Persoonlijkheidstraining voor arbiters

In 1982 deed het Instituut voor Sportgeneeskunde in Keulen een onderzoek naar de stress-situatie bij 21 scheidsrechters. Uit de testen bleek dat de hartslag bij de arbiters in wedstrijden bij belangrijke spelmomenten, hoekschoppen of vrije schoppen voor de doelmond, tot tweehonderd opliep. De gemiddelde hartslag tijdens de wedstrijd bedroeg bij de 21 onderzochten ongeveer 130. Spanning kenden ze ook voor de wedstrijd. Een half uur voor de aftrap liep de polsslag, die normaal zestig tot tachtig bedraagt, al op tot honderd.

In Nederland is nooit een dergelijk onderzoek gedaan. George Oetelmans, voorzitter van de belangenvereniging scheidsrechters betaald voetbal (BSBV), geeft toe dat een test vergelijkbaar met de Duitse is te overwegen. Uit zijn actieve periode als scheidsrechter herinnert hij zich dat de spanningen voor en tijdens de wedstrijden hoog oplopen. 'Ik moest voor het begin soms wel twee keer naar het toilet.' Maar dat scheidsrechters gespannen zijn, wil volgens hem niet zeggen dat zij slechter gaan arbitreren. 'Er moet druk op de ketel staan om alerter te kunnen reageren. Wedstrijden zonder publiek zijn niet inspirerend voor de spelers, maar evenmin voor scheidsrechters. Als het publiek de arbiter vijandig gezind is, is dat voor een scheidsrechter aanleiding er nog een schepje bovenop te gooien. Niet nog een fout maken.'

Oetelmans meent dat een onderzoek 'best nuttig' kan zijn wanneer blijkt dat door overspannen scheidsrechters 'ongezonde situaties' ontstaan. 'Maar ik heb nog geen scheidsrechter meegemaakt die zei dat hij de spanning niet meer aankan.'

Hij gelooft niet dat de invoering van twee scheidsrechters per wedstrijd in het verleden werd daarmee al eens geexperimenteerd de druk zal wegnemen. 'Dan krijg je interpretatieverschillen, waardoor het publiek dat nu al inconsequentie meen te bespeuren nog meer stof krijgt tot kritiek.'

Scheidsrechters die eredivisiewedstrijden leiden hebben al een lang rijpingsproces achter de rug, zegt Oetelmans. 'Die hebben alle afdelingen doorlopen. En juist in de laagste afdelingen zijn er aanzienlijk meer excessen jegens de arbitrage. Wie in het betaalde voetbal fluit, heeft zich daarvoor pas na jarenlang ervaring kunnen kwalificeren. Ze hebben dat niveau niet voor niets bereikt.'

Oetelmans geeft als voorbeeld ex-scheidsrechter Jan Keizer. 'Die kreeg in Nederland het etiket pedant opgeplakt. In het buitenland gedroeg hij zich net zo. Daar viel niemand er over. Het is belangrijk dat je met dat etiket weet om te gaan.'

De BSBV hield daarom een pleidooi voor persoonlijkheidstrainingen: leren omgaan en communiceren bij stressgevoelige situaties met bijvoorbeeld pers, M. E. en clubbestuurders. 'Weten wat voor averechtse uitwerking een bepaalde houding en uitspraak kan hebben op de publieke opinie, weten om te gaan met strafzaken, zorgvuldigheid daarin betrachten vooral bij mondelinge behandelingen. Los van emoties blijven.'

Dank zij subsidie van wvc kon vorig seizoen worden begonnen met sessies waarin confronterende situaties in scene werden gezet. Daarvoor werd een werkgroep in het leven geroepen waarin oud-topscheidsrechters als De Bruin, Keizer, Thomas, Beck, Weerink en Verhoef zitting hebben. Zij organiseren trainingsprogramma's, waarin verder aandacht wordt besteed aan rapportage, centrale trainingen en analyses aan de hand van videobeelden.

Deze week verschijnt (Oetelmans: 'Helaas een beetje laat dit seizoen') de tweede presentatiegids He scheids! Wie ben je eigenlijk... , waarin vooral (vriendelijke) biografieen van het scheidsrechterscorps. Dit keer is ook een plaatsje ingeruimd voor arbiters van de C-lijst.

Oetelmans: 'Ze fluiten weliswaar alleen betaalde jeugd en tweede elftallen en vlaggen af en toe in de eerste en eredivisie. Maar ze worden dit seizoen ook betrokken bij de trainingsprogramma's. Nog niet zo lang geleden bestond er een overgangslijst. Als een scheidsrechter zich dan niet in een jaar waarmaakte, werd hij van de lijst afgevoerd. Nu krijgen ze een tot drie jaar de kans. Het rijpingsproces moet geleidelijker plaatsvinden. Potentieel is er genoeg. Maar de scheidsrehters moeten wel met de ontwikkeling van het voetbal meegaan.' (G.v. H)