Spelers gaan bewust confrontatie aan met toneel en beeldendekunst; Poppenspel overschrijdt eigen grenzen

Het vijfde Utrechtse festival 'Ontpoppen en Verbeelden' laat, naast een klein aanbod van traditioneel poppenspel, vooral zien wat er mogelijk is in het grensgebied van poppentheater, beeldend en objectentheater. Net als andere kunsten heeft het poppentheater de afgelopen decennia de grenzen van de eigen discipline overschreden. Omgekeerd beginnen theatermakers zich te interesseren voor de dramatische mogelijkheden van het poppenspel.

Een voorbeeld hiervan was de openingsvoorstelling door Theater an der Ruhr. In Das Kathchen von Heilbronn werden de onspeelbare, massale riddergevechten uit Von Kleists gelijknamige toneelstuk hanteerbaar gemaakt met Siciliaanse marionetten als ridders. De belangrijkste personages bezaten bovendien een pop als alter ego. Helaas werden de poppen uit teveel verschillende motieven en meestal slechts als illustratie gebruikt. De nodeloos ingewikkelde enscenering maakte vooral nieuwsgierig naar een Kathchen zonder poppen, met behoud van de onmiskenbare beeldende talenten van regisseur Ciulli.

Het festival laat deze week twee Nederlandse voorbeelden zien van poppenspelers die de confrontatie met het toneel bewust zijn aangegaan, om daarmee de vraag naar het eigen dramatische karakter van de pop scherp te stellen. De Nederlandse groepen Studio Peer en Stuffed Puppet Theatre thematiseren de relatie tussen pop en mens. Fred Delfgaauw (Studio Peer) laat zijn poppen naar believen de overgang maken van bezield wezen naar dood ding. Neville Tranter (Stuffed Puppet Theatre) toont zijn schepsels als rivalen in een haat-liefde-verhouding met hemzelf.

Sommige poppenspelers hebben het poppenspel achter zich gelaten en maken beeldend theater, zoals Studio Hinderik met de mooie surrealistische voorstelling Zandbak. Daarnaast programmeert het festival ook beeldend theater dat niet vanuit het poppenspel, maar vanuit de beeldende kunst. Afgelopen weekend toonde de Franse groep A. L. I. S. daarvan een verrassend voorbeeld. De makers beloven een nieuwe kunsttaal 'waarin ieder orientatiepunt van de kijker op losse schroeven gezet wordt'. Die formulering klopt aardig. De toeschouwer voelt zich bij het zien van En Attendant Mieu aanvankelijk een groot oog, zonder emoties, want daartoe ontbreekt ieder aanknopingspunt. De smetteloze, matglanzende toneelruimte verandert door levensgrote diaprojecties onophoudelijk van karakter, en al snel verdwijnt ieder gevoel voor de vertrouwde meetkundige verhoudingen. Jonge mensen in zandkleurige uniformen schuiven steeds nieuwe objecten heen en weer in die vreemde ruimte, zoals nagemaakte stenen die licht blijken als een veertje of afbeeldingen van landschappen en reusachtige lichaamsdelen met een schijn van driedimensionaliteit.

De beelden zijn van zeer verschillende proporties en lijken geen enkele samenhang te vertonen. Totdat het besef zich opdringt dat ze allemaal de steriele perfectie hebben van reclamefoto's. Op dat moment wordt het kijken een theatrale ervaring. Het is geen drama wat zich hier afspeelt, maar een ritueel van de moderne samenleving. Alles wordt onophoudelijk gerangschikt voor de reclameboodschap, die de illusie moet wekken dat het leven volledig te manipuleren is. De blinde werkdrift waarmee de acteurs hun verknipte beelden rangschikken laat zien dat het tegendeel waar is.

Een hoogtepunt in het aanbod van kindervoortellingen vormde dit weekend Symfonie van Verlaten Voorwerpen. Zonder veel pretenties, maar met des te meer humor en theatraal gevoel ontlokt Max Vandervorst muziek aan talloze gebruiksvoorwerpen. Zijn objecttheater, verwant met de pop-art, mondt uit in een orgie met honderden piepbeesten.

Het aanbod van dit weekend is in het festival niet meer te bekijken; bijna alles staat er maar een dag. Het aanbod tot nu toe maakt echter nieuwsgierig naar de andere varianten in dit grensgebied van het theater.

Festival: Ontpoppen en Verbeelden, in vijf acomodaties in Utrecht, waaronder de Stadsschouwburg. Nog te zien t/m 21 okt.