Horror

Het zal u vast ook wel eens zijn overkomen dat u alleen in uw kamer was en iets hoorde, of meende te horen, een geluid of geruis dat u niet zo gauw kon thuisbrengen en waarvan u ook niet wist of u het werkelijk had gehoord. De kamerdeur stond op een kier, of half open, en wat u hoorde, of meende te horen, zou uit de keuken kunnen komen, of van de trap, of misschien zelfs van boven, van de verdieping waarop u slaapt, of waar uw werkkamer is, of ook waar uw vrouw woont, van wie u gescheiden bent, terwijl u het huis, waarin u vroeger gezamenlijk en met uw beider kinderen hebt gewoond, sinds de scheiding onder elkaar hebt verdeeld, zodat zij nu boven huishoudt en u beneden, of omgekeerd. Maar dat alles terzijde.

U hoort een geluid, toch wel uit de keuken, en het lijkt, heel even maar, op het geritsel of gekraak van papier, of van hout dat wringt, zoals dat in oude huizen het geval kan zijn, alsof het huis een lichte zorgelijke zucht slaakt, of u denkt dat u een klein dier hebt gehoord, het gekrabbel van een voorzichtige muis, als het niet een wantrouwige rat is, of van uw eigen poes, die zojuist nog in de kamer was en die er om bekend staat dat hij zich geruisloos kan verplaatsen en ook nog wel eens voor een kleine verrassing zorgt. Bovendien is hij zwart, met slechts enkele witte haren voor op de borst, zodat u hem niet zo gauw ziet in het schemerduister vlak boven de vloer, dat tot zijn eigenste gebied behoort en waarop het lamplicht weinig vat heeft, terwijl u ook niet op uw poes hebt gelet, geen reden had om op hem te letten, omdat hij al eerder op uw schoot was gesprongen om zich, ongeduldig en dwingend, hartgrondig door u te laten aaien. Dat laatste althans weet u heel zeker, want zijn jubelende gespin ligt u nog vers in het geheugen, als het avondlied waarmee hij voor de nacht afscheid van u neemt, en waarvoor u hem, eerlijk gezegd, ook heel dankbaar bent.

Goed, u hebt het geluid gehoord maar het is niet tot u doorgedrongen, totdat u het nu toch werkelijk waarneemt. U ziet op van uw boek en luistert nieuwsgierig, of gespannen. De stilte om u heen heeft zich uitgebreid, niet slechts tot het hele huis waarin uw vrouw, op haar verdieping, blijkbaar al is gaan slapen, maar tegelijk tot de straat waarin u woont, de stad waarin u domicilie heeft en, in uw verbeelding, tot het aardrijk dat, welbeschouwd, maar een onaanzienlijke plek is in de razende onherbergzaamheid van het heelal. Diep in u voelt u een huivering die zich niet op uw gezicht aftekent maar die u voor uzelf houdt omdat u instinctief beseft dat geen oog u gadeslaat en dat u, hoe wisselvallig ook, aan uw lot bent overgelaten.

U staat op en gaat naar de keuken om het dier, wanneer het al een dier is, te betrappen, en niet eens om het te vangen, maar om te weten of u muizen in de keuken hebt en de poes zijn plicht heeft verzaakt. Op uw tenen sluipt u door de gang. De deur van de keuken staat open en ook het licht in de keuken is aan. En plotseling wordt u door paniek overvallen, het voorgevoel van iets verschrikkelijks dat zich in uw pothuis heeft afgespeeld en waarvan het ijzingwekkende gevolg zich in de komende seconden aan u zal onthullen. U voelt dat de schreeuw van ontzetting, waarmee u daarop zult antwoorden, zich in u ontspant en, nog ongeuit, al zo groot in u aanwezig is dat u, even maar, verstart en dreigt uit elkaar te springen. Maar er is geen ontkomen aan en u doet, willoos, de laatste twee, drie hypnotische passen.

De keuken staart u aan, vreemd, oneigen, buiten alle dimensies van ruimte en tijd. De poes zit bij de ijskast en tuurt voor zich uit. Heeft hij een muis gehoord, geroken, gezien? U zult het nooit ervaren.