Adele schopt de pumps uit en gaat er tegenaan

Adele Bloemendaal schopt aan het slot van haar nieuwe theatersolo de pumps uit en gaat er nog een keer volop tegenaan. Niemand weet hoe laat het is, zingt ze, een lied dat oproept elke dag te leven alsof het de laatste zou kunnen zijn. Het is, als ik mij goed herinner, afkomstig uit de oudejaarsavondconference van Youp van 't Hek. Maar ieder nummer, hoe oud en bekend soms ook, klinkt bij haar of het voor het eerst wordt gezongen. Dat geldt voor een antiek music hall-liedje, een vooroorlogse Duitse cabarettekst, een intens verdrietige tango, de jaren-zeventig-hit Paradise by the dashboard light en evenzeer voor de liedjes die ze zelf al eerder op haar repertoire had, zoals een paar geharnaste chansons van Jan Boerstoel over geweld, verzet en verraad, een door Jacques Kloters geschreven zelfportret en het stoute Vingerlied van Flip Broekman.

Ze krijgen niet alleen een nieuwe betekenis, maar ook een andere context. Ditmaal is het verrassend veelzijdige repertoire losjes ingebed in het verslag van een wereldreis, dat aanleiding geeft tot hilarische verhalen over de jungle, ondeugende overpeinzingen over jongemannen en het dodelijke portret van een Nederlands cultureel attache in een ver land een dronken lor met gore praat, loze opschepperij en een treffend geformuleerde dubbele moraal. Van diens pronte echtgenote maakt Adele Bloemendaal bovendien een uitzinnig gek type, dat op een meeslepend malle manier de pompeuze platitudes laat horen van de door Bob Geldof geinitieerde liefdadigheidshit We are the world en de banaliteit van het Eurovisie-lied Heel de wereld (Corry Brokken, 1958).

Haar vorige show, Adele in Casablanca, beviel me maar matig, omdat de vedette zich toen door te veel anderen liet omringen. Nu toont ze met overrompelend gemak aan hoe overbodig al die opsmuk was. Zelf beschikt ze over een veelheid van stemmen, typeringen en eigen, compromisloze standpunten, begeleid door de stuwende, energieke composities en arrangementen van Martin van Dijk en Tom Barlage. Het toneelbeeld bestaat hoofdzakelijk uit de spannende belichting; Adele Bloemendaal en de twee muzikanten doen de rest. De voorstelling staat muurvast op haar fundamenten, het uitdagende statement van een fenomenaal chansonniere.