Politieke doek valt voor communisten in Oost-Groningen; Groningse CPN heft zich op

In een rustig zalencentrum in Winschoten staan zaterdag 13 oktober ongeveer 50 gedelegeerden van de tien CPN-afdelingen in Groningen misschien wel voor de moeilijkste beslissing uit hun jarenlange partijlidmaatschap. Ze moeten op deze districtsconferentie stemmen over een voor sommigen heikele en emotionele kwestie: het opgaan van de CPN in Groen Links, wat in feite de opheffing van de CPN-afdeling Groningen inhoudt.

De pers mag in de pauze een uurtje naar binnen. Volgens oude principes vinden de bijeenkomsten achter gesloten deuren plaats, zodat leden zich onomwonden kunnen uitspreken. Uiteindelijk gaan de afgevaardigden akkoord, met een onthouding. Daarmee valt het politieke doek voor de in het Oost-Groningse land diep verankerde communistische partij.

Fractievoorzitter G. Lameris van de communistische tweemansfractie in de Groninger Staten benadrukt dat de CPN in het najaar van 1991 landelijk beslist over de wijze van voortbestaan. 'De CPN bestaat nog, waar we hier over stemmen is of we samen met Groen Links een lijstverbinding aangaan voor de komende statenverkiezingen'. Maar hij geeft ook toe dat de politieke activiteiten van de CPN voortaan onder de vlag van Groen Links verder gaan. De Groningse afdeling van de CPN (500 leden) zal alleen in naam blijven bestaan als vereniging of stichting die zich in de toekomst slechts nog zal bezig houden met 'theorievorming'. Het CPN-kantoor in de stad Groningen gaat dicht.

A. Koller (78) uit Wijwerd (bij Delfzijl) is al 50 jaar lid van de CPN. Op zijn 27ste koos hij als boerenarbeider voor de communistische partij, 'omdat die als enige voor de man met de klep opkwam'. Voor hem op tafel ligt een stapeltje partijlectuur van een 'kameraad': de rede van Chroesjtjov op het 20ste partijcongres in Moskou in 1956, maar ook 'De mannen met de roze driehoek'. Een rijzige gestalte, verweerd gezicht, kleine priemende ogen: 'Ik heb het er heel moeilijk mee en weet eerlijk gezegd nog niet hoe ik zal stemmen. Als het mogelijk was zou ik het liefst als CPN verder gaan, maar ik weet dat dat niet kan. Waarom niet? Ach, veel mensen menen nu eenmaal dat het kapitalisme moet zegevieren.' Veel vertrouwen in de samenwerking heeft hij niet: 'We zijn al vaker verneukt door de PPR en de PSP', zegt hij fel. Het einde van de CPN, doet dat pijn? Verontwaardigd zegt hij terwijl hij zijn vinger bezwerend omhoog steekt: 'De CPN wordt niet opgeheven. De CPN gaat niet naar de bliksem!' Aan de overkant van de tafel balt een partijgenoot instemmend zijn vuist.

Even verder op zit Fre Meis (68), oud-Kamerlid en gemeenteraadslid en eind jaren zestig begin jaren zeventig als stakingsleider in de strokartonindustrie in Oost-Groningen en later in de Rotterdamse havens zo'n beetje de schrik van werkgevend Nederland. In een interview in de Tijd in 1987 zei hij dat PPR, PSP en CPN alleen samen konden gaan op basis van marxistisch-leninistische standpunten: 'Anders niet. Want dan hef je de communistische principes op en dat is uit den boze.' 'Heb ik dat toen gezegd?' Hij zet zijn bril er bij op: 'Ach, ik ben wel vaker fout geciteerd. Hoe kan ik nu andere partijen dwingen om de marxistische leer aan te hangen? Ik ben nooit tegen samenwerking geweest, ik blijf mijn marxistisch-leninistische standpunten trouw, maar ik kan van een EVP-er niet verlangen dat hij niet meer naar de kerk gaat.'

Meis steunt het samengaan met PPR en PSP van harte: nostalgische gevoelens heeft hij niet over de laatste afdelingsvergadering van de Groninger CPN-afdeling. 'Ik zit hier met het beste humeur van de wereld.' Is hij niet bang dat de communistische principes ondersneeuwen binnen Groen Links? Meis moet bulderend lachen: 'Ha, ha, wij zijn en blijven communisten. Wat wij willen is een democratische maatschappij op basis van socialistische principes. We moeten nu gezamenlijk knokken voor de werkenden, werklozen, bejaarden en mensen met uitkeringen.'

Meis die elke maandag nog een spreekuur houdt in het CPN-kantoor in Groningen is nog immer actief. Hij zit in besturen van buurthuizen, de klachtencommissie van alle Groninger woningstichtingen en werkt aan een tweede boek, naast zijn werk als ambtenaar van de burgerlijke stand.

De CPN heeft nog drie zelfstandige afdelingen in de provincie Groningen: in Beerta, Winschoten en de stad Groningen. CPN-statenlid L. Leeuwerik (66), is sinds de raadsverkiezingen na de gemeentelijke herindeling tevens wethouder van Groen Links in de gemeente Pekela. 'Het opgaan in Groen Links heeft heel wat voeten in de aarde gehad', zegt hij. 'Na de vervroegde Tweede Kamerverkiezingen was er in het westen een groep bezig die niet meer te houden was en samen wilde met klein links. Na veel wikken en wegen is besloten dat hier ook te doen bij de raadsverkiezingen.' Ook de democratiseringsgolf in het Oostblok heeft de CPN geen goed gedaan. 'Wij hoopten dat het socialisme daar zou worden ontwikkeld door de communisten.' Pijn doet het wel om de partij waarvan hij al 45 jaar lid is vaarwel te zeggen, maar zo zegt Leeuwerik: 'Ik ben realist. Ons doel is een andere, rechtvaardige socialistische samenleving. Dat kan alleen als je je krachten bundelt.'