'Beleid ter integratie van ouderen'; Bewindslieden kondigenpakket maatregelen aan in nota:

DEN HAAG, 16 okt. Het overheidsbeleid voor ouderen zal de komende jaren worden gericht op de integratie van deze bevolkingsgroep in de maatschappij. Om dat te verwezenlijken zullen de komende jaren talloze maatregelen moeten worden genomen op het gebied van huisvesting, inkomen, gezondheidszorg, arbeid en educatie.

Dat staat in de vanmiddag gepresenteerde nota Ouderen in Tel, waarin het voorgenomen ouderenbeleid tot en met 1994 uiteen wordt gezet. De regering meent dat nog te weinig wordt geprofiteerd van de 'ervaring en wijsheid' van ouderen. Onder ouderen verstaat het kabinet mensen vanaf 55 jaar, ofwel 22 procent van de bevolking.

De ministers d'Ancona (WVC), Dales (binnenlandse zaken), Ritzen (onderwijs) en de staatssecretarissen Heerma (volkshuisvesting) en Ter Veld (sociale zaken) geven in de nota aan welke maatregelen er worden genomen om het ouderenbeleid vorm te geven. Zij onderstrepen dat niet alle ouderen extra aandacht nodig hebben: 'Het merendeel van hen is vitaal en neemt volop deel aan het maatschappelijk verkeer'.

In vorige nota's over ouderenbeleid lag de nadruk op de zorg voor ouderen en de daarmee nauw verbonden financiele gevolgen van de vergrijzing. 'Ouderen in Tel' bestrijkt een veel breder terrein dan de eerdere nota's. Het streven naar zelfstandigheid en deelname aan maatschappelijke activiteiten kan volgens het kabinet alleen slagen als er veel beleidsgebieden bij worden betrokken.

In de nota kondigt het kabinet aan dat de pensioneringsleeftijden voor mannen en vrouwen als gevolg van een richtlijn van de Europese Gemeenschap zullen worden gelijkgetrokken. Een vroegere pensioneringsleeftijd voor vrouwen kan het voor hen onmogelijk maken gebruik te maken van een VUT-regeling.

Op het gebied van huisvesting wil het kabinet experimenten en projecten stimuleren waarin ouderenhuisvesting en dienst- en zorgverlening zijn gekoppeld. Er komt een onderzoek naar de verwachte inkomensontwikkeling van ouderen en de consequenties daarvan voor het eigen woningbezit. Om ouderen in de gelegenheid te stellen zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen, treedt op 1 januari 1992 het Bouwbesluit in werking. Daarin worden bouw- en woontechnische minimum-eisen opgenomen waaraan bij het bouwen moet worden voldaan. Het Bouwbesluit gaat verder dan de nu geldende (model)bouwverordening.

In de gezondheidszorg wil het kabinet bevorderen dat personeel in die sector meer kennis verwerft over behandeling, zorg en preventie van ziekten bij ouderen (geriatrie). Het aantal universitaire leerstoelen geriatrie en geriatrische afdelingen in algemene ziekenhuizen zal de komende jaren worden uitgebreid. Het kabinet bepleit uitgebreid wetenschappelijk onderzoek naar onder meer dementie, voeding en zelfmedicatie. Minister d'Ancona kondigt de opzet aan van een informatie-, advies- en registratiecentrum door de Landelijke Organisatie Slachtofferhulp voor ouderenmishandeling. 'De taboesfeer hierover moet worden doorbroken.'

Ook komt er een onderzoek naar leeftijdscriteria in wet- en regelgeving, onder meer op het terrein van wonen, zorg en welzijn. Minister De Vries (sociale zaken en werkgelegenheid) zal een extern onderzoek laten verrichten naar leeftijdscriteria in het arbeidsbestel.

Het kabinet onderschrijft dat inspraak en zeggenschap van oudere vrouwen binnen maatschappelijke organisaties moet worden vergroot. Bij de instelling van een definitieve Raad voor het Ouderenbeleid zal ten minste de helft van de leden bestaan uit vrouwen, belooft het kabinet.