M. Hartzuiker, rechter; Door kritiek een uitzondering in deberoepsgroep

Rechters doen hun uitspraken in de rechtszaal. Daarbuiten houden ze zoveel mogelijk hun mond. Zo niet de Amsterdamse kinderrechter M. Hartzuiker. Zij was de afgelopen jaren gul met haar kritiek op de overheid. Zo karakteriseerde zij het jeugdstrafrecht en de kinderbescherming ooit als 'een chaos'. Vorige maand koos zij voor de luwte van de civiele sector. 'Ze is een autoriteit maar niet autoritair'. En bovendien 'bepaaldelijk attractief'.

Ze is scherp en noemt de dingen bij hun naam. Ook als het moeilijk wordt. Door haar opmerkelijke uitspraken in de pers over misstanden in het jeugdrecht en de kinderbescherming verdient mr. M. Hartzuiker (51), tot vorige maand kinderrechter in Amsterdam, het predikaat eenpersoons-actiegroep. Om gezondheidsredenen stapte zij in september over van het mijnenveld dat kinderrecht heet, naar de luwte van de civiele sector. 'Ik heb met spijt in mijn hart mijn functie na twaalf jaar neergelegd', zegt ze. 'Aan de andere kant lijkt het me ook niet goed om tot je 65-ste kinderrechter te blijven.'

Door haar ongezouten kritiek op Justitie is Hartzuiker nog steeds een uitzondering in haar beroepsgroep. Zo maakte zij in december 1985 bekend dat in heel Nederland veertig kinderen hun Kerst in een politiecel zouden doorbrengen. Volgens de wet moeten kinderen tot 18 jaar voorlopige hechtenis ondergaan in een opvangcentrum. Het jeugdstrafrecht en de kinderbescherming betitelde zij in 1986 als 'een chaos'. 'Het is belachelijk, schandelijk, een kind van twaalf op het politiebureau, met een Donald Duck en verder niks', zei Hartzuiker bij een andere gelegenheid.

Onlangs spuide Hartzuiker weer haar kritiek in de pers: de inrichtingen die moeilijk te behandelen jongeren weigeren, kregen er van langs, maar ook de leden van Tweede Kamer die te weinig aandacht hebben voor deze problemen, en de politie die niet langer achter ontsnapte jonge criminelen aangaat. Ook richtte zij haar pijlen op de verantwoordelijken voor het beleid: de Amsterdamse burgemeester Van Thijn, die passief blijft, het ministerie en de staatssecretaris die het probleem negeren.

'Als mij gevraagd wordt waar de knelpunten zitten, hoef ik die niet te verdoezelen, ' zo verklaart Hartzuiker haar uitspraken. Haar Amsterdamse collega mr. A. Leeser-Gassan, meent dat Hartzuiker 'de kritiek beter dan wie ook kan verwoorden'. 'Ze heeft er 'feeling' voor wanneer bepaalde zaken gevoelig liggen', aldus Leeser.

Hartzuikers jongste oprispingen hebben uiteindelijk wel gehoor gevonden in Den Haag: vorige week was zij te gast bij staatssecretaris Kosto van Justitie. 'Hij wilde graag met een ervaren kinderrechter spreken. Het was een heel positief gesprek. Ik heb het gevoel dat ik een goede informatiebron was.' Kosto wil voor het eind van dit jaar komen met een nota over de jeugdbescherming.

Prettig

Marietje Hartzuiker werd in 1939 geboren in Zwolle. Ze typeert zichzelf als 'een kind dat zich prettig voelde'. Op het kleine gymnasium van haar geboortestad was ze altijd klassevertegenwoordigster. 'Wij zaten altijd bij de hoogst geplaatsten', zegt E. M. Smit-Zwanenburg, een vriendin uit die tijd, 'Maar zij werd het altijd.' Marietje had een brede culturele belangstelling, las Vestdijk, Bordewijk en Vasalis. 'Ze had uitgesproken meningen en dan kon ze moeilijk doen. Als ze eenmaal iets in haar hoofd had, kreeg je het er moeilijk uit.'

Toen Hartzuiker veertien jaar was, overleed haar vader. Voortaan zouden haar twee studerende broers hun zusje 'bevaderen'. 'De dood van haar vader was heel ingrijpend', zegt Smit, 'Wij zijn daardoor dikke vriendinnen geworden.'

In 1958 gaat Hartzuiker rechten studeren in Groningen. 'Ik was een typische beta-leerling, maar ik had geen zin om in een laboratorium terecht te komen of voor de klas. Ik wilde graag iets algemeens doen, in de maatschappij staan.' Hartzuiker gaat serieus aan de slag en studeert in 1963 als een der eersten van haar jaar af. E. Croonen-Gaarlandt, een studievriendin, herinnert zich haar als een gedisciplineerd studente. 'Ze was veel plichtsgetrouwer dan ik. Maar tegelijkertijd bleef ze deelnemen aan het studentenleven. Ze was een veel gevraagd meisje voor bals. Ze had een schare aanbidders.'

B. van Albada, directeur patientenzorg van het ziekenhuis in Heerenveen, was een van die aanbidders. 'Ik ben een zomer lang verliefd geweest op Marietje', zegt hij. Hartzuiker noemt hij 'scherp, verdomd intelligent en bovendien bepaaldelijk attractief'. 'Het is een machtige meid, nog steeds.' De verliefdheid waaide over.

Hartzuiker is nog steeds ongetrouwd en heeft geen kinderen. 'Dat heb ik voor mijn werk als kinderrechter nooit relevant gevonden', zegt ze 'Je moet je als rechter niet identificeren met de problemen van justitiabelen. Ik heb voldoende contacten en contactuele eigenschappen om bepaalde gevoeligheden in te kunnen schatten.'

Na haar afstuderen verhuist Hartzuiker naar Amsterdam. Ze werkt enige jaren als gerechtelijk secretaris op het bureau van de kinderrechter. In 1967 wordt ze advocate bij het kantoor van Goudsmit en Branbergen. Al snel komt ze in het bestuur van de Jonge Balie in het arrondissement Amsterdam. Mr. F. A. W. Bannier kent haar uit die tijd. 'Ze was een open, heel tegemoetkomende jonge vrouw. En, wat overdreven gesteld, ook naief. Ze kon heel geschokt zijn door dingen uit de boze buitenwereld. Bijvoorbeeld door een rechter die haar onheus bejegend had.'

Bij Goudsmit en Branbergen wordt Hartzuiker compagnon. Oud-lid van de Tweede Kamer voor D66 mr. A. M. Goudsmit herinnert zich Hartzuiker als 'een prettige aanwezigheid op het kantoor'. 'Ze deed veel onrechtmatige daad-zaken en verkeerszaken. Ze was een goed advocate. Altijd als ze weer eens een verkeersdelinquent had verdedigd, riepen wij: Vrijspraak zeker? En vaak was dat dan zo.'

Nadat Hartzuiker in 1975 rechter wordt, houdt ze zich enige jaren bezig met civiele zaken maar ook met strafrecht. 'Als advocaat probeer je zoveel mogelijk een eenzijdig standpunt in te nemen, maar het tussen twee partijen in zitten bevalt me beter.' Kinderrechter werd zij om 'echt iets tot stand te kunnen brengen'. 'Je kunt daadwerkelijk iets doen. Je hebt de macht vrij ingrijpend te kunnen optreden, waarvan je hoopt dat het in het belang is van de kinderen.'

Een kinderrechter heeft inderdaad, anders dan andere rechters, verregaande bevoegdheden. In strafzaken is hij als rechter-commissaris vanaf de voorgeleiding tot het eventuele uiteindelijke vonnis bij de zaken betrokken. 'In het belang van het kind', zoals dat heet, kan hij een jeugdige delinquent op ieder moment overhevelen naar het civiele (hulpverlenings-)circuit door hem in een kinderbeschermings-inrichting te plaatsen. Daarnaast doet de kinderrechter zaken die draaien om de ouderlijke macht, voogdij of adoptie. Ook neemt hij na echtscheidingen beslissingen over eventuele omgangsregelingen. Bovendien geeft hij leiding aan de zogeheten ondertoezichtstelling (OTS). Daarvoor kan hij op advies van de Raad voor de Kinderbescherming ouders geheel of gedeeltelijk ontzetten of ontheffen uit de ouderlijke macht. Kinderen kunnen op zijn bevel uit huis geplaatst worden en worden toevertrouwd aan voogdijverenigingen. Dit alles bij elkaar levert volgens tegenstanders een dubieuze cocktail op van hulpverlening en puur rechterlijk ingrijpen.

Beleidsmatig

'Ze was de perfecte kinderrechter', zegt collega Leeser-Gassan, 'Ze hield voortdurend de grote lijnen in de gaten. En ze was ook heel beleidsmatig. Als ze bijvoorbeeld met een ondertoezichtstelling bezig was, had ze vanaf het eerste moment in het oog hoe de zaak moest lopen. Ze kan zich ook heel goed mondeling en schriftelijk uitdrukken. Dat is in het kinderrecht vooral belangrijk omdat je kinderen en ouders goed moet motiveren en moet kunnen overtuigen van het belang van een bepaalde beslissing. Wij delen hier bepaald geen cadeautjes uit.'

Leeser typeert haar collega als een rechter met autoriteit, zeer betrokken maar tegelijk een rechter die zich niet met het kind identificeert. 'Ik ben altijd erg gesteld geweest op mijn priveleven naast mijn werk', zegt Hartzuiker. 'Ik heb mijn werk met veel plezier gedaan maar daarbuiten wilde ik veel andere dingen doen.' Ze steekt erg veel tijd in het onderhouden van vriendschappen ('Dat vind ik heel belangrijk.'), maakte onder meer deel uit van het bestuur van cultureel centrum De Balie, en van de Stichting Werkschuit, oorspronkelijk een drijvend creatief centrum op de Amstel. Aan de muren van de ruime kamers van haar Amsterdamse grachtenpand hangen de produkten van haar belangrijkste vrije tijdsbesteding: schilderijen. Vooral stillevens en veel landschappen: 'Ik heb een goed kleurgevoel en ik vind olieverf een heerlijk materiaal om mee te werken.' De Amsterdamse kunstschilder Hans Baijens, van wie ze vier jaar schilderles kreeg, noemt het 'violon d'Ingres': 'Een op niveau getilde hobby.'

'De warmte die van die schilderijen uitgaat, straalt zij ook als persoon uit', vindt J. Straatman, unit hoofd bij de Raad voor de Kinderbescherming in Amsterdam. Hij heeft tien jaar met Hartzuiker gewerkt. In de eerste twee jaar waren er wel eens botsingen tussen hem en de kinderrechter. 'Ze kan de dingen heel scherp stellen, en in het begin ben ik daar wel tegen aangelopen. Maar later leerde ik botsingen te voorkomen of in ieder geval te accepteren.'

Heel erg betrokken, noemt E. M. Sluys de kinderrechter. Sluys is hoofd van de afdeling voogdij en gezinsvoogdij van Pro Juventute. Hartzuiker doet de mensen werkelijk recht, vindt Sluys. 'In de rechtszaal is zij heel functioneel aanwezig. Toen ik eens ging dollen met een paar jonge kinderen die tijdens zo'n zitting aanwezig waren, riep ze me streng tot de orde. En ik vind dat terecht natuurlijk. Een rechtszaal is nou eenmaal geen creche.'

Een autoriteit maar niet autoritair, zegt ook vertrouwensarts A. J. Koers. Advocate mr. Romee Lubbers oud-collega van Hartzuiker bij Goudsmit en Branbergen is dat niet met hem eens. 'Ze kon wel degelijk bits uit de hoek komen en op haar strepen gaan staan als dat niet nodig was. Lubbers werd eens door Hartzuiker op het matje geroepen. 'Ze vond dat ik in mijn verdediging van een moeder te weinig het belang van het kind in het oog had gehouden en me te veel had vereenzelvigd met de ouder', aldus Lubbers.

Het instituut kinderrechter staat nu op de helling. Eerder dit jaar rapporteerde de commissie Gijsbers over de kinderbescherming en onlangs kwam ook een commissie uit de Tweede Kamer met veertien aanbevelingen over dit onderwerp. De Kamercommissie adviseerde onder meer om de uitvoerende taken van de kinderrechter bij de ondertoezichtstelling drastisch in de perken. Hartzuiker staat daar niet afwijzend tegenover. 'Ik moest me iedere keer realiseren waar ik mee bezig was. Was het telefoontje naar een inrichting nou onderdeel van mijn rechterlijke taak of toch maatschappelijk werk? Die onduidelijkheid is niet goed.'