'Ik was ineens afgeleid met mijn gedachten. Ik dacht: wat doeik hier? ; En: ik ben al over de helft.'

Aukjen Doornbos (17, 5-HAVO) kijkt medelijdend naar haar vriendin. Ze moeten allebei een spreekbeurt houden, maar terwijl de vriendin klappertandend van de zenuwen aan haar papieren frutselt, is Aukjen de rust zelve.

'Ik maak me niet zo druk om een spreekbeurt. Zij heeft er anderhalve maand aan gewerkt, ik niet. Ik wilde eerst buitenlanders doen en toen nog een paar onderwerpen. Criminaliteit wilde ik ook wel. Toen heb ik in de index van de AO-reeks gekeken, de Actuele Onderwerpen, en er was een boekje over televisiekijken. Dat heb ik toen maar genomen. Ik hou helemaal niet van televisiekijken.'

De vriendin beweegt haar lippen, ze oefent. Hoor je een spreekbeurt van buiten te leren?

'Meestal maakt iedereen een schemasamenvatting, dat is dat je de voornaamste punten opschrijft. Ik leer heel snel uit mijn hoofd, dus ik kan hem wel opzeggen. Ik heb er niet veel aan gedaan. Ik heb een bandrecorder op mijn bed gezet en een klok erbij genomen en toen ik zag dat hij lang genoeg was, heb ik hem maar gehouden.'

Als de vriendin met een zucht, alsof ze uit de mijnen terug is gekeerd, op haar plaats is gaan zitten, is Aukjen aan de beurt. Opgewekt steekt ze van wal:

'Toen ik een onderwerp zocht voor mijn spreekbeurt, kwam ik een krantebericht tegen, dat vier kinderen doodgevallen waren omdat ze van een flatgebouw waren gesprongen. Ze hadden Superman gezien op de televisie en nu dachten ze dat ze ook konden vliegen. Dit geeft de indruk dat de televisie kinderen op catastrofale ideeen kan brengen. De vraag vandaag is: is televisie slecht voor kinderen? En heeft de televisie invloed op ons gedrag. Daar wil ik mijn spreekbeurt over houden.'

Even lijkt het er op dat de klas echt luistert, maar al gauw zie je de eerste gedachten afdwalen. In Aukjens stem is ook een zekere matheid geslopen. Misschien komt het door de statistiek.

'Gemiddeld kijkt iedereen vijfentwintig procent van de vrije tijd televisie, dat is best wel veel als je rekent dat je ook nog huiswerk moet maken. Als iemand teevee kijkt, zet hij eerst het toestel aan en dan wordt pas voor een net gekozen. In veel gezinnen staat de hele avond de televisie aan. Het zou kunnen gebeuren dat de mensen daardoor langs elkaar heen gaan leven en geen aandacht meer hebben voor elkaar.'

Op Aukjens gezicht ligt nu een treurige uitdrukking. Zo erg zal het toch niet gesteld zijn met de invloed van televisie?

'Daarbij ontstaat er gewenning aan geweld. Gewenning betekent dat de emotionele reactie afneemt bij het herhaaldelijk zien van politiefilms. Op het eerste gezicht lijkt dit ongevaarlijk, want was is er nou erg aan als iemand minder reageert op nare dingen op de televisie? Maar als het proces zich gaat uitbreiden tot de werkelijkheid, ontstaan de problemen. Dat is namelijk onderzocht. Men heeft volwassen mannen tien dagen lang een aantal uren per dag naar aanrandingsscenes laten kijken. Aan het eind bleek dat die mannen de aanrandingsscenes minder erg vonden dan mannen die ze voor 't eerst zagen. Het ziet er naar uit dat men door gewenning gemakkelijker acoord gaat met geweld.'

De ernstige stemming wordt doorbroken met een vrolijke anecdote, maar niemand lacht. Aukjen zelf ook niet.

'Een Amerikaanse kleuter, die z'n oma was overleden vroeg: 'Who shot her?' Hij dacht dat iedereen die dood gaat is doodgeschoten, terwijl dat in werkelijkheid helemaal niet zo vaak voorkomt. Kinderen die veel geweld op de televisie zien, krijgen het idee dat ze in een boze wereld leven. Ze denken dat de wereld vol geweld is.'

Aukjens stem hapert. Ze zwijgt. Hoort dat erbij? Als de spreekbeurt afgelopen is, vraag ik het.

'Ik was ineens afgeleid met mijn gedachten. Ik dacht: wat doe ik hier? En ik dacht: ik ben lekker al over de helft. Maar toen merkte ik dat ik vergat te praten. Stom he, ik moest juist iets ingewikkelds uitleggen over hoe het nou zat met de gevolgen van het televisiekijken.'

Aukjen heeft een zeseneenhalf voor haar spreekbeurt, de vriendin een zeven.

'Ik ben blij dat ik niet een hoger cijfer heb gekregen dan mijn vriendin, want dat zou ik zielig vinden. Zij heeft veel meer moeite gedaan dan ik. Maar het cijfer doet er niet echt iets toe. We hebben een voldoende en we zijn er lekker van af. Nu kunnen we zonder zorgen naar de spreekbeurten van de anderen luisteren. Er zijn hele saaie spreekbeurten bij over motorcrossen of over de landmacht. En sommige spreekbeurten worden zo gemompeld, dat je ze helemaal niet kunt verstaan.'

Wie nodigt me uit voor een spreekbeurt? Schrijf naar Yvonne Kroonenberg, Paleisstraat 1, 1012 RB Amsterdam.

    • Yvonne Kroonenberg
    • de Schoolkrant