Herhaling van de ziekte van Wegener is te voorkomen

Mensen die de ziekte van Wegener gehad hebben hoeven die niet opnieuw te krijgen als ze bij de toename van bepaalde auto-antistoffen in het bloed direct met medicijnen behandeld worden. Dat blijkt uit een onderzoek dat verricht werd aan de faculteit voor Interne geneeskunde van de Universiteit van Groningen. Drs. J. W. Cohen Tervaert is afgelopen week op dit onderwerp, 'Antineutrophil Cytoplasmic Antibodies', gepromoveerd. Deze methode kan wellicht ook helpen bij allerlei andere aandoeningen waarbij auto-antilichamen voorkomen, zoals de frequent voorkomende ziekte van Crohn (chronische dunne darm-ontsteking).

Auto-antilichamen zijn afweerstoffen die reageren met bepaalde eigen weefsels, in plaats van dat ze, zoals dat eigenlijk hoort, een indringer vernietigen. Soms werken die auto-antilichamen tegen een bepaald celtype. Dan kan een orgaan (bijvoorbeeld de schildklier) ernstig beschadigd raken. Bij de betrekkelijk zeldzame ziekte van Wegener (Wegener's granulomatosis) zijn de auto-antilichamen gericht tegen bepaalde witte bloedcellen (neutrofielen). Omdat neutrofielen zich overal in het bloed bevinden kunnen er in allerlei organen ziekteverschijnselen optreden.

Neutrofielen behoren het lichaam te beschermen door te reageren op binnengedrongen bacterien. Ze moeten deze door het uitstoten van sterk oxyderende stoffen (radicalen) vernietigen. Sommigen denken dat auto-antilichamen het gevolg zijn van een soort kruisreactie: antilichamen die gericht zijn tegen een bepaald bacterieel eiwit zouden lichaamseigen eiwitten beschadigen, omdat die toevallig in structuur overeenkomen met dat eiwit.

De auto-antilichamen bij de ziekte van Wegener zijn gericht tegen stoffen in het celvocht (cytoplasma) van de neutrofielen. Daarom worden ze 'Antineutrophil cytoplasmic antibodies' (ANCA) genoemd. De geprikkelde neutrofielen stoten overal in de bloedvaten hun radicalen uit, waardoor de wanden van bloedvaten in allerlei organen, zoals long, nier, huid en zelfs het zenuwstelsel kunnen worden beschadigd. Zo kan de nierfunctie volledig wegvallen. De ziekte moet daarom zo snel mogelijk, voor er onherstelbare schade is opgetreden, behandeld worden. Dat doet men met corticosteroid-hormonen en celremmers als cyclophosphamide. Deze middelen werken weliswaar goed tegen de productie van ANCA, maar tegelijk leveren ze het risico dat de normale functie van het lichaam gestoord wordt.

Om dit te voorkomen wordt de medicamentueze behandeling zo snel mogelijk weer gestopt als de patient hersteld is. Dat maakt wel dat de ziekte zo weer kan opflakkeren. Zo'n recidief kan men dan voorkomen door voortdurend een kleine onderhoudsdosering antibiotica tegen infecties te geven.

De Groningse onderzoekers hebben daar nu een nieuwe, zeer doeltreffende methode aan toegevoegd. Ze hadden al aangetoond dat een recidief bij de ziekte van Wegener steeds wordt voorafgegaan door een stijging van de auto-antilichamen in het bloed. Zij hebben daarop onderzocht of zo'n recidief voorkomen kan worden als een toename van die ANCA direct tegengegaan wordt. Dat bleek zeer effectief: bij de op deze manier behandelde patienten bleek de ziekte niet terug te komen. Bij patienten die niet behandeld werden na stijging van de ANCA trad in 82% van de gevallen wel een recidief op. (Bart Meijer van Putten)