer. Hij is gedeeltelijk vrijgesteld van onderwijs om de organisatorische en administratieve gang van zaken op school in goede banen te leiden. De rest van de tijd neemt hij als een soort vliegende keep de groepen over van collega's die in deeltijd werken, arbeidsduurverkorting opnemen of ziek zijn.

' Noem het klusjesbaas', zegt Cuypers en hij somt de taken op. ' Ik ben behalve invaller ook inkoper, leerling- en leerkrachtbegeleider, spreekbuis voor noden en zorgen, concierge, drukker en postbode. Ik geef leiding aan achttien leerkrachten, de OETC-onderwijzer en de vaste invaller meegerekend. Alleen al een rooster maken is tegenwoordig vakwerk. En dan natuurlijk alle folders, brochures en andere correspondentie waaronder je wordt bedolven. De nationale dit en de nationale dat, de week van zus, de week van zo. Al die leerstofgebieden die er de laatste twintig jaar zijn bijgekomen. Zoiets als 'sociale redzaamheid', moet dat nu per se een apart vak worden? Dat reik je de kinderen toch voortdurend aan onder de andere vakken door... '

Teveel indrukken, te weinig diepgang vindt Cuypers. ' Een proefwerk taal en rekenen dat ik twintig jaar geleden gaf, daar hoef je nu niet meer mee aan te komen. En de kinderen zijn echt niet dommer geworden, hun aandacht wordt alleen over veel meer terreinen verspreid. Een schoolweek blijft namelijk wel vijfentwintig en een half uur.'

Meneer Cuypers ziet zichzelf de rit wel volmaken tot zijn pensioen. Het onderwijs is zwaar en doet een enorme aanslag op lichamelijke en geestelijke weerbaarheid. ' Het is de kunst om een goede balans te vinden tussen idealisme en realisme. Ik ben nooit een pionier geweest, ik heb nooit voorop gelopen. Maar ik heb wel altijd een open oog voor vernieuwing gehad.'

Sinds dit schooljaar heeft hij een dag per week arbeidsduurverkorting. Omdat hij 55 jaar wordt. Wanneer hij precies de pensioengerechtigde leeftijd bereikt weet Cuypers niet eens. ' Leidt daar maar uit af dat ik met plezier werk. Ik zit er niet naar uit te kijken.'