Veelzijdig talent Rolf Sorensen winnaar van Parijs-Tours; Deen bewijst hegemonie Italianen

TOURS/ROTTERDAM, 15 okt. De strijd om de wielerklassiekers wordt dit seizoen beheerst door Italiaanse ploegen. Alle belangrijke teams uit Italie hebben het bijna afgelopen jaar wedstrijden voor de wereldbeker gewonnen. Chateau d'Ax, door middel van Gianni Bugno, en Ariostea, dank zij Moreno Argentin en de Deen Rolf Sorensen, waren zelfs tweemaal succesvol. De laatste illustreerde de Italiaanse hegemonie door in de Parijs-Tours de overwinning in een sprint met Phil Anderson, Maurizio Fondriest, Kim Andersen en Andreas Kappes voor zich op te eisen. Volgende week kunnen de Italianen, aan wier kwaliteit en mentaliteit vorig jaar nog werd getwijfeld, deze jaargang triomfantelijk afronden met een zege in hun eigen Ronde van Lombardije.

De 25-jarige Sorensen mag dan een Deen zijn, hij woont al zo'n zes jaar in Toscane. In Italie staat de renner uit Kopenhagen te boek als een man met een veelzijdig wielertalent. Hij heeft sinds gisteren in bijna vijf profjaren zeventien overwinningendan op zijn naam staan, waaronder een groot aantal in Italiaanse semi-klassiekers en de Tirreno-Adriatico die hij in 1987 op indrukwekkende wijze voor Francesco Moser won. Zijn talrijke ereplaatsen resulteerden een half jaar geleden in een zesde positie in het FICP-computerklassement. Sindsdien is hij afgedaald naar de 23e plaats.

Hersenschudding

Vorig jaar stagneerde de ontwikkeling van de altijd strijdlustige Deen door een ernstige verwonding aan zijn hoofd. In de Ronde van Italie raakte hij tijdens een massasprint in de twaalfde etappe een hek waardoor hij een zware hersenschudding opliep. Sorensen was op dat moment leider van het puntenklassement. Twee maanden later keerde hij terug aan het front met een overwinning in de Coppa Bernochi. Met onder meer een derde plaats in de Ronde van Latium, een zesde in Parijs-Brussel en een vierde in Parijs-Tours rondde hij het seizoen opmerkelijk af. Daardoor eindigde hij in het klassement om de wereldbeker als derde. Dit jaar zette de progressie zich niet door, mede door de komst in de ploeg van Argentin. In het voorjaar won hij vier wedstrijden, waaronder de Siciliaanse Week en Trofeo Laigueglia; het was tot gisteren zijn laatste.

Sorensen stond in Tours een revanche van Phil Anderson in de weg. De Australier maakte zich de afgelopen maanden niet erg populair in de ploeg van Cees Priem (TVM). De aanwezigheid van zijn vriendin als masseuse bleek bovendien niet bevorderlijk voor de relaties binnen het team. De werkgever vond dat Anderson zijn riante salaris allerminst waarmaakte en legde hem een gehalveerd loon voor. Anderson kijkt nu uit naar een andere ploeg. Vandaar zijn opstekende ambitie. In zijn plaats contracteerde TVM al onder meer Theunisse en Konisjev. Gisteren miste Anderson de kans om Priem en zijn sponsor te bewijzen dat hij nog kan winnen. Een triomf in de voorlaatste najaarsklassieker zou de ploeg die het afgelopen seizoen sinds Capiot in de Omloop Het Volk niets meer presteerde, goed van pas zijn gekomen. Zeker nu dreigt dat aanwinst Theunisse door zijn schorsing niet eerder dan medio volgend jaar weer in wedstrijden mag uitkomen.

Premiesprints

Parijs-Tours kende als in de voorgaande jaren een weinig spannend verloop. De 32-jarige Deen Kim Andersen, die in 1987 levenslang werd geschorst wegens herhaaldelijk dopinggebruik maar later door reglementswijziging werd gerehabiliteerd, en de 23-jarige Duitse neo-prof Markus Schleicher, ontsnapten al na dertien kilometer uit het peloton ter gelegenheid van een van de vele premiesprints. Ze mochten heel lang hun gang gaan en bouwden een voorsprong op van vijftien minuten. Pas een dertigtal kilometers voor de finish reageerden de achtervolgers serieus.

Sorensen, Kappes en Anderson sloten zo'n twintig kilometer voor Tours aan bij de vluchters, waarna Schleicher vermoeid moest afhaken. De rest van het peloton drong onder leiding van de renners van Panasonic (die sprinter Ludwig in stelling probeerden te brengen) nog even aan. Maar alleen de Italiaan Fondriest slaagde er in de kopgroep in te halen. In de sprint toonde Sorensen zich de sterkste. Wiebren Veenstra uit de ploeg van Raas toonde zijn progressie in de sprint door als zevende en beste Nederlander te eindigen.