Werk van huischoreografen in reprise bij Nationale Ballet; Ballroom als inspiratie voor ballet

Er is in Nederland inmiddels een zodanig choreografisch bestand van eigen bodem opgebouwd, dat er kan worden teruggegrepen naar balletten uit het niet meer zo recente verleden. Vooral bij Nederlands grootste gezelschappen gebeurt dat steeds vaker. Zo heeft Het Nationale Ballet twee werken uit de kast gehaald van zijn twee huischoreografen: het negen jaar oude Onder mijne voeten van Rudi van Dantzig en Pyrrhische Dansen II dat Toer van Schayk in 1977 maakte.

Van Schayks werk blijkt nog stevig overeind te staan. De vorm waarin hij krijgshandelingen uit de zeventiende eeuw op het toneel zet, imponeert opnieuw door de fantasierijke beelden die hij weet op te roepen. Dat is niet alleen aan de fraaie aankleding, het 'nieuwe' decor en het gebruik van rekwisieten te danken, maar ook aan de afwisselend grillige, martiale, speelse en hoofse bewegingen die overal een eigen signatuur hebben. Sommige fragmenten komen echter zwakker over dan voorheen. Het vroeger zo pregnante duet bij voorbeeld van de soldaat met een vele malen doorstoken lappen pop, die het lichaam van een mens blijkt te zijn, miste nu de beklemmende verrassing omdat bij de eerste de beste beweging al duidelijk was dat het ging om een danseres met een masker op het achterhoofd. Veel sterker daarentegen kwam in deze, aan het Muziektheater aangepaste, herinstudering de prachtige choreografische structuur van het duet van twee gevallenen naar voren door de uitstekende vertolking door Caroline Iura en Kevin Cregan.

Van Dantzigs toentertijd al omstreden Onder mijne voeten heeft meer van de tijd te lijden gehad. Ondanks de enkele nog steeds zeer fraaie duetten van de 'engelen' en de werkelijk magnifieke hantering van de grote, losgeslagen, vertwijfelde grijze mensenmassa die onschuld en idealisme verplettert, werkt het allemaal niet bijster overtuigend meer. De zwakheden in de dramatische opbouw krijgen de overhand. Daarbij komt dat Reindert Martijn, toen inderdaad nog het prille, engelachtig uitziende kind dat in de engelenschaar wordt opgenomen en door de grijze horde onder de voet wordt gelopen, tien jaar ouder is geworden. Zijn vertolking is rijper en volwassener, maar daardoor is ook de bedoelde onschuld verloren gegaan en wordt zijn relatie met zijn 'ideaal' (Clint Farha) er niet langer een van vader en zoon maar een van twee vrienden, hetgeen een ander effect oproept.

Geheel anders van sfeer was het premiereballet van dit programma, Social Dances van Jan Linkens. Een in alle opzichten uiterst fraai ogend en stijlvol werk, geinspireerd op de ballroom-dance. Zestien paren wervelen in een Weense wals, een tango, rumba, foxtrot, jive en paso doble over het toneel, waarbij telkens een of twee paren even uit de massa gelicht worden voor een eigen variatie. De paarformatie wordt strikt aangehouden, evenals de elegantie en etiquette die bij dit soort dansen vereist zijn. De overgangen tussen de verschillende dansen verloopt harmonisch, de patronen zijn helder en iedere beweging wordt scherp en exact in de ruimte gezet. Hoewel Linkens, zeker in de laatste dansen, getracht heeft de traditionele ballroom-vorm te vermengen met elementen uit de klassieke ballettechniek om daardoor tot een nieuwe vorm te komen, is hij daarin mijns inziens lang niet ver genoeg gegaan. Ik miste een bepaalde eigenzinnigheid en lef waardoor Social Dances iets meer geworden zou zijn dan een uiterst vakmatig in elkaar gezet, zeer goed en spiritueel uitgevoerd dansfeest.