Jeruzalem is een stad van haat geworden

JERUZALEM, 15 okt. Jeruzalem is niet langer de stad van de vrede. Het Palestijnse bloed dat vorige week maandag bij de Al-Aqsa moskee op Al-Haram al-Sharif (Tempelberg) vloeide heeft een spoor van haat door de stad getrokken. Angstvallig gaan Joden en Palestijnen elkaar uit de weg. Zo verdeeld en gespannen als nu is Jeruzalem sedert het uitbreken van de intifadah, de Palestijnse volksopstand, nog nooit geweest.

De algemene Palestijnse proteststaking wordt in Oost-Jeruzalem met vrome devotie al een week in acht genomen. De winkels zijn potdicht. In de lege straten en stegen lopen enkele Palestijnen met een gezichtsuitdrukking, die bijna zo zwart is als de overal uitgestoken rouwvlaggen. Zij doen alsof ze de patrouillewagens van de Israelische politie niet zien en negeren de Israelische soldaten die zwaar bewapend door de 'kasbah' van het oude stadsdeel van Jeruzalem krioelen.

'Naar Oost-Jeruzalem', vraagt de joodse taxi-chauffeur me alsof ik gek ben. 'Daar ga ik nooit meer heen. Al mijn ruiten zijn al kapot gegooid. Op mijn autodak vielen keien van twintig kilo. Het scheelde niet veel of mijn schedel werd door zo'n steen verbrijzeld'.

Het toerisme in de Israelische hoofdstad heeft door de spannningen een zware klap opgelopen en velen merken dat in hun inkomen. Ook de taxi-chauffeur was daarom zaterdag toch nog bereid me via een omweg ergens in Oost-Jeruzalem af te zetten. 'Let op als je (Palestijnse) kinderen ziet', zegt hij tijdens de rit. 'Dat zijn de stenengooiers. (...) We hadden op de Tempelberg veel meer Palestijnen moeten doodschieten. Ze laten ons gewoon niet leven. Ik heb mijn buik vol van ze'.

'Ook bij ons zakt de haat dieper in het hart', verklaart even later een 27-jarige Palestijn. 'Na de moordpartij bij onze moskee leeft dat gevoel algemeen onder ons. Voor de vestiging van Palestina zullen we tot de laatste baby vechten. Wij zijn niet bang meer voor de Israeliers. We verachten ze. Nooit meer zal ik een Israelisch bevel opvolgen. Ik laat me liever doodschieten'.

Hij praat rustig maar intens. 'Geen jood zal ooit een steen (voor de herbouw van de tempel) op Al-Haram al-Sharif leggen. Ik ben bereid voor de verdediging van onze moskee te sterven. Dat zijn we allemaal'.

Het drama bij de Al-Aqsa moskee heeft de Palestijnse emoties zodanig geraakt dat Radwan Abu Ayyas, een bekende Palestijnse persoonlijkheid in Oost-Jeruzalem, het moment dat de intifadah in plaats van 'de steen naar het wapen grijpt' snel naderbij ziet komen.

'Ik ben er tegen', zegt hij. 'Dat is strijdig met de PLO-vredesstrategie. Maar als Palestijnen niet voor vrede maar zomaar door de Israeliers worden neergemaaid zullen ze naar de wapens grijpen. Radicale Palestijnse groepen zullen de toon gaan aangeven. Dat is een onvermijdelijke ontwikkeling. Ik houd mijn hart vast'.

Voor de eerste maal heeft een in het afgelopen weekeinde in omloop gebracht Al-Fatah pamflet de mogelijkheid van vuurwapens geopperd. Hamas, de Islamitische verzetsorganisatie, riep in een pamflet op joden te doden.

De haat die in de harten van de Palestijnen brandt is niet verminderd door de eerste rapporten over de toedracht van het drama bij de Al-Aqsa moskee van vorige week maandag waarbij 21 Palestijnen werden gedood en meer dan 150 gewond.

Al-Haq, een in Ramallah op de Westelijke Jordaanoever zetelende mensenrechtenorganisatie, en Betselem, een soortgelijke Israelische organisatie, zijn aan de hand van vraaggesprekken met ooggetuigen tot vrijwel dezelfde voor de Israelische politie bezwarende conclusies gekomen.

Beide organisaties ontzenuwen de Israelische bewering, dat de kleine politie-eenheid op het Tempelberggebied door stenen gooiende Palestijnen in levensgevaar kwam te verkeren en daarom naar de wapens greep. Ook wordt in beide rapporten betwijfeld dat de escalatie van het incident gebeurde doordat vanaf het Tempelbergterrein door Palestijnen stenen werden gegooid naar duizenden joden die bij de er onder gelegen Klaagmuur aan het bidden waren.

Duizenden Palestijnen hadden zich maandag op het terrein verzameld om de moskeeen te verdedigen tegen de ultra-nationalistische 'Getrouwen van de Tempel' die op het gebied van de Tempelberg de eerste steen wilden leggen voor de herbouw van de ruim 2.000 jaar geleden door de Romeinen verwoeste tweede tempel.

Hoewel deze fanatieke groep geen toestemming van de politie had gekregen om het Tempelbergterrein te betreden verkeerden de Palestijnen daaromtrent in het onzekere. Toen de Palestijnen verdachte politiebewegingen waarnamen veronderstelden zij dat de 'Getrouwen van de Tempel' in aantocht waren.

Om 10.40 uur vielen Palestijnen met stenen de kleine politiemacht op de Tempelberg aan. De politie trok zich daarop terug maar maakte geen gebruik van rubberkogels en traangas. Aan Palestijnse zijde vielen toen geen doden. Van 10.45 tot 11.00 werd er vanaf het dak van de positie van de grenspolitie op de Tempelberg voor het eerst met scherp op de Palestijnen geschoten en vielen de eerste doden.

Tijdens deze fase van het snel escalerende incident werden stenen naar de Klaagmuur gegooid en een politiepost bij Al-Aqsa verbrand. Om 11.00 bestormden ongeveer 200 politiemensen het Tempelberggebied. Tijdens deze actie vielen de meeste Palestijnen doden. Op de vlucht geslagen Palestijnen en medisch personeel werden eveneens door deze woeste schietpartij gewond en gedood.

Betselem beschuldigt de politie ervan met automatische geweren willekeurig het vuur op de Palestijnen te hebben geopend. 'Zelfs als er doodsgevaar zou bestaan is dat niet verantwoord', aldus deze Israelische mensenrechtenorganisatie.