MAX TAILLEUR 1909-1990; Lachen om niet te huilen

Op zijn geinlijn staat vandaag nog een mop over Bram, maar Max Tailleur zelf is vrijdagavond op 81-jarige leeftijd overleden. Het lucratieve antwoordapparaat, waarop hij dagelijks een nieuwe mop insprak (8 miljoen gesprekken per jaar), vormde al jarenlang zijn enige optreden in het openbaar. En niet zijn beste: de luttele seconden die hem ter beschikking stonden, dwongen hem tot het comprimeren van moppen die veel beter tot hun recht kwamen als ze werden voorafgegaan door enige inleidende bepeinzingen en hij de kans kreeg de spanning naar de pointe goed op te bouwen. Maar door zijn zwakke gezondheid kwam hij aan andere activiteiten niet meer toe.

Max Tailleur was een eenling in het Nederlandse amusementsbedrijf. Waar andere humoristen de mop gebruikten om te verwerken in conferences over wat hen al of niet op weg naar het theater was overkomen, debiteerde Tailleur de mop pur sang. Hij had er in zijn kartotheek minstens 50.000, die hij regelmatig moderniseerde en oppoetste. Na een wisselvallige carriere als diamantslijper, operettezanger, revue-artiest en tekstschrijver opende hij in 1952 aan het Rembrandtplein in Amsterdam zijn club De Doofpot, waarvan hij zelf als moppentapper de voornaamste attractie was. Hij creeerde er een vorm van intimiteit en samenzwering, waarin de moppen glorieerden. Wie ze probeerde na te vertellen, ontdekte al snel dat hem daartoe het talent van Max Tailleur ontbrak alleen hij kon er de glans van vertedering aan geven, die ze uittilden boven het niveau van de kwinkslag op een familiefeest. Het succesvolle etablissement ging in 1966 dicht; toen al belette reumatiek hem om avond aan avond te blijven optreden.

Omdat hij vaak de hoofdpersonen Sam en Moos ten tonele voerde, kreeg Tailleur te maken met het verwijt dat hij misbruik maakte van jiddische stereotypen. Ik denk dat hij daarvan ten onrechte werd beschuldigd. 'Ik lach om niet te hoeven huilen', luidde zijn verdediging. Hij heette officieel Mozes en die Moos was hij dus zelf. In de grappen die hij over hen vertelde, zette hij mannen als Sam en Moos niet voor gek. Integendeel: hij hield van hen, hij voelde zich verbonden met de galgenhumor waarmee ze de narigheid te lijf gingen. Toen hem tijdens zijn gloriejaren werd gevraagd welke mop hem het liefst was, antwoordde hij: die van de arme Moos die zijn rijke broer in Amerika opzoekt, in diens huis overal grote portretten van Hitler aantreft en als verklaring krijgt: 'Ach, Moos, wat een mens al niet probeert tegen de heimwee... '

Tailleur voerde sinds de sluiting van De Doofpot inzamelingsacties voor reuma-patienten, die hem tenslotte in botsing brachten met het gevestigde liefdadigheidscircuit. Als eenling is hij gestorven.