'Kromme' is geen praatpaal

Willem van Hanegem is vandaag bij FC Wageningen in dienst getreden als assistent van hoofdtrainer Piet Buter. De oud-international moet bij de hekkesluiter van de eerste divisie dezelfde functie bekleden als tot voor vorig seizoen een paar jaar bij FC Utrecht. Hij trainde daar met de selectie mee en stond de spelers individueel met raad en daad bij.

Hoe kom je nu bij Wageningen?

De contacten bestaan nog van vorig seizoen, toen het in het begin van de competitie niet goed ging met Wageningen. Die man, die Buter woont hier achter. Hij vroeg me of ik geen zin had om hem te helpen, omdat er in de selectie spelers liepen die ik nog kende van Utrecht. Maar ik had er geen tijd voor. Toen ze periodekampioen werden hadden ze me niet meer nodig. Maar nu hebben ze nog niks gewonnen. Dus kwam die meneer De Vroomen van hoofdsponsor De Schoenenreus bij me om nog eens te praten.

Had je nu wel tijd en interesse?

Ik heb niet meteen ja gezegd. Ik heb genoeg andere dingen te doen, zoals voor RTL-4. Ik wilde dat die sponsor eerst aan de trainer zou vragen wat hij ervan vond. Die moet het natuurlijk wel zien zitten. Via Nol de Ruiter is het toen voor elkaar gekomen. Die zei dat ik gek was als ik het zou laten lopen. Maar ik wilde natuurlijk goed betaald worden. Ze denken dat ik van de wind en de lucht kan leven. Als ik hoor dat andere trainers vijftien keer zo veel vragen, hoef ik me niet te schamen. Ze denken dat Willem alleen voor een goed doel is te gebruiken. Mijn vrouw kan beter rekenen dan ik. Ik hoef alleen af en toe benzine voor mijn auto te kopen. Zij heeft dus alles geregeld.

Ken je het niveau van de spelers?

Ik heb ze vorige week woensdag thuis met 3-2 van Emmen zien verliezen. Dat was gewoon hun eigen schuld. Het is niet zo'n kunst om daar goed te functioneren. Het kan nooit slechter gaan. Het zijn niet meer dan goedwillende semiprofs. Ik moet een praatpaal zijn. Maar dat wil ik niet. Dan kunnen ze beter zo'n ding uit de berm van de weg trekken. Ik train mee en laat de spelers zien wat ze fout doen. Ze moeten me accepteren zoals ik ben. Ik kan mezelf niet veranderen. Als het er niet in zit, is het jammer. De spelers moeten begrijpen dat ik het beste met ze voor heb. Als ik zie dat een voetballer het toch niet zal leren, hou ik wel mijn mond.