Voortaan ook invloed op samenstelling ziekenhuisdirectie; Psychiatrische patient mondiger

EINDHOVEN, 13 okt. Een psychiatrisch ziekenhuis waar de patient mag meepraten over de samenstelling van de directie beschouwt directeur dr. P. Verbraak van De Grote Beek in Eindhoven als een logisch vervolg op wat er in zijn ziekenhuis op dat gebied al is gebeurd.

Verbraak vindt de samenwerkingsovereenkomst die de directie van de voormalige Rijks Psychiatrische Inrichting (RPI) deze week met de Centrale Patienten Raad over de inspraak van patienten heeft gesloten eigenlijk vanzelfsprekend. 'Het zou absurd zijn om psychiatrische patienten de rechten te onthouden die elke burger in dit land heeft.'

De Grote Beek, een ziekenhuiscomplex langs de autoweg Eindhoven-Den Bosch met 650 patienten en ongeveer 900 personeelsleden, is het eerste psychiatrische ziekenhuis waar een dergelijke overeenkomst is gesloten. Patienten mogen er al langer meepraten over het beleid van het ziekenhuis, varierend van de wijze waarop ze (therapeutisch) worden behandeld tot aan de huisregels. Tot nu toe gebeurde dat op basis van statuten zoals die in 1986 waren opgesteld toen de RPI veranderde in stichting De Grote Beek. Tegelijkertijd ontstond de Centrale Patienten Raad. Sindsdien is er regelmatig overleg tussen directie en patienten. Verbraak: 'Met de nieuwe overeenkomst is de inspraak van de patienten beter gewaarborgd'. De patientenraad heeft zich een positie verworven die vergelijkbaar is met die van de ondernemingsraad.

'We kunnen nu echt aan de slag', zegt patiente F. Somers, voorzitter van de Centrale Patienten Raad. 'De statuten waren nogal vrijblijvend van aard 'Er werden natuurlijk wel aanbevelingen van ons overgenomen, maar door de verplichting om voortaan bij alle beslissingen ook ons advies te vragen worden we veel serieuzer genomen.' Somers verwacht dat behalve patienten ook hulpverleners baat zullen hebben bij beter gestructureerd overleg. 'Als je bij een behandeling van alles opgedragen krijgt, werkt dat soms averechts. Overleg vermindert verzet van de kant van de patient, waardoor een behandeling beter aanslaat.'

Verbraak: 'In principe kijkt het personeel positief tegen de overeenkomst aan. Maar er is een verschil tussen er positief tegenaan kijken en de praktijk van alledag. De patienten mogen ook op afdelingsniveau meepraten en dat is voor het personeel niet altijd gemakkelijk. Verpleegkundig clusterhoofd T. E. O. Luyten bevestigt dat. 'Een deel van de hulpverleners vindt medezeggenschap van patienten vanzelfsprekend. Anderen hebben daar meer moeite mee. Je wordt tenslotte toch een beetje ter verantwoording geroepen.' Medezeggenschap van patienten begint volgens hem bij het verschaffen van duidelijke informatie, ook door de hulpverlener. 'Minder vakjargon, waar de patient vaak niets van begrijpt, en meer hapklare brokken. Als zo'n overeenkomst er alleen maar op papier is, creeer je een schijndemocratie.'

Directeur Verbraak wil de indruk wegnemen dat psychiatrische patienten wat inspraak betreft minder serieus kunnen worden genomen dan niet psychiatrische patienten in de gezondheidszorg. 'Je mag er niet van uitgaan dat een psychiatrische patient niet in staat is om mee te denken of mee te praten. In dit soort democratiseringsprocessen kunnen ze dat net zo goed als ieder ander.'

De nieuwe inspraakregeling biedt volgens Somers van de Centrale Patienten Raad voldoende houvast om een aantal wensen van de patienten te kunnen verwezenlijken. In het beleid zou volgens haar meer rekening met vrouwen moeten worden gehouden. 'Mannen en vrouwen wonen nu samen met elkaar. Vrouwen die bijvoorbeeld problemen hebben gehad met hun man zijn daar niet altijd even blij mee. Het plaatsingsbeleid is nu in handen van de afdelingshoofden. Dat moet veranderen. Sommige vrouwen worden ook tegen hun zin door mannelijk personeel gefouilleerd. Als we dat door een vrouw willen laten doen, moet dat mogelijk zijn.'

Als directie en patienten het niet eens kunnen worden, bestaat de mogelijkheid hun probleem voor te leggen aan een geschillencommissie waarin de Landelijke Patienten Raad en de Nationale Ziekenhuisraad zijn vertegenwoordigd. Het is niet zo dat de directie het laatste woord heeft.

Een van de resultaten die de patienten in De Grote Beek onlangs hebben geboekt, enkele dagen voordat Somers en Verbraak de overeenkomst ondertekenden, is de opening van een zelfbedieningswinkel. 'We kunnen hier nu zelf de eerste levensbehoeften aanschaffen', vertelt Somers. Bezoekers staan voorlopig voor een gesloten deur, want de winkel is open van 10.00 tot 13.00 uur en van 14.00 tot 19.00 uur. Om zeven uur 's avonds begint het bezoekuur. Somers: 'In november gaan we over nieuwe openingstijden praten. De winkel zou de hele dag open moeten zijn. Ook tijdens het bezoekuur'.

Binnenkort zullen meer van de 45 algemene psychiatrische ziekenhuizen het inspraakvoorbeeld van De Grote Beek volgen, zegt P. H. L. Bosman, beleidsmedewerker bij de Nationale Ziekenhuisraad. 'Er heerst hier al lang niet meer de witte-jassencultuur, die bijvoorbeeld in Duitsland nog bestaat. Wij liggen mijlenver voor op de ons omringende landen.'