LE DUC THO (1911 - 1990); Professioneel leninist

Velen herinneren hem als de zilvergrijze, goedlachse man die breed zwaaiend uit limousines stapte: Le Duc Tho, tussen 1968 en 1973 de belangrijkste Vietnamese onderhandelaar tijdens de besprekingen met de Amerikanen in Parijs over beeindiging van de Vietnam-oorlog. Zijn 'sparring partner' Henry Kissinger noemde hem een 'professioneel leninist', voor activisten was hij het toonbeeld van Vietnams onverzettelijkheid. Een dag voor zijn 79ste verjaardag is Le Duc Tho zaterdag gestorven.

Samen met Kissinger ontving Le Duc Tho in 1973 de Nobelprijs voor de Vrede, na het bereikte 'vredesakkoord' in januari van dat jaar. Alleen Kissinger accepteerde de prijs. Tho zei het niet, maar zag het akkoord, waarin een tweedeling van Vietnam lag besloten, slechts als een manier de Amerikanen te verdrijven, om daarna, onder Vietnamezen, de strijd voort te zetten. Twee jaar later liepen Noordvietnamese en Vietcong-troepen de Zuid-Vietnamezen onder de voet. Het ideaal van Ho Chi Minh en Le Duc Tho was verwezenlijkt: een verenigd Vietnam onder communistische vlag.

Phan Hinh Khai, zoals Tho's werkelijke naam luidde, werd geboren in 1911 in het noorden van Vietnam. Zijn vader was ambtenaar in het Franse koloniale systeem, een verderfelijk systeem vond de student Tho, die zich er in de jaren dertig actief tegen verzette. Het kwam hem te staan op tien jaar werkkamp. In 1929 werd hij lid van de communistische partij.

De partij zond hem in 1948 naar het zuiden om met generaal Giap en andere strategen de guerrillaoorlog tegen de Fransen te organiseren. Het succes kwam snel: in 1954 werden de Franse troepen door de goed getrainde en gedisciplineerde Vietnamese guerrillastrijders bij Dien Bien Phu vernietigend verslagen en bliezen de aftocht.

Een veel langere oorlog tegen de Zuidvietnamezen, later gesteund door de Verenigde Staten, zou volgen. Le Duc Tho was inmiddels hoog gestegen in de partijhierarchie. In 1968 werd hij Vietnams onderhandelaar in vredesbesprekingen met de VS. Kissinger, in wie Le Duc Tho op ideologisch terrein geen grotere tegenstander had kunnen vinden, sprak vaak met bewondering over de Vietnamees, die in de besprekingen geen duimbreed week.

Na de Amerikaanse bombardementen op Hanoi, Kerstmis 1972, gaf Le Duc Tho eindelijk toe, zo leek het, en tekende een overeenkomst die dat door de argeloze Amerikanen werd uitgelegd als een overwinning. Een Pyrrusoverwinning. Op 30 april 1975 kwam heel Vietnam alsnog onder communistisch bestuur en zadelden Le Duc Tho en de zijnen de Amerikanen op met een van de grootste frustraties in de geschiedenis tot nu toe: een verloren oorlog.

Le Duc Tho leidde in het post-revolutionaire Vietnam een teruggetrokken leven als partij- en guerrillaveteraan. Naar verluidt was hij in 1978 de drijvende kracht achter de Vietnamese invasie van Cambodja. De orthodoxe opvattingen van Le Duc Tho en zijn companen waren in het nieuwe Vietnam wet. De communisten wilden zo snel mogelijk afrekenen met de verderfelijke kapitalistische erfenis en stortten het land in een, naar later zou blijken, desastreus programma van collectivisatie en nationalisatie.

Ook toen veel van zijn partijgenoten allang hadden ingezien dat op economisch terrein de teugels beter konden worden gevierd, hield Le Duc Tho krampachtig vast aan een orthodoxe lijn. In 1986 leidde dit tot zijn val, hij werd niet herkozen in het politburo. Op de achtergrond bleef Tho een man om rekening mee te houden, in maart van dit jaar nam hij zoete wraak door de belangrijkste hervormer, Tran Xuan Bach, weg te werken.

Le Duc Tho, gepokt en gemazeld in het communisme en de oorlog, zag aan het einde van zijn leven bitter toe zijn idealen werden verkwanseld. Het blad Literatuur en Kunst publiceerde begin deze maand een gedicht van Le Duc Tho, zijn laatste. We kenden sterke emoties, we deelden het leven en de dood, een kom met rijst en een hemd, toen. De mensen nemen nu geld en individualiteit als maatstaf. Het gevoel van kameraadschap is verdwenen, zoals de zon in de schemering.